Hoe boos zijn ze nou?

Voor België heeft het conflict over de Westerschelde het kookpunt bereikt.

In Nederland lijkt dat niet echt door te dringen. Maar dat ligt ook aan de Belgen zelf.

Er zijn Vlamingen die zich schamen over de actie tegen Nederland: liberale politici in Antwerpen roepen op tot een boycot van Zeeuwse mosselen en oesters, omdat Nederland de Westerschelde nog niet heeft uitgebaggerd. Is dat nou de manier om te laten zien dat je boos bent, als Vlamingen zelf zo ontzettend graag die mosselen en oesters eten? „We maken onszelf belachelijk.”

Maar de parlementariër die de actie leidt, Ludo Van Campenhout, is tevreden. Al wekenlang gaat het in Vlaamse kranten en op de Vlaamse televisie over Nederland, dat zich niet aan zijn afspraken houdt: de uitdieping had dit jaar klaar moeten zijn. En vanuit Nederland hoort Van Campenhout steeds maar de bevestiging dat de Vlamingen groot gelijk hebben.

Betekent dat ook dat Nederlanders snappen hoe kwaad de Vlamingen inmiddels zijn?

Vaststaat dat de Vlamingen het heel serieus menen. Op straat in Antwerpen, in de havenbedrijven en in de politiek overheerst het gevoel dat er nu echt een eind moet komen aan het getreuzel in Nederland. De schop moet de grond in. Maar dat zeggen ze dan zo: „Het duurt heel lang voordat wij boos zijn. Nu is het verzadigingspunt bereikt.”

Denk je dan: ze zijn ziedend?

De kans is ook klein dat premier Balkenende en minister van Buitenlandse Zaken Maxime Verhagen vandaag onder de indruk zullen zijn van de boodschap van de Belgische minister Yves Leterme. Leterme zal zeggen: u moet woord houden. Maar hij is bevriend met Balkenende, en tegen zijn nieuwe collega Verhagen – Leterme is nog maar net minister van Buitenlandse Zaken – zal Leterme ook geen harde woorden spreken, zeggen bronnen in Brussel. Ze zijn ook nog alle drie christen-democraat, ze helpen elkaar bij verkiezingscampagnes.

Het is onze eigen schuld dat Nederland niet zo onder de indruk is, zeggen Vlamingen dan. We zijn een ingewikkeld land met allerlei soorten parlementen en regeringen, en zonder duidelijk aanspreekpunt. Nederland kiest voor zijn eigen, nationale belang: als schepen de haven van Antwerpen niet kunnen bereiken omdat de Westerschelde te ondiep is, gaan ze naar Rotterdam. Voor België is het al heel wat dat Leterme, minister van de federale regering, in het buitenland een zaak bepleit die België als geheel niets aangaat: de afspraak over de Westerschelde is gemaakt tussen Vlaanderen en Nederland. In het Franstalige deel van België vinden ze het geen interessant onderwerp.

Het is ook lastig om je boosheid te laten merken aan een land dat heel lang je grote voorbeeld was. De Vlaamse elite keek op tegen Nederland, zegt Luc Devoldere, hoofdredacteur van het Vlaams-Nederlandse tijdschrift Ons Erfdeel. „Vlaanderen was katholiek, kleinburgerlijk, bekrompen. Jullie jaren vijftig waren bedompter dan in België, maar jullie jaren zestig waren heftiger. Voor ons was Nederland het paradijs van de vooruitgang. Jullie hadden de VPRO, Berend Boudewijn.”

Maar het Vlaamse minderwaardigheidsgevoel verdwijnt, zegt Luc Devoldere. Zijn eigen kinderen, die volwassen zijn, gaan al veel normaler om met Nederland: buitenland, niks bijzonders.

Devoldere komt niet uit Antwerpen. Want daar, zegt bijvoorbeeld de liberale parlementariër Ludo Van Campenhout, voelen ze zich vaak meer verbonden met Nederland dan met het Franstalige deel van België. Antwerpen en Gent, zegt hij, waren tegen de onafhankelijkheid van 1830 – die waren liever bij Nederland blijven horen. „Ik zou er zelf ook niets tegen hebben.” Hij verheugt zich nu al op het grote oester- en mosselfestijn, op de Grote Markt in Antwerpen, dat hij zal organiseren als het uitbaggeren begint. Want boos, ook als niemand het merkt, moet je natuurlijk niet te lang blijven.

Ligt het dan alleen aan de Vlamingen zelf als Nederland de Vlaamse woede niet snapt? Nee, zegt Walter Van Pottelberge van de Antwerpse Kamer van Koophandel. Hij werkte bij een Nederlands bedrijf, hij is getrouwd met een Nederlandse vrouw, hij woont in Brasschaat – hij kent de Nederlanders. „Nederland zal moeten aanvoelen dat voor Vlaanderen het verzadigingspunt is bereikt. Maar Nederland is daar niet goed in. Het is te dominant en het inlevingsvermogen wordt afgeremd door pro-activisme. Nederlanders moeten tegen de muur lopen om echt pijn te hebben.”