De laatste broer

Ook al leefde Ted Kennedy het langst, hij was de meest tragische van de drie beroemde broers Kennedy.

Ik merk dat ik het nieuws van zijn dood niet zomaar even van me af kan schudden. Hij hoort tot een generatie politici waarmee ik als het ware ben opgegroeid. Er is zelfs een korte periode geweest waarin ook jongeren in Europa hun hoop op hem hadden gevestigd. Zijn veelbelovende broers John en Robert waren vermoord, zou Teddy (zo werd hij altijd genoemd) niet de fakkel kunnen overnemen? Dan kon er eindelijk worden afgerekend met verkalkte types als Nixon en Humphrey.

Helaas, dat kon Ted Kennedy niet. Hij had er niet de capaciteiten voor. Zijn tragiek is juist geweest dat de buitenwereld te lang te veel van hem verwacht heeft. Hij ging er op den duur ook zelf in geloven, hij als de machtigste man van de Verenigde Staten, die zou kunnen volbrengen wat zijn broers belet werd.

Het liep op een deerniswekkend fiasco uit. Het verging hem als zoveel jongens uit rijke, aanzienlijke families die op school niet goed kunnen meekomen, maar toch gedwongen worden de rol te spelen die voor hen is weggelegd. De druk wordt te groot en er volgen fouten met onoverzienbare gevolgen.

De tragedie van Ted Kennedy werd in 1993 door de journalist Joe McGinniss vastgelegd in de opmerkelijke biografie The Last Brother. McGinniss, befaamd geworden door een eerder boek over Nixon, kende Kennedy van nabij, hij had zijn carrière over een periode van tientallen jaren gevolgd. Je zou zijn boek kunnen lezen als een subjectieve, meedogenloze afrekening met een mythe, maar je kunt het ook zien als een poging om te doorgronden waarom vrijwel iedereen, ook de schrijver zelf, zich zo lang door die mythe liet begoochelen.

McGinniss laat in zijn boek zien hoe Kennedy bezwijkt onder de gigantische druk waaronder hij na de dood van zijn broers komt te staan. Alleen iemand met een ijzersterke persoonlijkheid en een groot geloof in zichzelf had zich daaraan kunnen ontworstelen.

Ted was in zekere zin de laatste Kennedy. Hij moest als een vader zijn voor de kinderen van zijn broers, een vervangende echtgenoot voor de geschokte weduwen en een nieuw boegbeeld van de Amerikaanse politiek. Hij kon al die verwachtingen niet aan en vluchtte in seks, drank en drugs. Met als dieptepunt zijn dubieuze rol in de verdrinkingsdood van secretaresse Mary Jo Kopechne.

Op filmbeelden konden we de neergang in de jaren zeventig en tachtig allemaal volgen: van een fitte, energieke man veranderde Ted in een dikke, paarse kopie van zichzelf, onhandig bewegend, moeizaam pratend. Pas als senator zou hij later politiek prestige herwinnen, maar toen was zijn rol als presidentskandidaat volledig uitgespeeld.

McGinniss citeert vader Joe Kennedy: „De mensen willen fictie, geen feiten.” En die fictie kregen ze. Via de media werd het beeld opgebouwd van een unieke, nooit falende familie. Toen dat beeld kantelde, raakte Ted er reddeloos onder bekneld.

In 1988 ziet McGinniss in een stadje in Massachusetts Kennedy eenzaam meelopen in de jaarlijkse parade. Hij moet herkozen worden als senator.

„Jezus”, zegt een toeschouwer die hem eerst niet herkende, „je verwacht dat hij de jongste broer is, je verwacht niet dat hij een oude man is.”