Mini 50 jaar speelgoed voor volwassenen

De Mini is 50 jaar oud, maar van tanende belangstelling voor het kleine Britse autootje is geen sprake bij de duizenden ‘Mini-maniacs’ die eerder deze maand bijeenkwamen in Longbridge, de voorstad van Birmingham waar het allemaal begon. „Ze komen overal vandaan: Australië, Japan, Duitsland, Frankrijk. We hebben bezoekers van 450 Mini-clubs uit de hele wereld”, zegt Glenys Price, de organisator van het evenement.

Zo’n 5.000 ‘Mini-maniacs’ kwamen met hun Mini’s in alle kleuren van de regenboog naar het terrein voor de oude Mini-fabriek en zetten daar hun tenten op. „Het was een auto voor jongeren, maar de vaders van toen hebben de liefde voor de Mini doorgegeven aan hun kinderen en nu hebben hun kleinkinderen er ook één”, zegt Price. Deze week is het precies vijftig jaar geleden dat de eerste Mini op de markt kwam.

Mathieu Faucon (25) bezoekt het evenement samen met zijn vader en zegt dat het „liefde op het eerste gezicht” was tussen hem en de kleine auto. Hoewel ze vaak kapot gaan – wat de Mini de bijnaam ‘blik op wielen’ heeft bezorgd – bezit Faucan drie Mini’s. „Ik geef toe, je moet wel van sleutelen houden.”

Zijn vader Michel Faucon (60) kocht zijn eerste Mini toen hij twintiger was en herinnert zich dat in die tijd „niks zo cool was als het bezitten van een Mini”.

Toen de productie van de klassieke Mini werd gestaakt in 2000 werd het autootje een verzamelobject. BMW kocht het merk tegelijk met Rover in 2001 en bracht een modernere versie op de markt. Maar de ware fans vinden de nieuwe, grotere Mini geen succes. „Sinds de oude Mini niet meer gemaakt wordt, is de verzamelwoede alleen maar gegroeid”, zegt John Griffin (46) van de Mini-club van Londen en omstreken. Volgens Holger George (55), voorzitter van het verbond van 40 Duitse Mini-clubs, heeft het nieuwe model „niks van doen met de oude Mini”. De originele Mini is de droom van elke sleutelaar, zegt George. „Je kan alles zelf repareren, het is echt speelgoed voor volwassenen.”

Sommige Mini-fans stellen zich iets soepeler op ten opzichte van de modernisering. Barry Tilbury, die lid is van de Londense Mini-club, heeft 16 auto’s, waaronder een nieuwe Mini. „Ik zie het als een belegging. Zoals een ander zijn geld op de bank zet”, zegt hij. Mattias Wahlstedt (39) is met zijn zoontjes van 6 en 9 gekomen. Hij is voorzitter van de Zweedse Mini-club, „de eerste ter wereld, opgericht in 1961, zes maanden voor de Britse Mini-club”. Waarom hij de Mini zo bijzonder vindt? „Kinderen kunnen een Saab en een Volvo niet uit elkaar houden, maar een Mini herkennen ze altijd.” (AFP)