Kosten van kinderen

Iedereen die in Nederland woont of werkt heeft recht op kinderbijslag voor de kinderen die tot zijn huishouden behoren of door hem of haar worden onderhouden. Dat staat in de Algemene Kinderbijslagwet. Met zijn voornemen om de kinderbijslag te verlagen in landen buiten de Europese Unie tornt het kabinet niet aan dat principe.

Met de toepassing van dit ‘woonlandbeginsel’ komen minister Rouvoet (Jeugd en Gezin, ChristenUnie) en staatssecretaris Klijnsma (Sociale Zaken, PvdA) tegemoet aan de wens van een meerderheid in de Tweede Kamer. Dit principe, waardoor de kinderbijslag ter plekke wordt aangepast aan het prijspeil in bijvoorbeeld Marokko of Turkije en dus verlaagd, wordt al jaren bepleit door een deel van de Kamer. Een motie van de SGP kreeg in maart van dit jaar royale steun: van CDA, PvdA, VVD, PVV, ChristenUnie en Verdonk.

Een minderheid in de Kamer (CDA, VVD, PVV, SGP en Verdonk) had wel verder willen gaan door in principe „de exporteerbaarheid van kinderbijslag” – zoals dat in een motie werd genoemd – te beëindigen, en een kleinere minderheid (VVD, PVV en Verdonk) pleitte ervoor in elk geval de kinderbijslag voor kinderen in Marokko en Turkije stop te zetten.

Kinderbijslag is bedoeld om het inkomensnadeel dat gezinnen met kinderen hebben in vergelijking met gezinnen zonder kinderen, enigszins weg te werken. Dat gebeurt vanuit de gedachte dat bij het opvoeden van kinderen de maatschappij een collectief belang heeft. Daarom is kinderbijslag inkomensonafhankelijk.

Vanuit dat principe is het logisch dat voor kinderen in het buitenland, van wie een ouder in Nederland woont en werkt en die via premies en belastingen meebetaalt aan het systeem, ook het recht op kinderbijslag bestaat. Vanuit hetzelfde principe is het ook verdedigbaar dat het woonlandbeginsel wordt toegepast. Een land als België doet dat al langer.

Er valt wel wat aan te merken op de recente aanleiding die de Kamer zag voor de invoering van het woonlandbeginsel. Dat was de fraude die zich met name in Marokko en Turkije met kinderbijslag regelmatig voordoet. Fraude moet worden onderzocht en bestraft, maar zou op zichzelf geen reden moeten zijn voor aantasting van een voorziening.

Een totale exportstop van kinderbijslag stuit in de praktijk op juridische bezwaren. Met Marokko (1966) en Turkije (1972) zijn bilaterale verdragen gesloten, die niet eenzijdig kunnen worden opgezegd. Zo goed als het lidmaatschap van de Europese Unie ook de mogelijkheden sterk beperkt om kinderbijslag louter oranje te kleuren. Al ontstaan er zo wel nieuwe ongelijkheden: in Nederland woonachtige ouders met kinderen in welvaartsarme EU-lidstaten als Roemenië en Bulgarije zijn straks beter af dan Marokkanen of Turken.

Verder zal uit het voorstel van Rouvoet en Klijnsma, dat nog in het kabinet moet worden besproken en dus nog niet openbaar is, logischerwijs horen te blijken dat consequente toepassing van het woonlandbeginsel in bepaalde landen ook tot verhoging van de kinderbijslag zal leiden.