Bombarie in een bieb

In 2002 werd de Nieuwe Bibliotheek van Alexandrië geopend.

Na zeven jaar is de oogst gering: 350.000 boeken.

Zeewind, helder licht en jongens en meiden die hikkend van het lachen een hinkelwedstrijd houden. Voor wie aankomt vanuit Kairo, dat stijf staat van luchtvervuiling en fundamentalisme, is Alexandrië een verademing. Dé plek voor een instelling met grote en wereldse ambities als de Bibliotheek van Alexandrië (BA), de nieuwe versie van de legendarische bibliotheek die Caesar in brand zou hebben gestoken.

De nieuwe Bibliotheek, gebouwd met steun van onder meer de universiteit van Alexandrië en Unesco, opende in 2002. Toeristisch is ze een groot succes. „Ooow, this is huge!” hijgt een Amerikaanse in een groep die een rondleiding krijgt. Het gebouw, dat de rijzende zon voorstelt, huisvest onder meer een digitale bibliotheek, een planetarium, 5.000 computers voor het publiek, een ‘vliegende vergaderzaal’ en drie musea. Dagelijks bezoeken busladingen buitenlanders het ‘project’ en ze blijven gemiddeld een dag langer in de stad dan vóór 2002, weet de manager van een duur visrestaurant. Sinds de opening van de Bibliotheek zet hij in een week om wat daarvoor zijn jaaromzet was. „De Bibliotheek is een overwinning op de geschiedenis”, zegt hotelmedewerker Nada Labib, „iets wat de hele wereld bewondert.” Maar één ding ontbreekt: een Egyptisch publiek.

„De Arabische wereld heeft twee opties”, zei de Egyptische filosoof Hassan Hanafi een paar jaar geleden: „produceren of consumeren, uitvinden of overnemen, in het centrum staan of in de marge.” In die geest heeft de BA haar positie bepaald. Ze wil de allermodernste middelen inzetten om kennis te verzamelen uit alle windstreken – ook de doelstelling van de oude Bibliotheek. De BA is een voortrekker op technisch gebied. Het digitaal laboratorium bijvoorbeeld digitaliseert in duizelingwekkend tempo duizenden artikelen, kranten, kaarten en manuscripten o.a. van de Torah, de Bijbel en de Koran. Daarbij worden zoekinstrumenten, commentaren en steeds betere methoden van presentatie geleverd, die makkelijk tippen aan wat de British Library presteert. Ook de (internationale) conferenties, tentoonstellingen en concerten (bij elkaar 3.000 evenementen per jaar) zijn van het hoogste niveau, van de lunches tot de musici.

Het moet allemaal bijdragen aan de dialoog tussen verschillende beschavingen en ook aan politieke vernieuwing in de Arabische wereld – een doel waarvan men voorlopig verder verwijderd raakt, meent het handjevol deelnemers aan een jaarlijkse conferentie over de bibliotheek. De bibliothecaris Ismail Serageldin schrijft in het laatste jaarverslag dat er een aantal waarden is die elke moderne maatschappij moet bezitten: rationaliteit, creativiteit, respect voor bepaalde gedragscodes. Wetenschap stimuleert die waarden, de academische gemeenschap in islamitische landen moet bereid zijn om ervoor te vechten.

Maar juist studenten en wetenschappers in de regio zijn niet erg betrokken bij de BA. Dat merkte ook Petra Sijpesteijn, hoogleraar Arabisch in Leiden, toen ze een conferentie over Arabische papyrologie organiseerde in de BA. „Lokale studenten werden alleen uitgenodigd omdat de Nederlandse ambassade erop aandrong, en Egyptische academici waren niet erg geïnteresseerd.” Aan de technische vooruitstrevendheid van de BA hebben beginnende wetenschappers niet genoeg, denkt ze. „Je hebt toch gewone boeken nodig om een beeld te krijgen van de samenhang van een studieveld.” Maar boeken heeft de BA nauwelijks: slechts 350.000. Sijpesteijn: „Voor mij symboliseert die vliegende vergaderzaal hoe de Bibliotheek los zweeft van haar directe omgeving.”

Zakaria Enani is hoogleraar Arabische literatuur aan de Universiteit van Alexandrië en zou graag meewerken aan de dialoog tussen culturen. „Dat is vooral hier ter plaatse belangrijk, want Egypte discussieert niet meer, doordat het fundamentalisme zoveel greep heeft gekregen. Discussiëren over de maatschappij wordt gezien als God tegenspreken. Het is bedreigend. Eerlijk gezegd gaan de activiteiten van de BA langs de mensen hier heen. En als er al conservatieven naar zo’n conferentie komen, luisteren ze toch niet.”

Hoogleraar Amna Nosseir illustreert het van haar kant. Ze geeft filosofie aan de Al Azhar Universiteit en was voorzitter van een werkgroep tijdens de conferentie over islam en humanisme. „Die conferenties”, zegt ze, „hebben geen enkel nut, want al onze huidige problemen zijn in feite politiek. Met de islam is niets aan de hand. Het is het Westen dat wil dat wij ons geloof ter discussie stellen. Maar waarom moet ik boeten voor wat Duitsland vroeger de Joden heeft aangedaan? De BA is meer een instituut van het Westen dan van Egyptenaren.”