'In Amsterdam kennen ze me nog wel'

In de roerige jaren van het Amsterdamse vervoersbedrijf GVB stond toenmalig directeur André Testa bijna dagelijks in de krant. De ene keer met zijn salaris dat toen als buitensporig werd beleefd, de andere keer met opdrachten aan striptekenaars, maar vooral met zijn prikkelende uitspraken. Na zijn pensionering in 2002 werd het stil.

Waar bent u gebleven?

„In Baarn, het ‘groene graf’. Veel bossen, een menselijke schaal en de tijd heeft hier stilgestaan. Heerlijk wonen hier. Over laantjes zonder stoepen wandel je zo naar het station.”

En bij u thuis aan de muur hangen nog altijd de strips?

„Zeer zeker, daar ben ik nog altijd mee bezig. Ik ben medebedenker van de Haarlemse stripdagen. Per 1 september word ik voorzitter van het Nederlands Stripmuseum in Groningen.”

Gaat het goed met het museum?

„Ja, en eindelijk komt er ook vanuit de Nederlandse regering meer waardering voor strips. Brussel heeft een prachtig stripmuseum, maar als ik in Nederland met een minister van Cultuur sprak, ging het altijd over grachtengordelkunst en werd er neergekeken op strips. Nu heeft minister Plasterk (Cultuur, PvdA) net de Marten Toonder-prijs voor striptekenaars ingesteld. Een prijs van 25.000 euro is een geweldige erkenning.”

Bent u zo’n verzamelaar van commissariaten bij bedrijven?

„Ik ben commissaris bij één bedrijf, namelijk Bank ten Cate & Cie, de enige bank in Nederland die nog in particuliere handen is.”

Wat doet u verder?

„Ik los voor ondernemers acute politieke problemen op, in Amsterdam, bij provincies en in Den Haag. Een voorbeeld is Grand Hotel Amrâth, in het voormalige Scheepvaarthuis in Amsterdam. Dat monumentale gebouw was nogal uitgewoond, maar Amrâth heeft er een vijfsterrenhotel van gemaakt. Je zou denken dat de gemeente dankbaar is, maar in plaats daarvan deelt de politie boetes uit aan taxi’s en bussen die gasten afzetten bij het hotel! Daarom heb ik de wethouder van stadsdeel centrum benaderd; in Amsterdam kennen ze mij nog wel.”

De wethouder gaat toch niet over de politie?

„Inderdaad, er zijn in Nederland altijd veel instanties bij betrokken, daar word je gek van. Het kabinet praat over minder regels, maar ik zou willen pleiten voor een speciale ambtenaar die bedrijven en burgers helpt om de weg te vinden.”

Is dat genoeg?

„Nee, het grootste probleem in Nederland is het gedrag van mensen. Bij de autoweg wordt altijd gepraat over meer asfalt, maar het is de agressie in het verkeer die voor opstoppingen zorgt. Als ik stop voor een zebrapad, kijkt een voetganger me aan met een dankbare blik alsof ik een heldendaad verricht. Dat is toch zot. Dat stoppen voor een zebra weer gewoon wordt, dat het gedrag van mensen verbetert, daaraan werk ik.”