Hoge olieprijs niet altijd gunstig voor beurskoersen oliebedrijven

Het beleggen in oliemaatschappijen is een glibberige aangelegenheid. Na in de tweede helft van vorig jaar met bijna 80 procent te zijn gekelderd, is de olieprijs sindsdien weer overeind gekrabbeld, waardoor de helft van de val is goedgemaakt.

Maar beleggers die aandelen van giganten als ExxonMobil of Shell bezitten, hebben daar niets van teruggezien. De koers van Exxon is nu zelfs iets lager dan in december. Olieprijsstijgingen kunnen de beurskoersen van de grote olieconcerns een steuntje in de rug geven, maar op de langere termijn zorgen ze voor minder goede prestaties.

Kleine, onafhankelijke oliemaatschappijen als Anadarko Petroleum en Apache hebben het beter gedaan. De beurskoersen van beide bedrijven zijn sinds december met ruim 40 procent gestegen. Maar bij de grote concerns zijn de neerwaartse risico’s kleiner als de olieprijs keldert. Vorig jaar juli piekte de prijs op 147 dollar per vat en werden de aandelen van Exxon verhandeld op 83 dollar per stuk. Tegen de tijd dat de olieprijs in december een bodem bereikte van 32 dollar per vat, was de koers van Exxon nog geen 15 procent gedaald, maar die van Anadarko gehalveerd.

Grote concerns beschikken doorgaans over de middelen om zich in te dekken tegen prijsdalingen. En zij bezitten ook vaak raffinaderijen en chemische bedrijven, die bredere winstmarges kennen als de olieprijs daalt.

Daarnaast zijn er nog andere factoren die zorgen voor een ontkoppeling tussen de olieprijs en de koersontwikkeling van de grote olieconcerns. Sinds het einde van de negentiende eeuw zijn de productieovereenkomsten tussen overheden en oliemaatschappijen steeds gunstiger geworden voor de betrokken landen. Bij deze contracten is dikwijls sprake van glijdende schalen, die het gastland in staat stellen een hoger percentage van de inkomsten naar zich toe trekken als de olieprijs stijgt.

Olieprijsstijgingen leiden ook tot het zoeken naar nieuwe voorraden, waardoor de prijs van alles wat nodig is voor de productie van olie toeneemt, van de salarissen van geofysici tot booronderdelen. Als de olieprijs hoog blijft, worden deze effecten nog versterkt.

Dat geeft beleggers goede argumenten in handen om te denken dat de winsten in de loop der tijd zullen dalen als de prijs hoog blijft. Anderen kunnen, op grond van de ervaringen uit het verleden, denken dat de hoge prijzen wel weer zullen vervliegen. Hoe dan ook, de koers-winstverhouding van de grote olieconcerns daalt meestal als de olieprijs stijgt.

Kleinere firma’s zijn vaak riskanter, maar hun beursprestaties volgen de prijsontwikkeling beter. Zij hebben meestal meer vreemd vermogen op hun balans staan, zodat een daling van de olieprijs het moeilijker kan maken hun schulden af te lossen, waardoor hun beurskoers onderuit kan gaan. Maar stijgende prijzen leiden tot een scherpe verhoging van het rendement op hun aandelen. Beleggers die een gokje willen wagen op de energieprijzen zouden er wel eens achter kunnen komen dat klein inderdaad fijn is.

Robert Cyran