Van treinen en douaniers tot Ligakoek

Op bezoek bij kleine musea in Nederland. Dit keer Museum Tongerlohuys in Roosendaal. Deel 3 in een serie.

Interieur Tongerlohuys (Foto Marijn de Kok) Kok, Marijn de

Janine Verster opent zelf de zware toegangsdeur van de voormalige Norbertijner pastorie. Verster, grote bos honingblonde krullen, is sinds 1998 directeur van Museum Tongerlohuys, voorheen De Ghulden Roos. Verster gaat voor in de witte marmeren hal en loopt naar de volgende monumentale deur waarachter een royale achtertuin schuilgaat. De twee witte, mollige putti boven de deur lachen de bezoekers vrolijk toe. In de museumtuin, grenzend aan Schouwburg De Kring, zou Verster graag een half ondergrondse extra vleugel laten bouwen. Ze gebaart naar de lange zijde van het museum „Daar zou een depot moeten komen en meer tentoonstellingsruimte zodat we naast de vaste collectie tegelijkertijd zowel hedendaagse kunst als historische thema’s kunnen belichten.”

Die vleugel zou dan ook een ruimte kunnen krijgen voor meer educatieve activiteiten want „ik wil kinderen op jonge leeftijd bij het museum betrekken”. Wanneer de renovatie van de museumtuin is afgerond, zou Verster daar samen met Schouwburg De Kring kleinschalige evenementen kunnen organiseren.

De vaste collectie van Museum Tongerlohuys concentreert zich op het verleden van Roosendaal en omgeving. Doordat Roosendaal het laatste station voor de grens met België is, hebben de Nederlandse spoorwegen, smokkelaars en douaniers een belangrijke rol gespeeld in de geschiedenis van de stad. Aan de muur hangt een enorme foto van spoorwegmannen trots gezeten op een stoere locomotief.

Ook de herinneringen aan de plaatselijke industrie zijn terug te vinden in de vaste opstelling. Zo liggen er metalen bakblikken waar de afgeronde vormen van de Liga kinderbiscuits in zijn te herkennen. En ook de bekende borstels van Vero en de producten van Biggelaar Tabak (voorheen ook koffie en thee) zullen bij de oudere Roosendalers herinneringen losmaken. Het Tongerlohuys zou geen echt Brabants museum zijn zonder een collectie kanten mutsen en instrumenten van de Trommelaeren van Roesendale.

Museum Tongerlohuys beschouwt het toegankelijk maken van het verleden van Roosendaal als zijn belangrijkste taak. Maar behalve de gebruikelijke wisselexposities hedendaagse kunst zijn er sinds 2001 ook de ambitieuze driejaarlijkse Tong-tentoonstellingen. Vorig jaar werd op Tong III Brussels Calling onder meer werk getoond van Belgische kunstenaars als Elly Strik, Olga Marie Polunin en Berend Hoekstra.

Verster vindt het moeilijk om haar favoriete object te noemen. „Het museum heeft een interessante collectie kerkelijke kunst, maar ook een indrukwekkende zilveren schutterskraag van het Roosendaalse Sebastiaansgilde. Verder vind ik het beeld in de tuin van de jonge Johannes de Doper (patroon van Roosendaal) van Mari Andriessen heel mooi.” Als ze heel eerlijk is, vindt de museumdirecteur eigenlijk het historische gebouw uit 1762 een onlosmakelijk onderdeel van de collectie en als zodanig het „echte topstuk”.

Het gebouw is inderdaad imposant, met stijlvolle kamers en bewerkte plafonds. Met een beetje fantasie zie je de monniken in hun witte habijten nog rondwaren in de hoge gangen. Verster zwaait opnieuw de zware voordeur open. Buiten op straat wemelt het van de politieagenten die fietsende jongeren aanhouden. Het kat- en muisspel van smokkelaars en douaniers mag dan tot Roosendaals verleden behoren, het drugsvervoer van Nederland naar België wordt hier actief bestreden.