Huidige cycloonactiviteit uitzonderlijk

Niet eerder in de afgelopen duizend jaar kwamen jaarlijks zoveel tropische cyclonen boven de Atlantische oceaan tot ontwikkeling als in het afgelopen decennium. Alleen midden in de Middeleeuwen, rond het jaar 1000, lag het jaarlijkse aantal mogelijk hoger. Ook toen was het ongewoon warm.

Nature (13 augustus) brengt een reconstructie van de aantallen tropische cyclonen die de Atlantische kust van de Verenigde Staten in de afgelopen 1.500 jaar troffen. Eerste auteur van het artikel is meteoroloog Michael Mann van Pennsylvania State University. Mann is bekend van een – omstreden – reconstructie van de gemiddelde luchttemperatuur voor het noordelijk halfrond in de afgelopen duizend jaar. Die reconstructie op basis van metingen aan jaarringen van bomen (Nature, 23 april 1998) is als ‘de hockeystick’ bekend geworden. Mann gebruikt zware statistische hulpmiddelen om uit gebrekkige waarnemingen bruikbare informatie te putten. Ook in 1998 concludeerde hij dat de huidige opwarming uniek was.

De berekening van de aantallen cyclonen steunt op twee onafhankelijke schattingen. In de eerste plaats gebruikt Mann boormonsters uit meren die zich pal achter strandwallen en duinen langs de hele Atlantische kust van de VS bevinden. Op de bodem van die meertjes hoopt zich organisch materiaal op waarvan de leeftijd met 14C-techniek is te achterhalen. Wordt het betreffende kustgedeelte door een cycloon getroffen, dan breekt de strandwal en spoelt zand over het bodemslib. Meestal zijn strandwallen en duinen al binnen een paar jaar hersteld, dan stopt de aanvoer van zand weer. De fijne, goed te dateren zandlaagjes in de boormonsters geven dus cyclonen aan.

Onafhankelijk hiervan is het aantal cyclonen geschat aan de hand van een aantal klimaatvariabelen die, volgens recent onderzoek van Sabbatelli en Mann (Journal of Geophysical Research, 15 september 2007) goede voorspellers zijn van cycloonactiviteit in de Atlantische Oceaan. De voornaamste twee zijn de temperatuur van het zeewater in de ‘kraamkamer’ van de cyclonen, en die van het water ten westen van Zuid-Amerika waar het El Niño-verschijnsel zich voordoet. De overeenkomst tussen beide reconstructies bleek bevredigend. Aannemelijk is dus dat de toegenomen cycloonactiviteit het gevolg is van de huidige opwarming.