Ontslag Ramadan moet teruggedraaid

Of Tariq Ramadan goed functioneert als adviseur van de gemeente Rotterdam kan ik niet beoordelen. Over zijn ontslag uit deze functie op grond van de gegeven argumenten zal ik mij dan ook niet uitspreken. Een volstrekt andere kwestie is echter het gelijktijdige ontslag van prof. Ramadan als hoogleraar identiteit en burgerschap aan de Erasmus Universiteit. Een dergelijk ontslag door de universiteit, omdat Ramadan meewerkt aan een door de Iraanse regering gefinancierde tv-zender, is in strijd met de academische vrijheid. Het ontslag moet onmiddellijk ongedaan worden gemaakt.

Volgens het Rotterdamse college van bestuur heeft het ontslag niets te maken met Ramadans persoonlijke opvattingen. Het college benadrukt dat ”de universiteit een academische vrijplaats [is], waar het debat op het scherp van de snede gevoerd kan worden”. Natuurlijk had Ramadan er verstandig aan gedaan zijn contract met Press TV eerst aan het college van bestuur voor te leggen. Immers: academici zijn verplicht hun nevenfuncties te melden aan hun universiteit. Zelfs als het college deze nevenfunctie ongewenst acht, is een ontslag op staande voet echter een onaanvaardbare maatregel. Men had met Ramadan in discussie kunnen gaan over het continueren van de nevenfunctie. Ter voorbereiding van een uiteindelijk oordeel had men twee zaken zorgvuldig tegen elkaar moeten afwegen: dat enerzijds Press TV betaald wordt door een weinig democratisch regime, terwijl Ramadan anderzijds in zijn programma steeds verschillende sprekers met tegengestelde opvattingen aan het woord laat en, zoals hij zegt, algehele vrijheid heeft bedongen voor de keuze van onderwerp en sprekers.

Om deze afweging goed te kunnen maken, moet men in detail bezien hoe Ramadan het programma leidt en wie hij precies uitnodigt. Daarbij kan men dus niet voorbijgaan aan de inhoud van Ramadans bijdrage, zoals het college meent. Het kan immers zijn dat deze bijdrage een grote stimulus is voor open discussie en daardoor meehelpt aan het creëren van een liberalere atmosfeer in Iran en de rest van de islamitische wereld. Stel dat tijdens de Koude Oorlog een Rotterdamse wetenschapper erin was geslaagd een werkelijk vrij discussieprogramma te leiden op de Russische staatstelevisie, waarin ook het Sovjetregime werd bekritiseerd. We hadden hem als een held gevierd en het CvB had hem stellig niet ontslagengen omdat hij een bijbaan aannam die betaald werd door een dictatuur.

Kortom: het Rotterdamse CvB moet zijn besluit onmiddellijk in heroverweging nemen. Laten de colleges van bestuur der andere Nederlandse universiteiten hun Rotterdamse collega`s hiertoe oproepen en zo laten zien dat ook zij pal staan voor de academische vrijheid.