Helft Somaliërs heeft hulp nodig

Het aantal inwoners van Somalië dat afhankelijk is van humanitaire noodhulp is in het afgelopen jaar toegenomen met 17,5 procent tot 3,76 miljoen, wat gelijkstaat aan naar schatting de helft van de totale Somalische bevolking. Dat blijkt uit een gisteren gepresenteerd rapport van de Food Security and Nutrition Analysis Unit for Somalia (FSNAU), een gezaghebbend onderzoeksagentschap dat gelieerd is aan de Verenigde Naties.

De FSNAU spreekt in een officiële verklaring van „de ergste humanitaire crisis” in Somalië sinds daar achttien jaar geleden een einde kwam aan de dictatuur en er (clan)geweld en burgeroorlog uitbraken. In 2007 al noemden de VN de humanitaire crisis in Somalië de ergste van heel Afrika.

De toename van het aantal Somaliërs dat aangewezen is op internationale hulpverlening is een gevolg van de opgelaaide strijd tussen opstandelingengroeperingen en regeringssoldaten en tussen verschillende opstandelingenbewegingen onderling. Driekwart van de 3,76 miljoen hulpbehoevenden leven in Zuid- en Centraal-Somalië, waar de gevechten zich concentreren. Daarnaast zet een al meer dan twee jaar durende periode van ongewone droogte de voedselvoorziening van veel mensen extra onder druk.

Het aantal ontheemden in Somalië is sinds januari van dit jaar bijna verdubbeld, zo blijkt uit de cijfers van de FSNAU. Inmiddels zijn 1,42 miljoen Somaliërs uit hun huizen gevlucht, terwijl dat er aan het begin van dit jaar nog 1 miljoen waren.

Eén op de vijf kinderen jonger dan vijf is volgens de FSNAU ondervoed. Dit komt neer op 285.000 kinderen. Zeventigduizend van hen zijn ernstig ondervoed en lopen een verhoogd risico te sterven indien zijn niet snel de juiste medische hulp ontvangen, aldus de FSNAU.

Kaart met cijfers van de FSNAU via nrc.nl/buitenland