Paul Kooij zet malicieuze Zieke neer

Theater De ingebeelde zieke Molière door De Utrechtse Spelen. Gezien: 23/8 Stadsschouwburg, Utrecht. Te zien t/m 19/9. Inl.: www.deutrechtsespelen.nl****

De glimmend zwarte doodskist klapt open: gehuld in wit gewaad rijst de Parijse bourgeois Argan op, de bedlegerige tiran die ervan overtuigd is aan de verschrikkelijkste ziektes te lijden. Zijn lijfarts Purgon en huisapotheker Fleuret roemen de man die de dood heeft overwonnen. Rond het hoofd van Argan, gespeeld door Paul R. Kooij, verschijnt een stralenkrans die hem een bijna goddelijke status geeft, alsof hij zonnekoning Lodewijk de Veertiende zelf is.

In dit openingsbeeld van de komedie De ingebeelde zieke (1673) van Molière geeft regisseur Jos Thie de kern van zijn voorstelling prijs: Argan is helemaal niet ziek, hij liegt zijn kwalen en is verzot op geklaag. Hoofdrolspeler Kooij acteert prachtig de malicieuze simulant, die zijn lievelingsdochter uithuwelijkt aan een medische paljas om aan goedkope diagnose en behandeling te komen.

Met De ingebeelde zieke presenteert Jos Thie op grootse, wervelende wijze het nieuwe gezelschap De Utrechtse Spelen. Vol fantasie volgt hij de traditie van het comédie-ballet, waarvan Molière de geestelijk vader is. Barokke decors en kostuums, pruiken als suikerspinnen, gestileerde dansbewegingen tijdens de entr’actes en de oorspronkelijke kamermuziek van Marc-Antoine Charpentier stofferen de wereld van de kranke Argan. In contrast met die 17de-eeuwse overdaad prijkt het hedendaagse ziekbed, versierd met infuusstandaards en ander medisch gerief, midden op het podium. Arts en apotheker, vertolkt door Karel de Rooij en Peter de Jong (Mini & Maxi), komen graag tegemoet aan Argans verslaving aan kwakzalvers: ze dienen klisma’s toe en purgeren ’s mans onderlijf dat het een lieve, vieze lust is.

In tal van andere uitvoeringen van De ingebeelde zieke, bijvoorbeeld met Ton Lutz in 1973, is Argan aan het bed gekluisterd; zo niet Kooij. Die rent heen en weer, springt op van zijn bed. Maar aan al deze vitaliteit kleeft een nadeel: Argan wordt nergens tragisch. Dat is jammer. Molière schreef weliswaar een komedie, maar hier mist de harde, duistere kant van Argan. Verslaving aan ziek-zijn is ook een ziekte. Kooij is soms te opgezweept en aandoenlijk.

Thie heeft een voorbeeldige groep spelers uitgekozen, van wie enkelen eerder optraden in de remake van Ja zuster, nee zuster (2003). Dat is natuurlijk een pikant detail: zuster Clivia (Loes Luca) meets Molière. Nu speelt Loes Luca de huishoudster Toinette, die een dubbele verhouding heeft met Argan: ze is zijn verzorgster en stiekeme minnares. Met haar vileine accent en komediantentiming zorgt Luca voor een perfecte rolinvulling.

Tjitske Reidinga speelt Béline, de overspelige echtgenote van Argan. Zij heult met de notaris (een treffende rol van Vincent Croiset) en klaagt mee met Argan. Hoe zieker haar man, des te meer reden ze heeft voor haar erotische escapades. Reidinga maakt van de rol een briljante miniatuur van de hartstochtelijke vrouw, verstikt in een verloren huwelijk. De strakke jurk die ze draagt symboliseert haar ingesnoerde verlangens.

Peter Blok heeft een energieke, leidende rol als Béralde, broer van Argan. Aan het slot draagt hij de dolgedraaide amusante scène, waarin Argan zelf als dokter in de medische stand wordt geheven. Potjeslatijn, onzinnige diagnoses, zelfverheerlijking en kritiek op de medische stand komen hierin samen. Het beeld van de arts die zichzelf een koning waant, klopt historisch. Molière schreef het stuk voor Lodewijk XIV.

Als je weet dat Molière, die zelf de titelrol speelde, een uur na de vierde uitvoering van De ingebeelde zieke stierf, kijk je toch anders naar dit blijspel. Molière was werkelijk doodziek. Het theater liet hij gelukkig dit meesterlijke stuk na.