Naar Antwerpen? Ja daaaag

Jaarclubs willen met hun lustrumreizen steeds verder weg, zeggen reisbureaus.

Zuid-Amerika is de populairste bestemming, de Azoren zijn in opkomst.

Zwemmen met wilde dolfijnen in de Azoren, per mountainbike afdalen van de Weg des Doods in Bolivia, wildwaterraften in Ecuador en van vulkanen sandboarden in Nicaragua.

Lustrumreizen van studentenjaarclubs worden steeds extremer en duurder, blijkt uit gesprekken met reisbureaus.

Jaarclub Guinness uit Groningen bijvoorbeeld. Daar zetten de negen leden al vijf jaar 25 tot 35 euro per maand op een clubrekening. Van dat bedrag gingen ze in mei voor zeventien dagen naar Peru, Bolivia en Brazilië. „We hebben de reis met z’n drieën georganiseerd”, vertelt Roeland van den Berg (27). „De rest kreeg pas te horen waar we heen gingen toen ze op Schiphol stonden, dat is de traditie bij lustrumreizen. Dan moet je dus wel iets verrassends organiseren. Wij bepaalden tenslotte waar de rest zijn geld aan uitgaf.”

Wat de eisen waren? Van den Berg: „Het moest actief zijn, ver weg, een goede combi van cultuur en natuur en er moest worden gefeest.”

Traditiegetrouw gaan alle jaarclubs, disputen of gezelschappen van studentenverenigingen elke vijf jaar op lustrumreis. Daar sparen ze al voor sinds hun vorming aan het begin van hun studententijd. De meeste jaarclubs hebben in de praktijk maar één keer een lustrumreis, als afsluiting van de studententijd. Daarna geven velen hun geld toch liever uit aan een vakantie met partner en/of kinderen. Al zijn er ook jaarclubs die al aan hun vierde of vijfde reis toe zijn.

Doordat de jaarclubs tegenwoordig niet meer tevreden zijn met een weekeindje Antwerpen, springen reisbureaus in op de groeimarkt. Een aantal is zelfs gespecialiseerd in lustrumreizen. Zoals Club Travel, dat elk jaar zo’n 120 reizen voor jaarclubs en disputen organiseert. „De reis moet altijd een combinatie zijn van afpijgermomenten in het begin en chillmomenten aan het eind”, zegt Walter Westgeest van Club Travel. „Zodat je met je kont in het warme zand lekker kunt lachen om je klagende vrienden die afhaakten.”

Westgeest zegt dat ongeveer 60 procent van de jaarclubs ook wat cultuur tijdens hun reis willen zien. „En er is steeds meer vraag naar vrijwilligerswerk.”

De bestemmingen zijn ook aan trends onderhevig. Een paar jaar geleden waren Sri Lanka en Thailand helemaal in. Daarna was het Costa Rica. Nu is Zuid-Amerika de meest populaire bestemming onder de studenten. „En de upcoming bestemming dit jaar zijn de Azoren”, vertelt Westgeest.

De studenten geven voor hun reis tussen de 1.500 en 3.000 euro per persoon uit. „Wij merken echt helemaal niks van de crisis”, zegt Olaf Hendriksz van Olaf Reizen, dat ongeveer twintig jaarclubs per jaar op het vliegtuig zet. Hij begon zijn reisbureau toen de lustrumreizen een „uit de hand gelopen hobby” voor hem werden. „Ik ging vroeger mee als reisleider, maar toen ik op een gegeven moment vier of vijf maanden per jaar dronken in Zuid-Amerika zat, besloot ik het wat serieuzer aan te pakken.”

Dus stelt hij nu lustrumreizen op maat samen, afgestemd op „de meest brakke van de groep”. Eigenlijk willen alle studenten volgens hem hetzelfde: spectaculaire verhalen kunnen vertellen bij terugkomst, veel koud bier, en eindigen op een chillstrand. „Maar toch moet de precieze invulling zo origineel en uniek mogelijk zijn”, zegt Hendriksz. „Ze geven een smak geld uit, en willen dan niet thuis in de kroeg naast iemand staan die hetzelfde verhaal heeft.” Daarom komt hij ook net terug van twee maanden speurwerk in Zuid-Amerika, om „speciale nieuwe dingen” te zoeken.

Jaarclub Mint uit Utrecht ging zeventien dagen naar Brazilië. „We wilden vooral zoveel mogelijk zien in zo’n kort mogelijke tijd”, vertelt Charlotte van Kessel (25) die in de organisatiecommissie zat. „En het is een ongeschreven regel dat de bestemming buiten Europa, en zo spectaculair mogelijk moet zijn.” Dus voeren ze over de Amazone, trokken ze door Pantanal en maakten ze een helikoptervlucht boven Rio de Janeiro. Niet iedereen in de jaarclub had voor de reis van 2.000 euro gespaard, weet Van Kessel. „Sommigen kregen het geld ook van hun ouders.”

Steken de jaarclubs ook nog iets op van die paar dagen aan de andere kant van de wereld? „Het is voor veel studenten ook absoluut een horizonverbreding”, zegt Hendriksz. „Velen vinden het heel confronterend om in ontwikkelingslanden mensen te zien die zo weinig hebben en toch heel gelukkig zijn. Natuurlijk is er veel gebral, maar ik heb ook van mensen gehoord die thuiskomen en carrière maken plotseling wat minder belangrijk vinden.”