Vader en zoon

Lezen tijdens de vakantie. Het is een bekend onderwerp in de media vóór de vakantie. Bekende Nederlanders vertellen wat zij aan lectuur zullen meenemen. Zelden krijg je na afloop te horen of ze die boeken ook gelezen hebben. Vrij Nederland vroeg het deze week wel, en dan krijg je pas interessante antwoorden.

Uit zelfbescherming had ik dit jaar zo min mogelijk boeken meegenomen. Dat scheelt een hoop wroeging op de laatste dag. Ik had me hoofdzakelijk tot één schrijver beperkt: de dit jaar overleden John Updike. Ik heb het nodige van hem gelezen, maar nog lang niet alles, wat bij een veelschrijver als hij ook bijna onmogelijk is.

In de publiciteit rond zijn dood kwam steeds naar voren dat hij The Centaur als zijn favoriete roman beschouwde. Ik bezat dat boek al tientallen jaren, maar had het nooit uitgelezen. Updike is een groot schrijver, hij heeft alleen, als meer van zijn Amerikaanse tijdgenoten (Bellow, Roth), één makke: hij is soms te wijdlopig. Bellow heeft dat op zijn oude dag ook wel berouwvol beaamd.

In The Centaur begint Updike met nogal gezochte mythologische uitstapjes. Die benemen het zicht op het prachtige verhaal dat na het moeizame begin geleidelijk tevoorschijn komt, als je maar geduld hebt, zoals ik op mijn vakantie. Toen pas begreep ik waarom dit boek Updike zo dierbaar was.

The Centaur is een autobiografisch boek, zoals blijkt uit zijn latere boek met herinneringen, Self-consciousness. Het gaat over de relatie met zijn vader, leraar op dezelfde high school waar Updike leerling was. Het was een wonderlijke man. Vaak beschrijven schrijvers autoritaire vaders van wie ze zich met veel moeite bevrijd hebben, maar bij de Updikes was het tegenovergestelde het geval. Zijn vader voelde zich voortdurend tekortschieten, wat tot gevolg had dat hij zich buitengewoon onderdanig en weerloos gedroeg. Hij was een genereus man, maar altijd ten koste van zichzelf.

Het werkte de jonge John danig op de zenuwen. Zijn vader liet zich bespotten door zijn leerlingen en werd gekoeioneerd door de schoolleiding. Een lifter bestal hem, maar hij had begrip voor de man. Nooit durfde hij voor zichzelf op te komen. Knarsetandend ziet John het aan, en ook dat begrijpt zijn vader dan wel weer. „Jij arme kerel. Je verdient een doordouwer als vader, en je hebt er een die altijd op zijn kop krijgt.”

Hoe verwarrend voor een kind, dat zich graag identificeert met een zelfbewuste vader. Updike verbeeldt dat schitterend tegen het einde, als vader en zoon tijdens een sneeuwstorm met hun auto reddeloos vastlopen. De vader zegt: „Een vader die maar enigszins een vent was, had je over die heuvel heen gekregen.” En de zoon reageert: „Het is jouw schuld niet. Het is niemands schuld; het is Gods schuld. Toe nou. Zeg nu maar niets meer.”

Ik moest aan mijn eigen vader denken, even onhandig met auto’s als die van Updike. Hij zou het misschien wel gedacht, maar nooit gezegd hebben. Dat maakt de vader in The Centaur juist zo ontroerend. Hij is een loser die zich niet van de wereld afkeert, hij probeert voor anderen nog te redden wat er te redden valt.

Als ze zich lopend door de sneeuwstorm worstelen, trekt hij over het verstijfde hoofd van zijn zoon „het gebreide wollen mutsje dat hij van zijn eigen hoofd heeft afgenomen”.