Hilter, Stalin en Balten

Twintig jaar geleden vormden ruim een miljoen mensen een langgerekte keten tussen Tallin, Riga en Vilnius door elkaars hand vast te houden. De burgers van Estland, Letland en Litouwen herdachten op die 23ste augustus 1989 niet alleen het (deels geheime) verdrag waarmee de ministers Molotov en Ribbentrop op dezelfde augustusdag in 1939 onder meer Polen en drie Baltische landen hadden opgedeeld tussen Duitsland en de Sovjet-Unie. Ze lieten er ook mee zien dat ze zich een halve eeuw na dit begin van de Tweede Wereldoorlog uit de Sovjet-Unie wilden losmaken.

De keten bleek een doorslaand succes. In november 1989 schaarde het sovjetparlement van Estland zich achter een soevereiniteitsverklaring. In december dat jaar maakte de communistische partij van Litouwen zich los van de CPSU. In maart 1990 verklaarde het parlement van Litouwen zich onafhankelijk. En in mei volgde Letland. Sinds 2004 zijn de drie landen lid van zowel NAVO als Europese Unie.

Gisteren is deze keten door vijftigduizend Esten, Letten en Litouwers herdacht. De drie premiers riepen Europa op om „eerlijk en openlijk” te erkennen dat hun naties slachtoffer waren van twee totalitaire regimes. Dat heeft het Europese Parlement vorig jaar al gedaan. Maar het ging hun niet zozeer om Brussel als om Moskou. „Ik hoop dat Rusland ooit de geschiedenis begrijpt en op waarde schat”, aldus premier Kubilius van Litouwen.

Op dit moment ziet het daar niet naar uit. De autoriteiten in Moskou zelf hebben het ‘duivelspact’ ooit geopenbaard. Eind 1989 onthulde een commissie, die door partijleider Gorbatsjov in het leven was geroepen en werd geleid door politbureaulid Jakovlev, de inhoud van de geheime protocollen. Het huidige bewind wil de klok echter terugdraaien. In mei vaardigde president Medvedev een decreet uit tegen „vervalsing van de geschiedenis ten koste van de belangen van Rusland”.

Maar dat wil niet zeggen dat de geschiedschrijving in de Baltische landen wel toonbeeld van openheid en eerlijkheid is. Van regressie is geen sprake. Maar de verhouding tussen slachtofferrol en daderschap is twee decennia na dato ook niet in balans. Dat Estland, Letland en Litouwen in 1939 de dupe waren van het duvelspact is er gemeengoed. Dat de drie het oprukkende Rode Leger in 1944 hebben ervaren als een bezettingsmacht is dat ook, althans buiten de kring van de gestaalde kaders en de Russisch sprekende gemeenschappen. Minder aandacht is er voor het feit dat Wehrmacht en SS in 1941 door substantiële groepen in de samenlevingen werden begroet als bevrijder. Vooral Joden werden het slachtoffer van de reflex de vijand van de vijand als vriend te omarmen.

Dat is geen argument om de historische trauma’s die de Baltische landen in de twintigste eeuw hebben opgelopen, te bagatelliseren. Maar de voortdurende hang naar politieke historiografie illustreert wel dat de twintigste eeuw ook in het nieuwe Europa nog niet voorbij is. Vrij onderzoek en nieuwe inzichten blijven dan ook gewenst. Want openheid over de geschiedenis is cruciaal voor de eenheid van Europa.