Lagere CO2-uitstoot? Geen haast

Waarom kiezen we geen oplossing voor de aardopwarming die echt gaat werken, vraagt Bjørn Lomborg zich af. Zoals een vermindering van de CO2-uitstoot in de toekomst in plaats van nu.

De discussie over de klimaatverandering draait in wezen om één twistpunt: met hoeveel moet de CO2-uitstoot worden verminderd?

Door deze blikvernauwing wordt de discussie er niet constructiever op. Iedereen wil een opwarming van de aarde voorkomen en de vraag is: hoe kunnen we dat het beste doen?

We moeten openstaan voor andere wegen om de opwarming te stuiten – zoals een vermindering van de CO2-uitstoot in de toekomst in plaats van nu, of een gerichte terugdringing van de uitstoot van andere broeikasgassen. De opwarming van de aarde zal tot grote problemen leiden, dus biedt een CO2-reductie aanzienlijke voordelen. Maar een vermindering van de CO2-uitstoot vergt ook een daling van de basisbehoefte aan energiegebruik waarop de hedendaagse samenleving steunt en brengt dus ook aanzienlijke kosten met zich mee.

Klimaateconoom prof. Richard Tol van de Universiteit van Hamburg heeft een kosten-batenanalyse gemaakt van een CO2-reductie nu tegenover een reductie in de toekomst. Een vroege reductie gaat 17.800 miljard dollar kosten, een latere maar 2.000 miljard. Toch zal de daling van het CO2-gehalte – en dus ook van de temperatuur – in 2100 groter zijn door de toekomstige verlagingen. Een vermindering van de uitstoot nu is veel duurder, omdat er maar weinig alternatieven voor fossiele brandstoffen bestaan, en die zijn bovendien duur. We krijgen gewoon niet zoveel voor ons geld zolang de groene energiebronnen nog niet kosteneffectiever zijn.

Tol toont overduidelijk aan dat de grote beloften van een drastische, onmiddellijke vermindering van de CO2-uitstoot – vergelijk de oproep van een aantal politici en lobbyisten tot een reductie van 80 procent halverwege deze eeuw – een ongelooflijk dure manier is om heel weinig goeds te verrichten. Uit alle academische modellen blijkt dat zelfs als een beperking van de stijging van de aardtemperatuur tot 2°C mogelijk is – zoals beloofd door de Europese Unie en de G8 – deze aan het eind van deze eeuw het fenomenale bedrag van 12,9 procent van het bruto nationaal product zal kosten. Dit zou gelijkstaan aan een jaarlijkse rekening van meer dan 4.000 dollar per aardbewoner. Terwijl de vermeden schade vermoedelijk maar 700 dollar per bewoner zou bedragen.

De werkelijke kosten van ambitieuze, vroege en omvangrijke CO2-reductieprogramma’s zouden een vermindering zijn van de groei – vooral schadelijk voor de armen op de wereld – in de orde van zo’n 40.000 miljard dollar per jaar. Deze kosten zouden ook veel eerder komen dan de baten, en veel langer doorlopen. Van elke dollar die de wereld aan dit grootse plan besteedt, zou de vermeden klimaatschade maar twee cent bedragen.

Het zou slimmer zijn om behoedzaam te werk te gaan door invoering van een lage CO2-belasting van zo’n halve dollar per ton – ongeveer 0,1 eurocent per liter benzine – en deze geleidelijk in de loop van de eeuw te verhogen. Daarmee zou de CO2-uitstoot niet spectaculair verminderen, maar het zou ook geen spectaculaire verspilling van publieke middelen betekenen. Elke dollar zou voor 1,51 dollar schade door de aardopwarming voorkomen – een respectabele uitkomst.

Een belasting van fossiele brandstoffen ter vermindering van de CO2-uitstoot is een zinvol onderdeel van de oplossing voor de klimaatverandering, maar het is niet de enige of de beste weg om opwarming te voorkomen. Er zijn nog andere manieren om CO2 uit de atmosfeer te halen.

Eén daarvan is bescherming van de bossen, want de ontbossing is goed voor 17 procent van de uitstoot. Als het ons werkelijk ernst is met de grootse beloften om de temperatuurstijging op aarde onder de 2°C te houden, moeten we uiteraard goedkopere manieren zoeken. Professor Brent Sohngen van de Ohio State University wijst erop dat bossen belangrijk zouden kunnen zijn: door bosbouw bij de bestrijding van broeikasgassen te betrekken, zouden de kosten wat lager kunnen uitkomen.

Bovendien mogen politici zich dan wel vrijwel uitsluitend op een vermindering van de CO2-uitstoot richten, maar koolstofdioxide is niet het enige gas dat opwarming veroorzaakt. De op één na grootste boosdoener is methaan. Methaanreductie is zelfs goedkoper dan CO2-reductie. En omdat methaan een veel kortere levensduur heeft dan CO2, kunnen we door een vermindering daarvan de ergste opwarming op korte termijn deels voorkomen. De landbouwproductie is goed voor de helft van het methaan dat de mens veroorzaakt, maar ook rioleringen, stortplaatsen en kolenmijnen brengen het gas voort. Volgens professor Claudia Kemfert van het DIW, het Duitse instituut voor economisch onderzoek, zou een uitgave van 14 tot 30 miljard dollar aan methaanreductie – dankzij een verminderde opwarming – tussen de 1,4 en 3 maal zoveel opleveren.

We zouden ons ook sterker kunnen richten op een reductie van het zwarte koolstof, dat verantwoordelijk wordt gehouden voor maar liefst 40 procent van de huidige netto-opwarming, en een derde van de smelting van de Noordpool. Zwart koolstof is hoofdzakelijk het roet door dieseluitstoot en – in ontwikkelingslanden – door de verbranding van organisch materiaal om eten te koken en warm te blijven. Dit is uit te bannen door schonere brandstoffen en nieuwe kooktechnieken.

Hieraan zouden nog andere voordelen verbonden zijn. Roetvervuiling door vuur binnenshuis kost jaarlijks miljoenen levens, zodat een vermindering van zwart koolstof ook levens zou redden. Een groep economen onder leiding van de Amerikaan David Montgomery schat dat een bedrag van 359 miljoen dollar tot een realistische uitstootreductie van 19 procent aan zwart koolstof zou kunnen leiden. Dit zou een aanzienlijk afkoelingseffect op de aarde hebben en 200 duizend doden door vervuiling schelen. De netto jaaropbrengst zou in de miljarden dollars lopen, oftewel 3,60 dollar aan vermeden klimaatschade voor elke bestede dollar.

Kosten en baten zijn van belang. De beste oplossing voor de klimaatverandering levert het meeste goeds op tegen de laagste kosten. Met dit als uitgangspunt is het duidelijk dat er gebreken kleven aan een eenzijdige aandacht voor de CO2-uitstoot op de korte termijn. De meest relevante vraag is: waarom kiezen we geen oplossing voor de aardopwarming die ook echt zal werken?

Bjørn Lomborg is verbonden aan het Kopenhagen Consensus Center en de Kopenhagen Business School. Hij is schrijver van Cool It en The Skeptical Environmentalist.