Eerst het toetje, dan de spruitjes

Het goede nieuws eerst, of juist het slechte? De Amerikaanse economie blijkt in het tweede kwartaal van dit jaar met slechts 1 procent te zijn gekrompen ten opzichte van het kwartaal ervoor. Dat is gunstig, maar de herziening van het eerste kwartaal die in de kantlijn stond, deed dat goede nieuws geheel teniet. De economie kromp in het eerste kwartaal niet met 5,5 procent, maar met 6,4 procent.

Amerikaanse groeicijfers vallen achteraf meestal tegen, vergeleken met wat aanvankelijk wordt gepresenteerd. Elk jaar in de zomer wordt de rest wereld verrast door de traditionele herziening van de Amerikaanse economische groeicijfers van het jaar daarvoor. En in de meeste gevallen is de revisie achteraf neerwaarts. Ditmaal was het wel erg bont: terwijl iedereen dacht dat er vorig jaar nog een economische groei was van 1,1 procent, blijkt dat achteraf slechts 0,4 procent te zijn. In dat gat past de gehele economie van Irak.

De fout is structureel. Het Amerikaanse Bureau of Economic Analysis, dat de economische cijfers bijhoudt, stelt dat er gemiddeld een gat is van 1,2 procentpunt tussen wat aanvankelijk wordt bericht, en de uiteindelijke uitkomst. De meeste herzieningen zijn neerwaarts, en dat geldt niet alleen voor de economische data. In maart becijferde het Congressional Budget Office dat het Amerikaanse begrotingstekort in de eerstvolgende tien jaar opgeteld uitkomt op 5.400 miljard dollar. Gisteren werd die schatting verhoogd tot 7.100 miljard. Dat is een toename met 50 procent in vijf maanden.

Gezien de plannen van de regering-Obama, die niet in de berekening worden meegenomen, mag worden uitgegaan van een cumulatief tekort dat nog een kleine 2.000 miljard dollar hoger ligt. In dat geval is sprake van een Amerikaans begrotingstekort van gemiddeld 5 procent van het bruto binnenlands product in de eerstvolgende tien jaar, bij een nominale economische groei van 5 procent.

Het is de vraag wat de reden achter het structureel neerwaarts bijstellen is. Het spreekwoordelijke Amerikaanse optimisme? Een pr-mentaliteit die er van uitgaat dat de aanvankelijk boodschap goed moet zijn, omdat de slechte bijstelling achteraf toch niet in de media komt?

Het lijkt eerder op onvermogen. De prijzen van activa, zoals aandelen of woningen, zijn in de Verenigde Staten steeds belangrijker geworden voor de consumptie en de investeringen. De meeste economische modellen weten er nog steeds niet goed raad mee. De gisteren voor herbenoeming voorgedragen Fed-voorzitter Ben Bernanke krijgt er een opdracht bij: zorg dat de cijfers betrouwbaarder worden. Eén China is meer dan genoeg.

Maarten Schinkel