Tien keer clubkledij

Polo’s, capuchontruien, stropdassen, trainingsbroeken, jassen en zelfs onderbroeken worden door studenten voorzien van de naam van het studentenhuis, -dispuut of -vereniging.

„Als iedereen van dezelfde club dezelfde polo of trui draagt, dan zorgt dat voor groepsidentiteit en groepsbinding. Mensen voelen zich een deel van de groep en tonen dat met hun kledingkeuze”, zegt Gillian Vogelsang. Zij is textiel- en kostuumhistorica, gespecialiseerd in kleding en identiteit. „Alles wat we dragen, zegt iets over onszelf. De kleuren, de combinatie en de manier waarop je iets draagt.”

Studentenkleding is opvallend vaak blauw of zwart. Redelijk neutrale kleuren, want iedereen van het team moet zich er natuurlijk in kunnen vinden. Maar de versieringen en letters zijn wel vaak fel van kleur. Vogelsang: „Kleur is steeds meer in, zowel bij mannen als vrouwen. Je ziet bijvoorbeeld steeds meer mannen met een roze overhemd.”

De huisgenoten van een studentenflat op de Oudraadtweg hebben een blauwe polo met de knalroze letters ‘TERP 13’. Mo, Goofy, Henny en Flip, zoals ze zichzelf noemen, trekken de polo aan voor de foto. Mo: „We hebben onze verdieping ‘De Terp’ genoemd, omdat Hans Terpstra hier gewoond heeft.”

Bij de Engelenbak in Delft dragen ze de stropdas bij vergaderingen. De huiskleding dragen ze als de jongens naar de studentenvereniging gaan met huisgenoten en bij huisuitjes.

De dresscode van sommige verenigingen is zo streng, dat het bijna lijkt of de leden een uniform dragen. Vogelsang: „Het verschil tussen uniform en uniformiteit is dat uniformen vastliggen, zoals bij postbodes of politieagenten. Bij uniformiteit draagt iedereen dezelfde soort kleding omdat het nu eenmaal zo hoort. Golfers bijvoorbeeld dragen vaak hetzelfde, terwijl dat niet toch niet zo streng is vastgelegd. Het laat vooral zien dat iemand golft en bij de golfgroep hoort.”

Majolein Kooyman

Op deze pagina’s wordt het studentenleven de komende twee weken in beeld gebracht.