Voor het geld doe je het niet

Hockeyinternationals zijn professioneel bezig, maar krijgen er niet naar betaald.

Sommige hockeyers kiezen voor een maatschappelijke loopbaan en stoppen.

Zonder Thomas Boerma (28), een van de vaste waardes tijdens de Olympische Spelen in Peking, begonnen de Nederlandse hockeyers dit weekeinde aan het EK in Amstelveen. Boerma heeft voor zijn maatschappelijke carrière gekozen. „Bondscoach Michel van den Heuvel wil dat hockey op plaats één, twee en drie staat. Maar hockey brengt niet genoeg op om je daar volledig op te richten”, verklaart Boerma zijn keuze. Hij werkt nu als accountmanager binnendienst bij een uitgever.

De hockeyinternationals zijn rond de grote toernooi en professioneel bezig met hun sport, maar daar krijgen ze niet naar betaald. „De belasting is zo groot geworden”, zegt aanvoerder Teun de Nooijer. „Door de overvolle internationale kalender is het bijna onmogelijk om er iets anders bij te doen. Daardoor haken jongens als Boerma af. Dat is zonde.”

Timme Hoyng (33) brak pas vijf jaar geleden echt door, juist doordat hij het combineren van zijn sportieve en maatschappelijke carrière lastig vond. „Ik werkte bij een sportwinkeltje hier, bij een kledingwinkeltje daar. Dat heb ik allemaal moeten laten vallen.” Nu fotografeert Hoyng in tijden dat hij het minder druk heeft met hockey. „Als we ons voorbereiden op een groot toernooi moet ik helaas al mijn klanten laten gaan.”

Vera Vorstenbosch (22), die voor het eerst meedoet aan het EK, zou het fijn vinden als de sport volledig professionaliseert. „Dan kan ik helemaal voor het hockey gaan. Ik zou er dan voor kunnen kiezen om dingen erbij te doen. Nu moet ik wel.” Hoyng denkt dat het hockey professioneler kan worden als de achterban groter wordt. „Het grote geld komt toch van de televisie. Maar we hebben een te klein publiek. Hockey moet een straatsport worden, heel misschien kan het dan vercommercialiseren en professioneler worden.”

Het publiek kijkt alleen massaal naar hockey als het om grote finales gaat. Ruim twee miljoen mensen bekeken vorig jaar de olympische finale van de Nederlandse hockeysters. Als het om minder belangrijke wedstrijden gaat, zoals zaterdag toen de vrouwen tegen Azerbajdzjan speelden en de mannen tegen Polen, zijn minder mensen geïnteresseerd. Respectievelijk 90.000 en 181.000 mensen bekeken de wedstrijden live. Ter vergelijking: Studio Sport Eredivisie trok op dezelfde dag 1.371.000 kijkers.

De Euro Hockey League, de Europese clubcompetitie die is verdeeld over vier weekeinden in het jaar, wordt ’s middags uitgezonden op Net 5. „Het hockey wordt fantastisch in beeld gebracht”, zegt De Nooijer. „Je hoort wat de scheidsrechters zeggen en wat er in de kleedkamer wordt besproken.” Toch keken vorig seizoen slechts maximaal 100.000 mensen naar de duels. Volgens de recordinternational is het tijdstip een probleem. „Op vrijdagavond kijken meer mensen tv dan op zaterdagmiddag.”

Eric Treurniet van PRO Sport, de initiatiefnemer van de EHL, is het met De Nooijer eens. „Maar uitzenden in de avond is onmogelijk.” De advertentietarieven van televisiezenders zijn ’s avonds hoog. Zenders zenden daarom alleen programma’s uit waarvan ze zeker weten dat veel mensen kijken. „Hockey zal geen 2,5 miljoen kijkers opleveren waar de zenders op mikken.” Daardoor blijft de sport hangen in een vicieuze cirkel. Het publiek is niet groot genoeg voor de vrijdagavond, maar in de middag kijken weinig mensen televisie en dus zal het aantal tv-kijkers niet groeien.

De samenvattingen van de EHL worden ook uitgezonden tijdens de reguliere uitzendingen van Studio Sport. „Daar kijken soms wel een miljoen mensen naar.” Treurniet is er dan ook in geslaagd om, behalve ABN Amro, een aantal nieuwe sponsors voor de EHL aan te trekken, zoals Volvo. Hij denkt ook dat het publiek nog kan groeien. „Het duurt even voordat mensen erkennen dat ze op Net 5 hoge kwaliteit sport kunnen zien. En de EHL bestaat pas twee jaar, dus het is een relatief nieuw fenomeen.”

Maar ook al zou het publiek groeien, de directeur van de hockeybond Johan Wakkie denkt niet dat de sport ooit volledig professioneel wordt. „We gaan niet op voetbal lijken en het gaat waarschijnlijk nooit gebeuren dat alle internationals fulltime hockeyen. De sport [210.000 leden in Nederland, red.] kan ook niet veel verder groeien. Ik zou niet weten hoe ik dat moet organiseren.” Wakkie meent dat de hockeyers op zoek moeten naar werkgevers die rekening houden met hun sport. „Soms zijn de internationals heel druk met hockey, maar als ze alleen met clubhockey bezig zijn, kunnen ze er prima naast studeren of werken.”

„Je kunt ervoor kiezen iets naast hockey te doen waar je je niet volledig in kunt ontwikkelen”, reageert oud-international Boerma. „Maar dat wilde ik niet. Ik wil me op mijn carrière storten, daarom ben ik gestopt.”

Wakkie vindt het jammer dat sommigen besluiten te stoppen. „Maar Thomas was toch wel voor zijn carrière gegaan, dat had ik niet opgelost met 5.000 euro extra.”