De vrees voor een nieuwe Nieuwe Orde

Indonesië zoekt een balans tussen de strijd tegen terreur en de nog niet zo lang geleden verworven democratische vrijheden.

Net voor het begin van de ramadan maakte de Indonesische politie een nieuwe stap bekend in de strijd tegen terrorisme. In de vastenmaand, als veel Indonesiërs hun avonden doorbrengen in de moskee, zou de politie controleren of daar geen haatzaaiende boodschappen werden verspreid. Geestelijken die werden betrapt op het aanzetten tot haat en geweld zouden worden gestraft, zei de woordvoerder van de nationale politie vrijdag tijdens een persconferentie.

Half Indonesië viel over de politie heen. Mensenrechtenactivisten en fundamentalisten, politici en islamitische geestelijken kritiseerden het plan om ‘moskeeën te bespioneren’. Het zou de islam verdacht maken en moslims stigmatiseren. En het deed denken aan de Nieuwe Orde, zoals het repressieve regime van autocraat Soeharto wordt genoemd. Ook de in 1998 afgezette Soeharto controleerde islamitische preken, maar dan op anti-regeringssentimenten.

„Het lijkt op operaties van de geheime dienst tijdens de Nieuwe Orde”, zegt activiste Poengky Indarti van mensenrechtenorganisatie Imparsial. „Hier moet de politie geen tijd aan verspillen, ze kan zich beter richten op het pakken van terroristen.”

De politie krabbelde snel terug. En maandag belegde het hoofd van de nationale politie een persconferentie om te zeggen dat het plan er nooit was geweest. Media hadden de woordvoerder verkeerd geciteerd, zei hij.

De Indonesische strijd tegen terreur, die werd opgevoerd na een dubbele bomaanslag in Jakarta in juli, brengt in de elf jaar oude democratie een debat op gang over het evenwicht tussen veiligheid en de nog niet zo lang geleden verworven vrijheid. De roep klinkt om de verspreiding van haatzaaiende ideologieën door geestelijken, islamitische kostscholen en uitgeverijen harder aan te pakken. Maar volgens velen is dit in strijd met de vrijheid van meningsuiting en godsdienst en kan het ‘discriminatie van moslims’ in de hand werken. Bovendien ligt de rol van veiligheidsdiensten uiterst gevoelig, omdat die zo’n belangrijke rol speelden ten tijde van Soeharto.

Dat bleek bijvoorbeeld vorige week, toen president Susilo Bambang Yudhoyono suggereerde dat het leger de politie kon ondersteunen bij antiterreuroperaties. Met name de militaire inlichtingendienst zou van waarde kunnen zijn. Maar maatschappelijke organisaties en het parlement reageerden terughoudend, uit angst voor een terugkeer van het militarisme onder de Nieuwe Orde. Als het leger inderdaad betrokken wordt bij de terrorismebestrijding moet er eerst wetgeving komen over de manier waarop, lieten volksvertegenwoordigers weten. Mag het leger bijvoorbeeld mensen arresteren, zoals onder Soeharto, en moet de politie de baas blijven over de operaties?

De suggestie van de politie dat de huidige wet tekortschiet om terrorisme te bestrijden, kwam verkeerd aan. Nu mag zij een verdachte zeven dagen vasthouden zonder tenlastelegging. Maar dat vindt de politie te kort voor terreurbestrijding. Ze wees naar Maleisië en Singapore, waar omstreden wetten gelden om verdachten voor onbepaalde tijd vast te houden. Maar, zei de politie, is terrorisme daar niet geheel uitgebannen?

„Een belachelijke suggestie”, zegt Poengky Indarti. „Singapore en Maleisië kunnen geen voorbeeld zijn voor ons, want die landen zijn dictatoriaal. Terrorisme is gevaarlijk, maar er moet een proportionele balans zijn tussen de strijd tegen terrorisme en burgerlijke vrijheden.”

Het dagblad Jakarta Post schreef in een vernietigend hoofdartikel met de kop ‘Leuk geprobeerd’ dat het alle democratische verworvenheden in het land teniet zou doen, als zo’n plan concreet zou worden. „We hebben genoeg geleden onder Soeharto’s repressieve Nieuwe Orde en we willen niet dat in de toekomst weer een nieuwe ‘Soeharto’ opduikt.”

Maar er zijn ook mensen die de angst voor een nieuwe Nieuwe Orde overdreven vinden. Zo vindt Masdar Farid Masudi, vicevoorzitter van moslimorganisatie Nahdlatul Ulama, met tientallen miljoenen leden, het plan om op preken te letten juist goed. „Het gaat om preken die haat zaaien en mensen aanzetten tot extremisme. Wij vinden dat die niets met de islam te maken hebben.” Het verzet kwam deels uit extremistische hoek, zegt hij. En andere tegenstanders laten zich volgens hem te veel meeslepen door het Soeharto-verleden. „Zij maken geen onderscheid. Vroeger hield men preken in de gaten om de loyaliteit aan de regering te waarborgen. Nu wil de politie de veiligheid en de belangen van het volk veiligstellen.”