Takkeherrie woont niet fijn

In rumoerige binnensteden is de Wet Geluidhinder zeer moeilijk te handhaven.

Een ambtenaar uit Oss bedacht een meetapparaat dat geluid per straat kan meten.

Had je maar niet naast een café moeten gaan wonen, krijgen kroegburen vaak van de politie te horen als zij klagen over overlast. Des duivels wordt adviseur geluidszaken Loek van Laarhoven (62) van de gemeente Oss daarvan. „Mensen hebben rechten. Die zijn in de Wet Geluidhinder vastgelegd.”

En die wet wekt valse verwachtingen, zegt Van Laarhoven. Hij is in 1979 opgesteld en spiegelt mensen voor dat ze in de polder net zo veel rechten hebben als in binnensteden. In de praktijk is dit tegenwoordig niet reëel. Het decibellenmaximum is niet te handhaven aan een groot plein waar draaiorgels passeren, vrachtwagens laden en lossen en groepen skaters elkaar treffen.

Een tweede manco is dat de Wet Geluidhinder geen rekening houdt met stemgeluid. Tegen roepende marktkooplui en lallende terrasbezoekers is niets te beginnen, volgens Van Laarhoven. „Mensen bellen. Ik ga meten. Ik meet 65 decibel, terwijl 40 is toegestaan. Maar ik kan niets doen. Want ik meet een menggeluid van stemmen en muziek.”

Uit frustratie over de wet ontwikkelde Van Laarhoven een systeem dat de reële geluidshinder per straat kan vaststellen. Hij won hiermee een prestigieuze innovatieprijs. Afgelopen week begon de gemeente Oss met een proef om het systeem verder aan te scherpen. Van Laarhoven hoopt dat het ministerie van VROM zijn systeem uiteindelijk zal opnemen in een vernieuwde wet.

Drie meetapparaten werden in het kader van de proef in de binnenstad van Oss opgehangen. De komende twee jaar zullen ze op vijftig verschillende plekken metingen verrichten naar het aantal decibellen, maar ook de dynamiek van het geluid. Het horen van een fanfare is voor hersenen vermoeiender dan het horen van het monotone geluid van een generator. Verder krijgen binnenstedelingen vragenlijsten voorgelegd om vast te stellen welke geluiden zij vooral als hinderlijk ervaren. De decibellen, de dynamiek en de ervaring worden per gebied in een rekenmodel gestopt en omgerekend naar een getal in de index van Van Laarhoven.

De index loopt van nul – ontzettend rustig aan de rand van het bos – tot vijftig – ontzettend onrustig aan een plein met kroegen, terrassen, een wekelijkse markt, een jaarlijkse kermis, carnavalsfestiviteiten, een ijsbaan in de winter. Aan de hand van de index kunnen gemeenten een kaart maken met kleuren, waaraan bewoners direct kunnen zien in welke gebieden ze met hoeveel geluid rekening moeten houden.

Van Laarhoven: „De index schept duidelijkheid.” Iemand die een huis koopt in een roodgekleurd gebied, weet dat hij rekening moet houden met flink wat rumoer. De gemeente kan aan de hand van de index voorspellen in welke mate de geluidshinder toe zal nemen als ze een festival toestaat en vervolgens bepalen of dat acceptabel is.

In de Eikenboomgaard, dé uitgaansstraat van Oss, boven IJssalon Van Berkel, woont Liesbeth van Berkel (70). „Dit is mijn ouderlijk huis. Ik ben ongetrouwd en hier altijd gebleven.” Ze serveert koffie in crèmekleurige kopjes met roze bloemen en koekjes op een bijbehorende schaal. „Zal ik het raam open doen”, vraagt ze. „Of kunnen we elkaar dan niet verstaan.”

Buiten breken werklieden een podium af. Een dj draaide er muziek tijdens de kermisdagen. „Die dj’s. In het begin denk je nog: leuk muziekje. Maar het eindigt met alleen maar bassen. Ik ben vannacht met een slaappil in bed gedoken.”

Nee, ze zou nergens anders willen wonen. Vrijdagavond slaat ze door haar raam geamuseerd het uitgaanspubliek gade – lichten uit, anders zit ze zo in de etalage. Dan kijkt ze tot half drie een nachtfilm, drinkt een wijntje en gaat naar bed. Als ze wakker wordt van dreigende stemmen, belt ze de politiemensen van het centrumteam – ze heeft hun directe nummer – en vraagt of die even kunnen komen kijken.

Vijf ochtenden in de week schrikt ze wakker van de bladblazers en de poetsauto van de gemeente die om half acht de stoep komen reinigen. „Geef die mannen gewoon een bezem! Het is me nog nooit gelukt daar doorheen te slapen.”

Geluidsadviseur Van Laarhoven noemt Van Berkel een positieve klager, eentje die meedenkt. Hij kent daarnaast ook woedende klagers, notoire klagers en klagers in tranen. „Mensen voelen zich machteloos, gefrustreerd.”

Het systeem van Van Laarhoven kan die frustratie wegnemen. Het maakt per straat duidelijk waar mensen aan toe zijn als ze daar willen wonen en helpt gemeenten bij het opstellen van hun beleid.

Van Laarhoven kan zich voorstellen dat gemeenten mensen die al jaren in roodgekleurde gebieden wonen een garantieprijs aanbieden voor hun huis. „Bewoners worden daar rustig van. Ze hoeven niet meer bang te zijn dat de prijs van hun huis keldert door het geluid. Dat is rond Schiphol ook gebeurd. De klachten verdwenen als sneeuw voor de zon.”