Crisis laat nog decennia sporen na

Belegt de pensioenwereld wel goed genoeg? Een commissie van experts gaat het onderzoeken. Wie zijn de beste bondgenoot van de beurs? De ondernemingen of de vakbonden?

Zo beurzen, zo pensioenen. De aandelenmarkten hebben zich de afgelopen maanden in overrompelend tempo hersteld van hun dieptepunt in maart. De financiële positie van de pensioenfondsen, die afhankelijk is van de hoogte van de beursgraadmeters en de stand van de rente, is meegezogen.

Maar de nasleep van de beurspaniek in de zeven maanden tot maart 2008 zal tot ver in het volgende decennium voelbaar zijn. Pensioenpremies voor werkgevers en werknemers blijven historisch hoog, pensioenen van werknemers en ouderen blijven bevroren.

Hebben de pensioenfondsen een deel van het onheil aan zichzelf te wijten? Beleggen zij goed genoeg? Weten zij de risico’s van beurs- en de rentefluctuaties adequaat te beheren en te beheersen?

De pensioenwereld miste vorig jaar zo’n 16 miljard euro aan beleggingsopbrengsten, becijferde deze krant vorige week, doordat hun beleggingen over een breed front achterbleven bij de beursgraadmeters. Dat bedrag komt overeen met tweederde van de totale jaarlijkse premielast van werkgevers en werknemers. Sommige fondsen zoals die van KPN en TNT en het pensioenfonds voor de Metalektro hadden al voor de crisis last van ondermaatse rendementen. Pensioen is een dure arbeidsvoorwaarde, maar in tijden van crisis wordt het nog duurder, terwijl werkgevers juist dan kostenreductie prioriteit geven.

Een commissie onder leiding van voormalig topbelegger Jean Frijns van pensioengigant ABP gaat in opdracht van minister Donner (Sociale Zaken, CDA) het beleggingsbeleid van de pensioenfondsen sinds de jaren negentig onderzoeken. De Nederlandsche Bank heeft al een gedetailleerd onderzoek afgerond naar het beleggingsbeleid van tien fondsen. Dat wordt niet openbaar gemaakt.

De beschikbare publieke informatie wijst erop dat de afgelopen jaren een tweedeling in de pensioenwereld is ontstaan. Aan de ene kant staan de pensioenfondsen die voor grote individuele ondernemingen werken, zoals de Rabobank, Philips en ABN Amro. Zij hebben de schade van de crisis weten te beperken of daarvan, zoals het Rabofonds, juist volop geprofiteerd. Het Rabofonds had zich ingedekt tegen tegenslagen en de waarde van die verzekeringen is sterk gestegen. Het pensioenfonds boekte een positief rendement van ruim 10 procent.

Bij deze fondsen willen de ondernemingen niet verrast worden door onbeheersbare risico’s en extra kosten. De internationale boekhoudregels dwingen bedrijven om grote tekorten in hun pensioenfonds op de bedrijfsbalans te laten zien. Beleggers zien dat als een extra schuld. Dat werkt in crisistijd als een rode lap op een stier.

De ondernemingen zijn via hun financieel directeur of een afgevaardigde intensief betrokken bij het bestuur van het pensioenfonds, al zullen zij altijd ontkennen dat zij een overheersende rol spelen. De Pensioenwet zegt dat de belangen van alle betrokken partijen evenwichtig moeten worden behartigd. Deze ondernemingspensioenfondsen offeren de kans op extra rendement op in ruil voor meer zekerheid.

Aan de andere kant staan de grote pensioenfondsen die voor complete bedrijfstakken werken, zoals ABP (ambtenaren en leraren), Zorg en Welzijn en de twee pensioenfondsen in de metaalsector. Zij leden hoge verliezen en hadden zich niet of nauwelijks verzekerd tegen rentedalingen, zodat hun financiële positie per eind 2008 ver onder het wettelijk minimum zakte. De regels voor de pensioenwereld moesten verruimd worden om hen te redden.

Bij deze fondsen staan individuele werkgevers op grotere afstand. Zij zijn zelf geen medebestuurders, maar laten zich vertegenwoordigen door brancheverenigingen. Het medebestuur van de werknemers is in handen van vakbondsvertegenwoordigers.

Tussen deze twee uitersten ligt het grote grijze pensioenveld: er zijn 600 zelfstandige pensioenfondsen. Ja, diverse grote ondernemingspensioenfondsen leverden puike prestaties, maar onder de grootste verliezers zijn ook ondernemingspensioenfondsen, zoals die van Shell en Elsevier. Onder de echte probleemgevallen, die wellicht de pensioenen moeten verlagen om hun positie te herstellen, zijn twee ondernemingspensioenfondsen: die van Oce en Nutreco.

Daar staat tegenover dat sommige bedrijfstakpensioenfondsen ook fantastische prestaties hebben geleverd, dankzij beperking van risico’s. De Eendragt Pensioen, een fonds voor meerdere verpakkingsbedrijven, had een rendement van plus 4,4 procent. Het Bedrijfstakpensioenfonds Wonen boekte plus 9,8 procent rendement.

De commissie-Frijns zal lessen uit de crisis moeten trekken. De les van de pensioencrisis in 2002/2003 was dat je aandelen moest blijven bijkopen. Frijns leidde toen de beleggers van ABP en het fonds én Nederland hebben vervolgens volop geprofiteerd van het beursherstel. Nu moesten talloze pensioenfondsen hun aandelenbelangen beperken, zo diep was hun eigen crisis, en dat zal ook het herstel beperken. Dat kan vergaande gevolgen hebben. De aandelenmarkt is een trouwe bondgenoot van de vakbonden. Stijgende aandelenkoersen moeten pensioenen op langere termijn betaalbaar houden én genoeg opleveren om de pensioenuitkeringen te verhogen met de welvaart. De ondernemingspensioenfondsen die het goed deden in de crisis hebben dat bondgenootschap opgezegd. Zij kiezen voor zekerheid boven ongewisse pieken en dalen.