Grote achterstand bij verplichte inburgering

De verplichte inburgering van nieuwe immigranten ligt flink achter op schema. Dit jaar moeten 50.000 mensen aan een inburgeringstraject beginnen. Als de huidige trend doorzet, zullen dat er maar 35.000 zijn. Dat staat in een brief die minister Van der Laan (Integratie, PvdA) gisteren naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

De achterstand ligt niet aan een gebrek aan belangstelling: 80.000 inburgeringsplichtigen hebben van hun gemeente nog steeds geen aanbod voor een cursus gehad, eenderde van het totaal. Van de 52 grotere gemeenten, verantwoordelijk voor 75 procent van de inburgering, halen maar dertien hun doelstelling.

Om deze „zorgelijke ontwikkeling” te keren, wil Van der Laan geld terugvorderen van gemeenten die tussen 2007 en 2009 de norm niet hebben gehaald. Dat geld wil hij gebruiken om gemeenten die beloven zich extra in te spannen meer inburgeringstrajecten te beginnen. Volgens de minister hebben gemeenten voldoende tijd en geld van het Rijk gekregen voor de inburgering.

De vier grootste steden blijven ver achter bij hun doelstelling voor 2009. Den Haag en Utrecht zitten op minder dan een kwart van hun doelstelling. Amsterdam en Rotterdam halen tot nu toe minder dan de helft.

De nieuwe Inburgeringswet van het vorige kabinet, die begin 2007 van kracht werd, zorgde aanvankelijk voor grote uitvoeringsproblemen bij gemeenten. Aanbieders van taalcursussen leden verlies omdat klassen leeg bleven. De regels bleken te ingewikkeld en gemeenten maakten veel fouten in de uitvoering. Het huidige kabinet paste de wet aan en maakte extra geld vrij.