Tussen modder en make-up

Fotograaf Annie van Gemert fotografeerde dertig jongensachtige meisjes en meisjesachtige jongens. Verwarring in het hoofd van de kijker.

Laat dit duidelijk zijn: de kinderen op deze foto’s twijfelen niet. Ze voelen zich prima thuis in hun lichaam, ze hebben geen problemen met hun geslachtsidentiteit, hebben geen last van genderdysforie. Ze zijn, kortom, gewoon jongen, of meisje. Als er al sprake is van verwarring of twijfel, dan zit die in het hoofd van de kijker. De kijker die niet weet wat hij ziet en op zoek moet naar aanwijzingen om het geslacht te raden van het kind op de foto.

Waar op te letten? De vorm van het gezicht. Hoekig voor een jongen, rond voor een meisje? De lange lokken voor het gezichtje. Een meisje? De verlegen, introverte oogopslag. Meisje? Het magere, gespierde lijfje. Een jongen? Mis. Keer op keer wordt de kijker op het verkeerde been gezet. Het typische meisje is een jongetje en andersom.

Fotograaf Annie van Gemert (1958) heeft dertig jongensachtige meisjes en meisjesachtige jongens geportretteerd voor haar boek Jongens en Meisjes. In haar beelden vangt ze die korte tussenfase waarin deze kinderen nog androgyn zijn. Geportretteerd vlak voor en na hun ‘omwenteling’, het moment waarop hun ware sekse definitief doorbreekt. Meestal is dat wanneer de puberteit aanbreekt, wanneer de middelbare school begint en ze, door groepsdruk of hormonen, afscheid nemen van hun kindertijd. Hun uiterlijk toont de veranderingen.

Sommige kinderen volgde Annie van Gemert van jongsaf aan en een paar jaar, waardoor het omslagpunt zichtbaar wordt. Eline met haar korte piekhaar blijft lang een jongetje. Als veertienjarige, als ze overduidelijk het meisje is geworden dat ze is, kijkt ze naar de foto’s van weleer. En geneert zich een beetje. Het korte haar was geen keuze, zegt ze tegen Marijke Libert, die voor het fotoboek met elf van de dertig kinderen sprak. „Ik deed maar wat, heel onbevangen.” Ze was sportief, hield van avontuur en ja, dan speel je eerder met jongens dan met meisjes.

Zo simpel is het, ook volgens Annie van Gemert. De jongensmeisjes zijn sportief, avontuurlijk, spelen graag buiten. De meisjesjongens hebben de zachte trekken van hun moeder geërfd. De meisjes lijken meer op hun vader. Was Van Gemert – grijze krulletjes, lange broek, open sandalen – soms zelf zo’n jongensmeisje, opgegroeid met zes broers en een zusje op een boerderij in Brabant? Ze is altijd jongensachtig geweest, speelde buiten met haar broers. En keek, net als de meisjes uit haar boek, nooit in de spiegel. Nu nog niet. Ze heeft nooit make-up gedragen. Eigenlijk, zegt ze, is ze daar best trots op. Het heeft haar altijd wel gefascineerd, wat typisch vrouwelijk is en wat mannelijk. Speciaal voor haar project is ze gaan kijken naar programma’s als Hollands Next Topmodel en Idols, om te zien welke eigenschappen gewaardeerd worden bij jongens en meisjes. „Een meisje kan nog zo mooi zijn, maar als ze loopt als een bouwvakker, als een man dus, is ze kansloos.” Vrouwelijkheid bij mannen wordt meer gewaardeerd. „Alleen hebben de vaders het er soms moeilijk mee, met het meisjesachtige van hun zoon.”

Eline is in de eerste klas van de middelbare school een meisje geworden. Met nieuwe kleren en make-up. En vanaf toen is ze verder naar ‘die kant’, de vrouwenkant, opgeschoven. „Je las de evolutie af in mijn kast, aan de oude en nieuwe outfits aan de kleerhangers.” Ze hield nog even vast aan het ‘dubbele’, het half meisje half jongen zijn. Praten met vriendinnen en klimmen met de jongens. Tussen make-up en modder. Het jongensgedoe werd, zegt ze, definitief uitgedreven toen ze de jongetjes met wie ze vroeger kameraadschappelijk speelde, op een andere manier interessant begon te vinden.

Annie van Gemert portretteerde de kinderen bij hen thuis, voor de klerenkast, op het strand en een enkele keer voor het beige gordijn in haar atelier in een voormalige kazerne in Nijmegen. De kleren die ze dragen, hebben de kinderen zelf gekozen. Nooit werd een jongen een jurkje aangedaan, hooguit adviseerde Van Gemert over de kleur. Hun blik is serieus. Neutraal, zegt Van Gemert. Ze noemt het de diepgang van de intense blik, net wanneer de gefotografeerde zichzelf is.

Nergens zette ze de namen onder de foto’s. Dan is alle spanning weg. Hoewel. Niet altijd brengt de naam uitkomst. De naam Bobbie is net zo tweeslachtig als het kind zelf. En Fé, voor het jongetje met het elfjesgezicht. Of de tweeling Alex en Lara van elf. Was het toeval dat de ouders de jongensnaam gaven aan de jongensachtige van de twee meisjes? Ze hebben dezelfde blauwe ogen, al schuilt in de blik van Alex de schemerzone. Ze is immuun voor opmerkingen over haar uiterlijk. Niet beledigd als mensen haar ‘de broer van’ noemen. Integendeel. De mensen hebben dat onderscheid bedacht, zegt zusje Lara, als je kort haar hebt, veel met jongens speelt, ben je jongensachtig.

Fotoboek ‘Jongens en meisjes’, foto’s Annie van Gemert, tekst Marijke Libert. € 35. De gelijknamige tentoonstelling is vanaf 5 september te zien in het Nationaal Onderwijs museum in Rotterdam.