Zo goed kom je ze zelden tegen

Vandaag begint het EK dressuur in Engeland.

Wonderpaard Totilas is met berijder Edward Gal een van de titelkandidaten.

Zo nu en dan komen ze tijdens concoursen naast hem staan. Quasi nonchalant, alsof het een toevallige ontmoeting betreft. „Leuk paard”, is steevast het commentaar. „Zo’n dier zou eigenlijk te koop moeten zijn.”

Paardenhandelaar Kees Visser moet grinniken om de wijze waarop hij zijn gesprekspartners de mond snoert: „Ja, mooi hè”, zegt hij dan. „Mijn vrouw en ik zoeken een paard met dezelfde kwaliteiten als Totilas. Gewoon, voor erbij.”

Totilas. Wie zijn naam dezer dagen in de paardensportwereld noemt, kan rekenen op bewonderende reacties. Het paard van Kees en Tosca Visser rijgt met berijder Edward Gal al maanden de successen aaneen en geldt als belangrijke titelkandidaat bij het Europees kampioenschap dressuur, dat vandaag op het Engelse Windsor Castle begint. Maar hoe hard handelaren en trainers ook aan het echtpaar trekken: Totilas gaat niet in de verkoop. Kees Visser: „En over dekaanvragen wordt pas in de nadagen van zijn sportcarrière gepraat.”

Toen Kees en Tosca Visser 3,5 jaar geleden kennis maakten met Totilas – na een tip van een handelsstal in het noorden van het land – wees niets erop dat het om een topper in de dop ging. Visser: „Totilas oogde energiek, maar was ook hectisch. Pas toen wij hem een maand later in de stal van onze vriend Edward Gal zagen rijden [Gal kreeg het paard van de fokker in bruikleen, red.] zijn wij tot koop over gegaan. Onder zijn leiding was Totilas een stuk rustiger geworden.”

Totilas (vernoemd naar de koning der Goten) werd geboren uit een Duitse Trakehner hengst en een Nederlands landbouwrijpaard, vertelt fokker Jan Schuil. Hij heeft drie volle broers, één volle zus en twee halfbroers. Schuil: „Zijn moeder Lominka hadden we al op stal staan. Het sperma van zijn vader Gribaldi werd via de koerier uit Gelderland aangeleverd. De eerste is krachtig. De tweede heeft souplesse. Dat is de ideale combinatie voor een paard.”

Toen Totilas als veulen voor het eerst de buitenlucht opsnoof, zag fokker Schuil gelijk dat het goed was. „Hij tilde zijn benen heel hoog op. Waar andere veulens door het stro lopen, liep hij eroverheen.”

Op de vraag wat voor bedrag hij voor Totilas kreeg, wil de 55-jarige fokker geen antwoord geven. „Maar zeker is dat het om een aanzienlijke som geld gaat; ik heb mijn baan als dierenarts na de verkoop opgezegd.”

De nieuwe eigenaren beloofden Gal dat zij het paard niet zouden verkopen zo lang hij diens berijder was. Visser: „Totilas is door al zijn overwinningen een kostbaar bezit geworden [schattingen lopen uiteen van één tot 3 miljoen euro, red.] Maar zo lang je hem niet verkoopt, heb je daar weinig aan. Eén misstap kan het einde van zijn carrière inluiden. Dat maakt zo’n bezit uiterst kwetsbaar.”

Maar voorlopig lijkt er geen vuiltje aan de lucht voor Gal en zijn ‘zwarte parel’, zoals de nieuwe bijnaam luidt. Het tweetal werd dit jaar Nederlands kampioen, won het CHIO in Rotterdam en behaalde vorige maand in het Engelse Hickstead een recordscore van 89,400 procent. Juryvoorzitter Steven Clarke merkte na afloop van die wedstrijd op dat hij nog nooit zo’n mooie proef had gezien.

„De nieuwe maatstaf in de mondiale dressuursport”, noemt het Nederlandse jurylid Wim Ernes het negenjarige toppaard. „De manier waarop hij zich beweegt en de oefeningen uitvoert, neigen behoorlijk naar perfectie. Het zou mij niet verbazen als die twee binnenkort de magische grens van 90 procent doorbreken.”

Omdat Ernes ook in de hengstenkeuringscommissie van het Nederlandse paardenstamboek zit, heeft hij de ontwikkeling van Totilas de afgelopen jaren van nabij kunnen volgen. „Toen hij vijf jaar was beschikte Totilas al over de kwaliteiten waar hij nu zo om geroemd wordt: zijn expressiviteit, kracht en elasticiteit. Maar pas onder Gal werden zij geleidelijk aan zichtbaar. Wat mij zo frappeert is dat Totilas zo makkelijk van volle aanspanning naar echte ontspanning gaat. Dat zie je zelden bij een paard – zeker geen paard van die leeftijd.”

Een wereldpaard wordt Totilas door kenners genoemd. Zo’n paard dat je maar één keer in de paar decennia tegenkomt, zo niet minder. Volgens eigenaar Visser voltrekt de ontwikkeling van Totilas zich spelenderwijs. „We melden hem niet te vaak aan voor wedstrijden. Enerzijds omdat hij nog zo jong is, anderzijds omdat juryleden dan beter kunnen zien welke vooruitgang hij in korte tijd maakt.” De leeftijd van Totilas zou als enige minpunt kunnen worden aangemerkt, zegt Visser. „Hij heeft al veel bereikt, maar ook nog veel te leren. Ik heb veertig jaar ervaring in de sport en ben goed in staat in te schatten hoe lang de weg is die voor hem ligt.”

Het klinkt wat blasé. Maar zo is het allemaal niet bedoeld, legt jurylid Wim Ernes uit: de lat ligt nu eenmaal hoog bij een paard dat zo snel evolueert. „Want wie had vorig jaar kunnen voorspellen dat Totilas bij de Europese kampioenschappen een serieuze titelkandidaat zou zijn?”

Bondscoach Sjef Janssen, wiens vrouw Anky van Grunsven met Salinero eveneens deel uitmaakt van de Nederlandse equipe, probeert de verwachtingen te temperen. „Totilas heeft veel natuurlijke aanleg en een enorme inzet. Maar bij grote kampioenschappen komt er veel meer bij kijken. Het wordt interessant te zien hoe hij in zo’n setting met druk omgaat.”

Edward Gal blijft rustig onder de hoge verwachtingen, zo vlak voor het EK. Natuurlijk voelt hij zich vereerd dat kenners hem als titelkandidaat naar voren schuiven, maar hij weet uit ervaring dat ongeluk in een klein hoekje zit. Vijf jaar geleden werd zijn olympische droom ruw verstuurd toen zijn paard Lingh zich vlak voor het begin van de Spelen in Athene vanuit het niets verstapte. „Totilas is een levend wezen”, zegt Gal. „Dat betekent dat er van alles kan misgaan. Maar ook als we niet winnen is er geen man overboord. Hij is pas negen jaar, dus zijn tijd komt nog wel.”

Totilas is door zijn jeugdigheid en kracht een paard van uitersten. Het gaat goed of slecht, er zit weinig tussenin. „Dat maakt het juist spannend”, vindt Gal. „Want zo blijft er altijd wel iets om naar te streven. Met Totilas is het nooit saai.”