Bernanke maakt van zijn rol als centralebankier een heldenepos

Het ziet er naar uit dat Ben Bernanke in januari wordt herbenoemd als president van de Amerikaanse centrale bank, de Federal Reserve. Maar hij lijkt nu al bezig met het schrijven van zijn eigen versie van de economische geschiedenis, voor het geval dat.

In zijn toespraak tot de mondiale conferentie van centralebankiers in Jackson Hole, Wyoming, heeft het toonaangevende lid van de beroepsgroep beleggers de schuld gegeven van de crisis en de centralebankiers geprezen voor hun reactie.

Bernankes verhaal begint met het negeren van een grote vergissing. De conferentie van vorig jaar vond plaats weken vóór de ineenstorting van Lehman Brothers plaats, die de grootste financiële crisis sinds bijna een eeuw heeft veroorzaakt. Bernanke verontschuldigt zich terloops voor deze blindheid door te zeggen dat „we niet volledig konden doorgronden” wat er een paar weken later zou gebeuren. Volgens hem is de reden dat het zo fout ging dat beleggers in paniek raakten. De crisis vertoonde „enige kenmerken van een klassieke paniek”. Deze karakterisering biedt de voorspellers een makkelijke ontsnappingsroute, want stemmingswisselingen zijn onvoorspelbaar.

Voor Bernanke waren de centralebankiers de helden. Met de aanstormende horde irrationele beleggers in zicht zorgden zij ervoor dat het geld bleef stromen en kwamen met een reeks vernieuwende beleidsmaatregelen, die hebben voorkomen dat de financiële paniek tot een nieuwe Grote Depressie heeft geleid. In de woorden van Bernanke „had de uitkomst veel erger kunnen zijn”. Zijn inschatting is niet helemaal fout, maar als geschiedschrijving onvolledig en te mild voor de centralebankiers.

Eén reden dat de Federal Reserve en andere centrale banken de financiële crisis niet hebben zien aankomen, is dat zij de chemie van het systeem verkeerd begrepen. Hun eigen beleid tijdens de bloei van de markten bestond uit een licht ontvlambare mix van elementen. Een adequate reconstructie van de crisis zou de schuld leggeb bij de te lang te laag gehouden rente, bij het armzalige toezicht op de kredietverlening en bij een te toegeeflijke houding jegens financiële vernieuwing. Degenen die met kerosine morsen, moeten niet te veel eer krijgen voor het blussen van brandjes.

De fouten uit het verleden suggereren dat Bernanke te vroeg is om het ‘beslissende’ antwoord van de centralebankiers nu al te prijzen. Met hun ultralage rente en uitgebreide ondersteuning van de markten zijn de centrale banken onbekende wegen ingeslagen. Slechte resultaten – een hoge inflatie, een zwak herstel of zelfs een nieuwe financiële crisis – kunnen opnieuw tot ‘paniek’ leiden.

Edward Hadas