Aborigines voelen zich vluchteling

Een groep Aborigines in Australië wil worden aangemerkt als vluchteling. Met een verzoek daartoe bij James Anaya, VN-rapporteur voor de rechten van inheemse volken, protesteren ze tegen noodwetgeving die in 2007 werd ingevoerd in de Northern Territory.

Volgens de Alyawarra, een ongeveer vierduizend leden tellende stam in het gebied, is de noodwet ingevoerd zonder de lokale bevolking erbij te betrekken. „We hadden er niets over te zeggen”, aldus woordvoerder Richard Downs. „We voelen ons verschoppelingen binnen onze gemeenschap, vluchtelingen in ons eigen land.”

De noodwet was destijds een reactie van de vorige regering op het toenemende geweld en seksueel misbruik van kinderen. Volgens hulpverleners en politie werden kinderen regelmatig dronken gevoerd en vervolgens misbruikt. Het gebruik van alcohol en pornografie werd daarom aan banden gelegd. En speciale maatregelen moesten de kinderen van Aborigines stimuleren om naar school gaan.

De toenmalige premier John Howard realiseerde zich dat de wet indruiste tegen de grote mate van autonomie van de Aborigines, maar vond dat „de uitzonderlijk tragische situatie om uitzonderlijke maatregelen” vroeg. Premier Kevin Rudd, die vlak na zijn aantreden in het parlement excuus aanbood voor de manier waarop de Aborigines in het verleden zijn behandeld, heeft de noodwet weliswaar overgenomen, maar zoekt nu naar samenwerking met de inheemse bevolking bij de handhaving van de wet.

VN-rapporteur James Anaya onderzoekt nu op uitnodiging van Rudd de situatie van de ongeveer een half miljoen Aborigines (op een bevolking van 21 miljoen). Anaya, die het verzoek voor vluchtelingenstatus in ontvangst nam, wilde niet reageren.