Een nieuwe gezondheidszorg

Misschien debatteert het Britse parlement binnenkort over de vraag of in de cafés de bierglazen door plastic bekertjes moeten worden vervangen. Het is gebleken dat steeds meer Britten hun meningsverschillen met een glas als wapen beslechten. Het afgelopen jaar zijn er 5.500 van dergelijke incidenten gemeld. Over het voorstel is al een flinke ruzie uitgebroken. Bier drinken uit zulke bekertjes kan mensenlevens sparen, maar wie zal de Brit zijn 0,56 liter in een glas afnemen? We zullen wel horen hoe het afloopt. Ik noem dit conflict omdat het tekenend is voor de verhoudingen binnen onze populaire cultuur.

Afgelopen weekeinde werd op het strand van Hoek van Holland een groot dansfeest gehouden, Sunset Grooves, vrij toegankelijk. Op het hoogtepunt waren er een 28.000 mensen. Met drank, drugs en verre van kalmerende muziek vraagt dat al om ellende, zou je denken. Later is gebleken dat er ook nog groepjes voetbalfanaten, hooligans, waren verschenen om mysterieuze rekeningen te vereffenen. Alle factoren voor wat we tegenwoordig een worstcasescenario noemen. Dat heeft zich ook voltrokken. Er werd gevochten, feestgangers trokken op tegen de politie, er vielen schoten. Een jongen van negentien heeft het niet overleefd. En zo is het volgende bedrijf aangebroken: nationale ontzetting, rouw, onderzoek. Maar ook: de feesten moeten doorgaan.

Het is de gebruikelijke gang van zaken. „Het aantal patiënten dat in een ziekenhuis wordt opgenomen voor de behandeling van door anderen opzettelijk toegebracht letsel groeit van jaar tot jaar en is in een tijdsverloop van acht jaar twee- tot driemaal zo groot geworden. In dezelfde periode verdubbelde landelijk het aantal sterfgevallen binnen deze categorie. Het hoogste aantal is tussen de 20 en 24 jaar. Schedelfracturen en letsel aan inwendige organen zijn de meest voorkomende aandoeningen.” Ik citeer het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde. Uit 1985. Tegen het midden van de jaren zeventig is het begonnen.

In 1996 werd in de Voetboogstraat in Amsterdam de 26-jarige Joes Kloppenburg doodgeslagen, terwijl hij voor een andere belaagde in de bres was gesprongen. Toen is de uitdrukking ‘zinloos geweld’ ontstaan. Aan het begin van deze straat hangt nog een bordje met de mededeling dat dit een ‘geweldloze zone’ is. Een jaar later werd in Leeuwarden Meindert Tjoelker het slachtoffer. De overheid reageerde onder andere met een collectieve campagne, speldjes en buttons met vlinders en lieveheersbeestjes. Intussen zijn we tien jaar verder. De statistiek leert dat het aantal geweldsmisdrijven blijft stijgen en dat vooral jongeren tussen de 13 en 25 jaar daarbij betrokken zijn. Vergelijkenderwijs is Nederland in West-Europa een van de onveiligste landen.

Het moedeloos stemmende van dit geheel is dat er blijkbaar niets wezenlijks aan te doen valt. Meer blauw op straat is een leuze van al een halve eeuw oud. De vreedzame insectjes waarmee we nog steeds de geweldplegers proberen te temmen, helpen ook niet. Dat we, volgens de collectieve campagne van de Stichting Ideële Reclame, steeds asocialer worden is aan dovemansoren gericht, of misschien doet dit degenen voor wie de boodschap bestemd is wel plezier.

In de marge van wat we de normale samenleving noemen neemt het gedrang toe. Valt het nog wel een marge te noemen? Geleidelijk groeit daar een nieuwe Nederlandse cultuur die op voet van vijandschap staat met die van het centrum. Er is een groot overgangsgebied waar de tegenstellingen minder sterk zijn. Maar ook in dit niemandsland zijn de wortels van het extreme al zichtbaar.

Het begint in de reclame. Dat je om je product aan te prijzen je stem verheft, is normaal. Dat je nog harder gaat praten om de concurrentie te overtreffen, valt ook nog te begrijpen. Maar laat eens een reclameblok van de televisie goed op je inwerken. Daar is geen normaal mens meer te zien, het gebruikelijke Nederlands is er radicaal afgeschaft. De reclame in de televisie wordt bevolkt door spastische bekkentrekkers die een koeterwaals Engels spreken. Naar als humoristisch bedoelde programma’s kijk ik niet meer. Intussen is er een nieuw genre ontstaan, de afzeik-tv, waarin de als snelgebekt bekend staande komiek probeert in de kortste tijd zoveel mogelijk mensen te beledigen. Als mensen dat leuk vinden, mijn zegen hebben ze. Maar het gaat nu om het langzaam maar zeker verschuiven van de norm.

Sinds ongeveer een kwart eeuw verkeert het Nederlandse onderwijs in een crisis. Het totaal van de experimenten om de kinderen sneller en beter te leren rekenen en schrijven heeft tot resultaat gehad dat op het ogenblik in Nederland ongeveer 1,3 miljoen functioneel analfabeten zijn, mensen die zonder hulp geen formulier meer kunnen invullen. Die stichten ook een gezin, voeden hun kinderen op. Het gevolg is dat per generatie het gebrek aan kennis zich vanzelf verder voortzet.

Over het verval van de omgangsvormen is de laatste jaren al veel afgemekkerd. Mannen nemen hun hoed niet af, hoeden worden niet meer gedragen. Een vreemde met u aanspreken is in diep verval, jij zeg je tegenwoordig en als zo iemand je niet bevalt steek je je middelvinger op. Verschil je op internet met iemand van mening? Meteen beledigen, uitschelden, verdacht maken. Het hoort allemaal tot het geaccepteerde sociale leven. Leg je erbij neer. Hier gaat het om de langzame verschuiving in haar geheel.

Om wat we de samenleving van de normalen noemen groeit een cultuur waarin opgefokte zelfbewijzers de toon zetten. Ik zeg niet dat die allemaal bereid zijn tot geweldpleging over te gaan. Maar door de cultuur van de permanente opwinding wordt de barrière tussen denken, voorstelling en daad steeds zwakker. En zoals in Hoek van Holland weer is bewezen, wordt het risico steeds groter. Dat risico zit verborgen in de door de jaren heen gegroeide subcultuur van de razernij die onder onze ogen is ontstaan, zo niet gekweekt.

Bij wijze van remedie leggen we er een cordon van lieveheersbeestjes omheen.

Reageren kan op nrc.nl/hofland (Reacties worden openbaar na beoordeling door de redactie.)