Uil in de olmen bij vallen van de nacht

Na zonsondergang mag je de Nederlandse bossen niet meer in. Maar negeer dit verbod eens en luister op een mooie zomernacht naar roepende uilen.

In de bossen bij De Bilt (Beerschoten, Houdringe en het Panbos) lopen vlak na zonsondergang nog wel wat mensen. Ze laten hun hond uit. Dieper het bos in wordt het rustiger.

Na een half uur klinkt het eerste uilengeluid: „Ke-wiek!” – een vrouw bosuil. Niet lang daarna horen we het spookachtige „Hoehoehoe...” dat we kennen uit nachtelijke bosscènes in Engelse detective-series: de bosuilman.

We wandelen met een tactisch boogje om een huis dat midden in het bos staat en waar, naar men zegt, de boswachter woont. Dan opeens: „P-tsiep!” – het krachtige, „niezende” geluid van een jonge bosuil. Het jong kan al een beetje rondfladderen, maar laat zijn ouders voortdurend horen waar hij zit, zodat ze hem eten kunnen brengen.

Een half uur later roept een jonge ransuil niet ver van ons vandaan: „Pieoew!” Volwassen ransuilen horen we niet. Die zijn er ongetwijfeld, maar ze zijn veel zwijgzamer dan volwassen bosuilen en het „hoeoe” dat ze soms maken draagt niet ver.

Na ruim twee uur rondwandelen maken we de balans op: 5 volwassen bosuilen, 7 jonge, en 4 jonge ransuilen hebben zich laten horen.

Afgezien van de hondenbezitters zijn we niemand tegengekomen. Het kost ons in het donker moeite om de uitgang van het bos te vinden.

De uilen hebben zich niet merkbaar gestoord aan onze aanwezigheid. Een van de „ke-wieks” klonk zelfs heel dichtbij. Zich door het bos bewegende grote zoogdieren – zoals loslopende honden en illegale nachtwandelaars – kunnen voor een uil heel interessant zijn: een groot zoogdier verstoort kleine zoogdieren. Wegrennende muizen zijn gemakkelijker te zien en te vangen. Zo bezien kan de mens nog een nuttige functie vervullen in het nachtelijke bos.

Dieren die ’s nachts ernstig verstoord kunnen worden, zoals nachtzwaluwen en damherten, zijn er niet in dit bos. Toch is verstoring van de fauna wel de reden dat de mens ’s hier nachts wordt geweerd.

Of is het nachtverbod gewoon maar een gewoonte? Iets wat al een eeuw bestaat en waar al lang niet meer over wordt nagedacht? Bij navraag blijkt dat Staatsbosbeheer de bepaling steeds vaker op de borden weglaat. „In de praktijk is het meestal geen probleem als er ’s nachts eens iemand rondwandelt”, zegt de woordvoerder. „De rust, stilte en donkerte van de nacht zijn een schaars goed in dit land. Dat heeft zeker ook een recreatieve waarde.” Alleen bij kwetsbare plekken – dassenburchten, plaatsen waar nachtzwaluwen baltsen – heeft het verbod wel zin.

En soms trekt een bos gewoon de verkeerde lieden aan. Bij Roermond waren er opeens veel wildkamperende Oost-Europeanen in de bossen, en dus werd het verbod daar weer in ere hersteld. Ook in het gebied onder Breda liep het uit de hand: stropers, zwervers en hangjeugd. Maar in de meeste bossen speelt dat niet.

Natuurmonumenten houdt wel vast aan een strikt nachtverbod: „Wij zijn er op de eerste plaats voor de flora en de fauna. Het is wat ons betreft niet nodig dat er nachts ook maar één persoon in onze gebieden komt.” De provinciale landschapsstichtingen verschillen in hun nachtbeleid. Sommige gaan er vrij soepel mee om, andere zijn heel strikt.