'Darfur-activisme is niet goed geïnformeerd'

In het activisme voor Darfur klinkt de Soedanese stem niet door, meent hoogleraar Salah Hassan. Activisten zijn niet goed-geïnformeerd en daarom niet effectief.

De crisis in Darfur krijgt uitzonderlijk veel aandacht, maar tegelijk is het een van de slechtst weergegeven conflicten, vindt professor Salah al-Hassan. Activisme, onderstreept hij een paar keer in een vraaggesprek in Amsterdam, is alleen nuttig als het goed op de hoogte is. „Goed activisme moet worden geleid door de stemmen van de Soedanese maatschappij zelf. De Soedanezen zijn immers degenen die uiteindelijk het probleem moeten oplossen.”

„Maar nu zie je dat andere mensen Soedan vertegenwoordigen”, zegt hij doelend op de invloedrijke Amerikaanse Save Darfur beweging. „Daarom probeer ik nu iets te doen dat de Soedanezen een stem geeft in het conflict.”

Salah Hassan, Soedanees afkomstig uit Khartoum, nu hoogleraar aan Cornell University in New York, is met Carina Ray, assistent-hoogleraar aan Fordham University, samensteller van de essaybundel ‘Darfur and the crisis of governance in Sudan’. De bundel is zojuist met steun van het Prins Clausfonds gepubliceerd. De auteurs zijn in meerderheid Soedanezen.

„Lees dit boek”, antwoordt hij op de vraag naar zijn advies aan president Obama, wiens regering studeert op een nieuwe Soedan-aanpak. „Doe je huiswerk. Baseer je beleid niet op technocraten, maar op een open dialoog met de Soedanese maatschappij.”

Als voorbeeld van nuttig activisme noemt Hassan de Zuid-Afrikaanse anti-apartheidsbeweging. „Hoofdrolspelers waren de Zuid-Afrikanen zelf. De mensen begrepen precies wat ze wilden. Er was een visie voor een oplossing, een multiraciale democratie. Ze wonnen omdat hun visie duidelijk was.”

Het conflict in Darfur, zegt professor Hassan, wordt nu vergaand „geracialiseerd”, in die zin dat het meestal wordt gepresenteerd als een conflict tussen Arabieren en Afrikanen, met de Arabieren als agressors en de Afrikanen als slachtoffers. „Maar ik ben van mening dat het veeleer is geworteld in een bredere bestuurscrisis in Soedan. Het is het onvermogen van de natie-staat in post-koloniaal Afrika om met diversiteit om te gaan. In plaats van een bron van rijkdom werd het een bron van problemen en crisis.”

Opsplitsing van het land in verschillende staten is geen oplossing. „In Europa is de trend juist naar samenwerking en integratie. Waarom kan dat niet in Afrika?” Wat Hassan betreft ligt de oplossing in democratisering en een meerpartijendemocratie in plaats van de huidige fundamentalistische dictatuur van president Omar Hassan al-Bashir.

Hij betwist dat dit een utopische visie is. „In 1985 liet president Numeiry de intellectueel Taha terechtstellen, die zich had verzet tegen de invoering van het islamitisch recht. Een paar maanden later werd zijn regime ten val gebracht in een grote opstand. Die opstand weerspiegelt het vermogen van de Soedanese maatschappij om een dictatuur te ontmantelen.

„Dit regime is moeilijk ten val te brengen, maar het is niet onmogelijk. Als in Chili Pinochet gedwongen kan worden de macht op te geven, dan kan dat ook in Soedan met Bashir gebeuren. Zijn regime is al te lang aan de macht, het veroorzaakt te veel schade aan de maatschappij en de bevolking, maar uiteindelijk wordt het ten val gebracht.”

Hij wijst erop dat het regime jarenlang met een zuiver fundamentalistische agenda, gegidst door het principe van de jihad, heilige oorlog, tegen het niet-islamitische zuiden vocht. De zuiderlingen bestempelde het tot ongelovigen. Toch werd het door externe en interne pressie – hij noemt behalve het verzet van het zuidelijke SPLA ook de rebellie in het oosten van het land en verzet in Khartoum en andere grote steden – gedwongen vrede te sluiten. Het CPA, het vredesakkoord met de zuiderlingen, voorziet volgend jaar in de eerste algemene verkiezingen in Soedan in 23 jaar.

„Dit geeft aan dat de regering concessies kan doen. Het CPA is een zeer belangrijke concessie van de fundamentalisten aan de democratisering van Soedan. Het stelt de maatschappij in staat om actiever te worden. Overal! In Khar-toum zijn er dagbladen van allerlei politieke partijen, inclusief de communisten. De regering is gedwongen die weg te openen.”

Intussen heeft het Internationaal Strafhof in Den Haag president Bashir aangeklaagd wegens misdrijven tegen de menselijkheid in Darfur. Er moet recht worden gedaan, onderstreept Hassan, de regering is verantwoordelijk voor de crisis en ze moet ter verantwoording worden geroepen. Anders is herhaling onvermijdelijk.

„Maar het probleem is dat er geen alomvattende visie is op een oplossing, en dan is de interventie van het Strafhof niet het beste. Er is niet alleen Darfur. In de oorlog in het zuiden zijn veel verschrikkelijker misdrijven begaan, en daarover praat niemand. Sommige mensen in Soedan bepleiten een alomvattende, Soedanese aanpak van misdrijven tegen de menselijkheid die garandeert dat er geen herhaling zal zijn.”

Aanklager Ocampo van het Strafhof en de Verenigde Staten spreken van genocide als het over Darfur gaat, maar Hassan heeft wat dit betreft eveneens zijn bedenkingen. „Ik wil niet klinken alsof ik het ontken. Maar wat is het nut van gebruik van het woord genocide? Dat is een belangrijke zaak. Genocide is een kwestie van aantallen en intentie, en als je naar de conventie tegen genocide kijkt, dan zie je dat veel van de terminologie waarschijnlijk van toepassing is op Soedan. „De vraag is dan voor veel mensen: waarom greep de buitenwereld niet in? De VS gebruikten het woord en deden niets.”

Een tweede probleem is wat Hassan betreft de dubbele standaard van het Westen. „Iedereen die het nieuws volgt vraagt zich af: waarom kan Bush niet voor de rechter worden gebracht? Sharon? Het Israëlische offensief in Gaza was eveneens een misdrijf tegen de menselijkheid dat de hele wereld zag.

„Het Westen moet niet met twee maten meten. Je kan niet mensen in Irak doden en de Israëlische rechtervleugel steunen en alleen Darfur aan de orde stellen. Jullie stellen Afrikaanse dictators en regimes in staat te zeggen: het Westen is schijnheilig.”