Column

Hot pants

Lees hier in Italië dat Nederland weer eens is opgeschrikt door een zinloos weeralarm. Ten eerste kwam de regen veel te laat en daarbij viel er amper water uit de lucht. Alleen de golfers zijn donderdagavond de Kennemerduinen uitgeblazen. Daar word ik dan weer vrolijk van. Niks is leuker dan heel veel natte kakkers bij elkaar.

Maar wat is dat toch met dat weeralarm? Wie kwam er bij de KNMI ooit op dit treurige idee? Waarom willen we niet meer overvallen worden door een opluchtend noodweer? Waarom moeten we nu al weten hoe hard het overmorgen om zestien over vier waait? Wat is er tegen een stevige bui waar je geheel door verrast wordt?

Vorige week begon het hier te betrekken, waarna het onwaarschijnlijk hard begon te regenen. In Azië heb ik wel eens een stevig buitje meegemaakt, maar dit sloeg alles. Heel veel water dat meer dan anderhalf uur bleef vallen. Ik zag in gedachten de goede oude Noach al dobberen in zijn ark en hoopte nog dat hij de hier zeer actieve tijgermug en de wesp was vergeten. Wat een vervelende treiterbeesten. De regenbui was geweldig. Vooral omdat hij ons totaal overviel. We volgen hier geen nieuws, laat staan weerberichten en waren dus nergens op voorbereid. Stel dat we het geweten hadden. Dan waren we al een uur voor de eerste druppel aan het trutten geweest. „Zet jij de stoelen binnen, dan haal ik de was vast van de lijn.” Dat soort gemuts. Nu werd gewoon alles door- en doornat. Prachtige donderslagen begeleidden het aangename schouwspel. Het was een welkome onderbreking van de veel te lang durende hitte.

Maar in Nederland zat iedereen afgelopen donderdag dus met noodlijnen vastgegespt aan zijn televisie omdat er op een paar windstootjes gerekend werd. En die stootjes kwamen niet. Net de Mexicaanse griep, die ook maar geen dooien wil maken. En die dat ook niet gaat doen, omdat iedereen is ingeënt.

Onbegrijpelijk overigens. Nederland is overvol, de files zijn langer dan het land zelf en de bejaardenberg is hoger dan de Mont Blanc. Ik heb het vooral over kreunende bejaarden die niet meer kunnen en willen. Kortom: tijd dat er geruimd gaat worden. En wat doen we? We zijn nu al bijna anderhalf jaar bezig met een Mexicaans griepalarm en het komt er op neer dat helemaal niemand meer dood kan. Een bejaarde die dolgraag wil bezwijken onder een Spaans griepje of een Poolse variant is kansloos. De hele berg is platgespoten en mag niet dood. Van wie niet? Van de farmaceuten die miljarden verdienen aan de vaccins? Van de rollatorboeren die willen dat al die oudjes op hun wandelwagentjes blijven steunen? Van de luiergiganten die heel incontinent Nederland droog willen houden? Wat zijn de belangen? En wie denkt er aan de uitvaartbranche? Maar terug naar het weer. Het heerlijke Italiaanse weer waar ik mij met mijn vrouw in mijn Toscaans gele, antieke cabriolet doorheen fluit. Bijna alle Italianen steken bewonderend hun duim op als ze dit succesvol ogende echtpaar langs zien zwieren. Het ziet er mooier uit dan het is. Oude autootjes hebben net als bejaarden kuren en bij ons kan de verwarming niet uit. Sterker nog: onze auto blaast hete lucht en onze voeten worden gestaag gecremeerd als wij door de Italiaanse heuvels dwalen. Alles aan gedaan. Knoppen naar links en rechts, klepjes open en dicht, garagehouders overspannen gemaakt, maar niks helpt. Steeds zwaai ik lachend terug, maar mijn lach is een grimas. Een van pijn vertrokken gezicht van een man die nog 1.800 kilometer vloekend moet lijden. Buiten is het 45 graden en in de cabrio is het het dubbele. We bakken onderweg onze eigen broodjes en we branden regelmatig onze monden aan een fles mineraalwater die per ongeluk op de grond lag. Hoe harder ik rij hoe heter het wordt. Dus ik snak naar Nederland en verlang naar een stevige regenbui met hevige windstoten. Al rijdend bellen we met het KNMI en smeken maar om één ding: een weeralarm.