Ontslag Ramadan tast de academische vrijheid aan

De Erasmus Universiteit mag de banden met Ramadan zeker niet verbreken, vinden Dick van Lente en andere medewerkers van de Erasmus Universiteit.

Afgelopen dinsdag, 18 augustus, maakten het Rotterdamse gemeentebestuur en het College van Bestuur van de Erasmus Universiteit Rotterdam in een gezamenlijke verklaring het ontslag bekend van onze collega, professor Tariq Ramadan. Ramadan verliest zijn positie als adviseur van de gemeente en zijn leerstoel aan de Erasmus Universiteit, die gewijd was aan identiteit en burgerschap. Als medewerkers van de universiteit zijn wij geschokt door dit besluit, dat wij in strijd achten met de academische vrijheid.

Wij hopen van harte dat de universiteit van dit besluit terug zal komen.

De reden voor het ontslag van Ramadan is het feit dat hij een discussieprogramma maakt voor de zender Press TV, die grotendeels wordt gefinancierd door de Iraanse regering. Daardoor heeft hij een ‘indirecte relatie’ met dit repressieve regime, aldus de verklaring van gemeente en het universiteitsbestuur. Zelfs de schijn daarvan moet volgens hen worden vermeden, gezien de ‘gevoelens’ die dit in Rotterdam en elders ‘kan’ oproepen.

Het valt op dat de inhoud van Ramadan’s programma en de rol ervan in het publieke debat niet ter discussie staan. Het is Ramadans medewerking aan een zender van het huidige repressieve bewind die onaanvaardbaar wordt geacht. Ramadan zelf heeft op de Opiniepagina van deze krant op 18 augustus betoogd dat hij nog steeds onafhankelijk is in de keuze van zijn onderwerpen, zijn gasten en de wijze van debatteren en dat een dergelijk programma dus kan bijdragen aan het moeizame proces naar een opener en vrijer debat in het Midden-Oosten en het Westen. In het programma wordt geen propaganda gemaakt voor het regime van Ahmadinejad en Ramadan heeft het repressieve beleid van dit regime veroordeeld.

Het ontslag is des te vreemder omdat de universiteit en het gemeentebestuur in hun verklaring Ramadans grote verdiensten als stimulator van het openbare debat over islam en de westerse samenleving erkennen. Onze studenten zijn enthousiast over zijn colleges. Toen zijn positie dit voorjaar ter discussie stond naar aanleiding van uitspraken over homoseksualiteit en vrouwenrechten, verklaarde het college van de universiteit nog dat de universiteit het debat wil stimuleren en zich niet wil bemoeien met persoonlijke opvattingen en uitspraken van wetenschappers.

Dat het gemeentebestuur zich nu wel gevoelig toont voor de ‘gevoelens’ van de bevolking over een controversiële moslimgeleerde is treurig genoeg. Dat de universiteit de gemeente daarin zomaar volgt, vinden wij onbegrijpelijk: de universiteit behoort te staan voor het verstand en de vrije argumentatie, ook als de emoties hoog oplopen.

Ramadans ontslag ontneemt ons de kans om een open gesprek aan te gaan over twee belangrijke thema’s: de academische vrijheid en de verantwoordelijkheid van wetenschappers in politiek gevoelige discussies. Ramadan is een man die in alle omstandigheden, zelfs tegen de klippen op, gelooft in de open, constructieve discussie; een uitermate deskundig man ook, die de moslimwereld in het Westen en daarbuiten beter kent dan de meesten van ons.

We kunnen het met hem oneens zijn, maar het debat met hem kan ons denken scherpen. Wij zijn het er niet mee eens dat hij is ontslagen op grond van gevoelens die zijn gedrag kan oproepen. Dat ontslag is in strijd met de academische vrijheid. We moeten juist met hem in debat te gaan: zo hoort dat in een intellectuele gemeenschap als een universiteit.

Dr. Bert Altena, Dr Jiska Engelbert, Prof. Drs. Frits Gierstberg, Drs. Susan Hogervorst, Prof. Dr. Frans-Willem Korsten, Prof. Dr. Arjo Klamer, Dr. Dick van Lente, Prof. Dr. Heleen Pott, Drs. Pytrik Schafraad en Prof dr. Siep Stuurman (Faculteit der Historische en Kunstwetenschappen), Dr. Anders Schinkel en drs. Jeroen Timmermans (Faculteit Wijsbegeerte), Dr. Adrie van der Laan (Erasmus Center for Early Modern Studies)

De volledige lijst met namen staat op nrc.nl/opinie