Het internaat in Turkije dreigt onbetaalbaar te worden

De Nederlandse kinderbijslag voor kinderen die buiten de Europese Unie wonen kan best omlaag, vindt minister Rouvoet. De vraag is of hij er veel mee bespaart.

Een Turkse vader uit Dordrecht wil zijn dochter van 13 graag naar een internaat in Turkije sturen. „Dan krijgt zij beter onderwijs dan in Nederland. De lessen zijn er veel intensiever”, meent de vader van het meisje, wier moedertaal Nederlands is.

Zijn plannen staan nu op losse schroeven. Eerder deze week liet minister Rouvoet (Jeugd en Gezin, ChristenUnie) weten dat hij de kinderbijslag wil verlagen voor kinderen die buiten de Europese Unie verblijven. Hij vindt de kinderbijslag te hoog, rekening houdend met de kosten van levensonderhoud in niet-westerse landen.

Het internaat zou voor de Turkse vader onbetaalbaar worden. Hij zegt zich door Rouvoet „gediscrimineerd” te voelen ten opzichte van andere vaders. „Die krijgen de volledige kinderbijslag, terwijl ik net zo veel sociale premies in Nederland afdraag als zij.” Volgens hem is Turkije in veel opzichten niet goedkoper dan Nederland. „Een kilo rundvlees kost in Turkije wel twintig euro. Hier betaal ik er maar tien euro voor.” Een opleiding in Turkije van hoger niveau dan in Nederland zou eerder duurder dan goedkoper zijn.

Kinderbijslag ontvangen in het buitenland? Menigeen verbaast zich erover dat het kan. De Algemene kinderbijslagwet maakt uitbetaling in het buitenland mogelijk, hoewel niet onbegrensd. Nederlanders met kinderen in een niet-Europees land krijgen in principe alleen kinderbijslag als met dat land een verdrag is afgesloten. Omgekeerd hebben buitenlanders in Nederland recht op kinderbijslag als zij hier wonen of werken en een kind tot 18 jaar verzorgen. Polen die hier werken en premies betalen, bijvoorbeeld, kunnen daarom kinderbijslag krijgen voor hun kind in Polen.

De discussie over aanpassing van de kinderbijslag aan het prijspeil in het woonland is niet nieuw. De laatste dertig jaar heeft de politiek al zo’n acht keer een voorstel gedaan voor dit woonlandbeginsel, zegt Harm van Zuthem van het Inspraakorgaan Turken in Nederland. Dit keer valt het bij hem extra slecht omdat het voorstel uitgerekend van de minster voor Jeugd en Gezin komt. De geschiedenis heeft volgens Van Zuthem uitgewezen dat het juridisch niet haalbaar is. Het zou in strijd zijn met internationale verdragen die Nederland binden en bilaterale afspraken. De Tweede Kamer drong er bij Rouvoet en staatssecretaris Klijnsma (Sociale Zaken, PvdA) op aan. Dat was nadat de Sociale Verzekeringsbank relatief grootschalige fraude constateerde met kinderbijslag in Marokko en Turkije.

Een rapport van de Adviescommissie voor vreemdelingenzaken, over scholing van allochtone kinderen in het land van oorsprong, beschrijft de redenen van het verblijf van jongeren in het buitenland. Die komen neer op een al dan niet vermeende slechte aansluiting van het Nederlandse onderwijs op de wensen en verwachtingen van de ouders. Het Nederlandse onderwijs „houdt onvoldoende rekening met de culturele achtergrond, de ‘eigen’ taal wordt niet gedoceerd, het religieuze element ontbreekt, er is geen discipline in de klas, het schooladvies is te laat en de ontplooiingskansen zijn onvoldoende”. De adviescommissie stelde in 2006 dat het verblijf in het buitenland evenzeer positieve als negatieve gevolgen voor de integratie in Nederland kon hebben.

Vaak zien ouders van kinderen die dreigen te ontsporen door foute vrienden een schoolcarrière in het land van herkomst als oplossing. Het komt ook voor dat ouders, veelal welgesteld, buitenlandse scholen gewoon beter vinden dan Nederlandse. Zo steeg het aantal Nederlandse kinderen op Vlaamse scholen tussen 1999 en 2006 met 63 procent.

In omvang blijft het echter een beperkt verschijnsel. Het aantal kinderen dat buiten de EU kinderbijslag kreeg, was in 2008 niet hoger dan 46.000. Sinds 2003, toen het nog 32.000 kinderen betrof, is sprake van een gestage stijging. De groei van het aantal kinderbijslagontvangers binnen de EU was overigens groter: van 16.000 in 2003 tot 31.000 in 2008. Kabinet en Kamer weten echter dat de regels uit Brussel verlaging van de kinderbijslag in Europese landen verhinderen. Daarom richten zij zich nu alleen op niet-Europese landen.

Veel zal het kabinet dan ook niet besparen met de verlaging van de kinderbijslag, denkt Farid Azarkan, directeur van het Samenwerkingsverband van Marokkaanse Nederlanders. In de topvijf van landen waar de meeste kinderbijslag wordt uitgekeerd, staan België, Polen en Duitsland bovenaan. Daarna komen pas Turkije en Marokko met 5.375 respectievelijk 2.497 kinderen die kinderbijslag krijgen.

„Deze kleine groep is de afgelopen jaren alleen maar geslonken”, zegt Azarkan. Hij ziet de maatregel in het licht van het verharde klimaat jegens vreemdelingen. „De geur die van dit voorstel afkomt, is niet lekker.” Op zich is hij het er mee eens dat de kosten in het woonland in overeenstemming moeten zijn met de uitkering, maar de ongelijkheid die gaat ontstaan ten opzichte van landen binnen de EU vindt hij „niet billijk”.

De vraag is wat het effect is. In Turkse kring is de verwachting dat velen hun kind niet meer naar het land van herkomst laten gaan. De Turkse vader uit Dordrecht denkt dat veel Turken hun kinderen straks naar Nederland halen, waar ze met een grote taalachterstand zullen kampen. Het Samenwerkingsverband van Marokkaanse Nederlanders denkt echter dat nog geen 10 procent van de ouders met kinderen in Marokko door de maatregel anders beslist.