Jong en geen blogger

In het artikel `Jongeren moeten meer gaan bloggen` van 17 augustus, propageert Bert Brussen het weblog als de onbeperkte ruimte om te experimenteren met tekst, beeld en geluid en bovendien als het medium dat de democratie bevordert. Hij noemt het ”ronduit zorgwekkend” dat twintigers in Nederland hier zijns inziens nauwelijks aan bijdragen.

Ik ben er zo een, zo`n twintiger die nauwelijks blogt. Ik voel me dus, of ik nu wil of niet, aangesproken door Brussen. Maar waarom is het internet `mijn` medium? Ik was acht toen we internet kregen, maar ik kan me niet herinneren dat ik er toen, en in de jaren daarna, voor thuis bleef in plaats van te gaan buskruiten met de kinderen in de straat. Ik zal niet ontkennen dat mijn generatie de eerste is die is `opgegroeid` met het internet, maar het stoort me dat het fenomeen altijd gekoppeld lijkt te worden aan een leeftijdsklasse. Waarom moet ik me verantwoordelijk voelen om meer te bloggen en daarmee de democratie te bevorderen, puur vanwege het feit dat ik een twintiger ben?

Verder vraag ik het me af waarom het toch als zo`n groot goed wordt beschouwd om je met een weblog te verbinden met een potentieel wereldwijd publiek. Het is natuurlijk een aantrekkelijk idee om tot alle hoeken van de wereld door te kunnen dringen, met jouw bericht, muziek of kunst, maar in die grenzeloosheid zit tegelijk ook het grootste probleem van het bloggen: je bent een druppel in een oceaan van kreten, nieuws, meningen en schreeuwende gitaren. Hoezo uitstijgen boven de middelmaat? Het ontbreken van grenzen kan verlammend werken in plaats van bevrijdend. `Onbeperkt` is in deze een begrip dat misschien lijkt te refereren aan een grote open ruimte, maar in werkelijkheid is die ruimte niets anders dan een vermomd labyrint van doodlopende links en overbodige zijwegen.