Eén keer erover. Dat was genoeg

Polsstokhoogspringer Steve Hooker ging geblesseerd naar de WK in Berlijn.

De Australiër had maar twee sprongen nodig om wereldkampioen te worden.

Als polsstokhoogspringer hoef je geen reeks te springen om wereldkampioen te worden. Je kunt ook volstaan met één sprong. Of twee, zoals de Australiër Steve Hooker (27) zaterdagavond bewees bij de WK atletiek in Berlijn. Hij riep de tijd van de Oekraïense grootmeester Sergej Bubka in herinnering.

Het verhaal van Hooker had zaterdag bijna een jongensboekachtige toon. Je komt als olympisch kampioen naar Berlijn met een zware dijbeenblessure – een gekwetste spieraanhechting op het schaambeen, opgelopen tijdens het trainingskamp van de Australische ploeg in Keulen – neemt het risico van deelname, krijgt pijnstillende injecties en verovert met drie sprongen – de kwalificatiewedstrijd van donderdag meegerekend – de wereldtitel.

Zelfs Hooker viel achterover van verbazing. „Ik had met veel rekening gehouden, maar niet dat ik wereldkampioen zou worden. Voor de finale dacht ik: met een beetje geluk spring ik over 5,85 meter en hopelijk is dat goed genoeg voor een zilveren of bronzen medaille. Ik kan het amper geloven. Die Franse jongens [Romain Mesnil en Renaud Lavillenie, red.] springen dit jaar zo sterk, dat de wereldtitel me onder deze omstandigheden uitgesloten leek.”

Maar Hooker, die uiterlijk treffende gelijkenissen vertoont met de Nederlandse volleybalinternational Kay van Dijk, beseft schijnbaar nog niet dat hij momenteel de leidende polsstokhoogspringer is en niet de twee Fransen. De cijfers wijzen dat ook uit. Routinier Mesnil (32), die in Berlijn zilver won, heeft nooit over zes meter gesprongen, het talent Lavillenie (22), goed voor brons, dit jaar voor het eerst (6,01 meter), tegenover drie geslaagde zesmetersprongen van Hooker, de laatste over 6,06 meter in februari van dit jaar in Boston. En kenners zeggen dat Hooker de kracht, de techniek, de souplesse en de mentale bagage heeft Bubka’s wereldrecords uit het begin van de jaren negentig van 6,14 (buiten) en 6,15 meter (binnen) te breken.

Hooker is een sportman met een leeuwenhart, dat bewees hij zaterdag in het volgepakte Olympiastadion. Wetende dat hij één, misschien twee, hooguit drie keer kon springen, begon de Australiër aan een zwaar mentaal gevecht. Terwijl zijn concurrenten zich vanaf 5,50 meter aanvangshoogte in een vertrouwd ritme omhoog werkten, moest Hooker zijn spieren warm zien te houden en geconcentreerd zien te blijven. Bij een wedstrijd polsstokhoogspringen praat je dan niet over seconden of minuten, maar met inbegrip van de warming-up, over enkele uren. Te lang voor de werking van een pijnstiller, want terwijl Hookers concurrenten zwoegden met de hoogte van 5,65 meter gaf de scheidsrechter hem toestemming zich in de catacomben door de Australische teamarts te laten injecteren met een tweede pijnstiller.

Op 5,85 meter, toen naast Mesnil en Lavillenie alleen nog de Oekraïener Maksym Mazuryk in de strijd was, besloot Hooker zijn eerste poging te wagen. „Met de bedoeling een medaille veilig te stellen, niet om wereldkampioen te worden. Dat leek me onhaalbaar”, zei hij later. De Australiër bundelde zijn energie, sprak al zijn krachten aan en leek te slagen in zijn opzet. Maar, helaas voor hem wipte de lat door een licht aanraking met zijn borst uit de leggers.

Hooker had de smoor in, maar kreeg eenmaal op de grond weer moed toen na een paar passen zijn gekwetste dijbeen redelijk ongeschonden aanvoelde. Hij kon nog wel een gokje wagen, meende de atleet. Aangezien Mesnil intussen als enige over 5,85 meter was gesprongen, pokerde Hooker door de lat op 5,90 te laten leggen.

De spanning in het stadion was bijna tastbaar toen Hooker zijn aanloop nam, de polsstok kromde en zijn lange lijf met katachtige lenigheid over de lat krulde. De Australiër slaagde en leverde met een minimum aan inspanningen een maximaal resultaat. Bovendien voegde hij een historisch moment aan de WK-geschiedenis toe. Achteraf zag Hooker het voordeel van zijn gespaarde energie, „want die Franse jongens waren behoorlijk vermoeid”.

Het was een buitengewone prestatie van een sportman die acht jaar geleden lang met de vraag worstelde of hij mentaal wel geschikt was voor polsstokhoogspringen. Hij kreeg de techniek, maar niet onder de knie en gooide uit frustratie meer met stokken dan ze effectief voor springen te gebruiken. Hooker vond het op een goed moment welletjes en wilde stoppen. Het zou toch niets worden met polsstokhoogspringen. „Niets is frustrerender dan mentaal geblokkeerd te zijn”, zei hij over die periode in een interview met de krant The Australian.

Met behulp van een hypnotiseur en een sportpsycholoog overwon Hooker zijn crisis, waarna een verhuizing van zijn geboortestad Melbourne naar Perth hem van de laatste twijfels afhielp. Daar sloot hij zich aan bij de groep polsstokhoogspringers van de hoogaangeschreven Russische trainer Alex Parnov, wiens aanpak is gebaseerd op techniek en rivaliteit.

Hooker vond zijn biotoop en ontwikkelde zich tot een topspringer. Na in 2006 in zijn vertrouwde Melbourne de Gemenebest Spelen te hebben gewonnen, werd hij twee jaar later in Peking olympisch kampioen. Om daar zaterdag op halve kracht de wereldtitel aan toe te voegen. Uniciteit blijft niet verborgen.