Vlaamse woede over uitstel van baggeren is hypocriet

Niet de Westerschelde is het probleem, maar politici die er moeite mee hebben om met verschillende partijen om de tafel te zitten en te luisteren, meent Tom Naegels.

Vlaamse woede over uitstel van baggeren is hypocriet. Illustratie Rhonald Blommestijn Blommestijn, Rhonald

Sommige mensen nemen hun wensen wel érg voor werkelijkheid. „Met het lam leggen van de Scheldeverdieping heeft men de Antwerpenaar op de ziel getrapt”, foetert Eddy Bruyninckx, de directeur van de Antwerpse haven, in de Belgische pers. „Het zit in het collectief geheugen gebrand dat de haven zorgt voor welvaart en welzijn van Antwerpen en van Vlaanderen. Als onze noorderburen dat in de weg staan, dan versterkt dat alleen maar het sluimerend anti-Nederlandse gevoel bij de mensen.” Met andere woorden: begin nou maar snel met baggeren, kaaskoppen, of een mosselboycot zal nog de minste van jullie zorgen zijn. God weet wat er gebeurt als de veenbrand van de sluimerende anti-Nederlandse gevoelens eenmaal uitslaat.

Maak een zin met ‘Bruyninckx’, ‘beetje’, ‘maakt’ en ‘belachelijk’. Ik ben zelf Antwerpenaar, en als dat iemand kan geruststellen: op mijn ziel voel ik me nu niet meteen getrapt. En er zit veel in mijn collectief geheugen gebrand, maar dat de haven zorgt voor welzijn en welvaart? Ik wéét dat, zoals ik weet dat de EU een uniek model van parlementaire democratie op supranationaal niveau is – maar als we het hebben over de rol van sluimerende gevoelens en collectieve geheugens in de relatie tussen Vlamingen en Nederlanders, dan denk ik toch eerder aan voetbal, comazuipen en antwoord krijgen in het Duits, als je in Amsterdam een biertje vraagt.

Dat neemt niet weg dat wij, Belgen, gelijk hebben. Ik heb er de verzamelde Vlaamse en Nederlandse pers van de afgelopen week even op nageslagen en werkelijk iedereen beaamt het: ‘de Belgen hebben gelijk’. NRC Handelsblad vindt het, de Volkskrant vindt het, GroenLinks vindt het, de VVD vindt het, de voorzitter van de Commissie Natuurherstel Westerschelde vindt het, het Nederlands Instituut voor Ecologie vindt het – ja, zelfs de vereniging van Nederlandse transporteurs vindt het: de Nederlandse regering heeft zich laten inpakken door een klein groepje Zeeuwse landbouwers, waardoor ze een degelijk akkoord eenzijdig en ondoordacht heeft aangepast, waardoor dat akkoord verworpen werd door de Raad van State. Als zovelen ons gelijk geven, dan is het slechts een kwestie van tijd voordat ook de Nederlandse regering haar vergissing inziet. Dat komt wel in orde, denk ik dan.

Misschien is het daarom goed om al wat verder te denken over hoe we in de toekomst kunnen omgaan met dergelijke situaties. Want als de Vlaamse, en zeker de Antwerpse politici en havenbonzen eerlijk zijn tegenover zichzelf, dan weten ze dat ze al vaker in een vergelijkbare situatie hebben gezeten: een groot infrastructuurproject dat van levensbelang is voor de economie en waarover na lang onderhandelen eindelijk een akkoord werd gesloten, moet toch weer uitgesteld worden omdat een actiegroep juridisch verzet aantekent en gelijk krijgt, of omdat een politieke partij zwicht voor gelobby. Nu het leidt tot een klein conflictje met Nederland kunnen de Vlamingen wat tromroffelen over boycots, goed nabuurschap en de liefde van de Antwerpenaar voor zijn haven. Maar meestal gaat het om een binnenlandse aangelegenheid, en dan blijkt die liefde voor haven en industrie echt niet zo groot.

Zo zit er jaren vertraging op de aanleg van een nieuw havendok in Antwerpen, omdat actiegroepen aanvechten dat daarvoor een dorpje moet verdwijnen. Er zijn al dertig jaar plannen voor de verbreding van een kanaal naar de haven van Zeebrugge: die worden telkens geblokkeerd. En het heetste dossier van al: Antwerpen is al jaren in rep en roer over de bouw van de ‘Lange Wapper’, een enorm dubbeldeksviaduct dat het fileprobleem op de Antwerpse Ring moet oplossen, maar dat over woonwijken heen zal lopen en dus op fel verzet van de Antwerpenaars stuit. Ook dat dossier sleept al tien jaar, er leek schot in de zaak te komen, tot er toch weer een nieuwe studie en een referendum afgedwongen werden.

In wezen heeft dit conflict over de uitdieping van de Westerschelde dus niets te maken met het goede of slechte nabuurschap van Vlaanderen en Nederland. Het gaat over een overheid die klem gezet wordt door een belangengroep, omdat die erin slaagt de publieke opinie te mobiliseren of gewoon gelijk krijgt van de rechter. Het gaat om de overgang van het klassieke overlegmodel met vaste partners, naar een overlegmodel met eerder toevallige partners. Politici reageren vaak korzelig op die nieuwe burgerbewegingen. „Op die manier kunnen we nooit nog ergens een beslissing over nemen”, redeneren ze. „Er zal altijd wel iémand zijn die zich benadeeld voelt. En als die dan de pers of een rechter meeheeft, dan zijn wij de pineut.”

Het wordt tijd dat we een evenwicht vinden. Het moet mogelijk zijn om noodzakelijke en ingrijpende infrastructuurwerken op tijd uit te voeren, dus zonder dat een beslissing eindeloos wordt aangevochten en uitgesteld. Maar dat kan alleen als politici leren omgaan met burgerbewegingen. Vaak worden die eerst genegeerd en weggelachen, tot ze de pers halen, waarna ze overdreven zwaar gaan wegen. Betrek ze vanaf het begin, erken hun macht en hun legitimiteit.

Omgekeerd is de publieke opinie een traag beest, dat dikwijls pas wakker wordt als alle officiële overlegmomenten al voorbij zijn. Ook daar moet een eind aan komen: een betrokken burger is van bij het begin betrokken, anders heeft hij geen stem. En uiteraard is het noodzakelijk dat de uiteindelijke beslissing juridisch steek houdt.

Het zou goed zijn als we op die manier zouden kunnen komen tot een rien ne va plus-regeling, een moment waarop een beslissing definitief is en de uitvoering ervan niet meer kan worden gestopt, zonder dat burgers achterblijven met een kater. Dat lijkt me nuttiger dan een spelletje Nederland-Vlaanderen maken van een probleem waar ze in alle Europese landen mee kampen.

Tom Naegels is romanschrijver en columnist bij De Standaard.