Griepvaccin: 'Ouders en kinderen eerst'

Griepvaccin: 'Ouders en kinderen eerst' Close-up of hands of man giving a small blond boy an injection into his arm, cotton wool. Santa Clara

De meest effectieve manier om de verspreiding van de Mexicaanse griep te beperken, is niet oudere mensen, maar als eerste schoolkinderen en hun ouders in te enten. Een Amerikaanse epidemioloog en een wiskundige becijferen dit deze week in Science (20 augustus).

Afgelopen maandag maakte minister Klink van Volksgezondheid juist bekend dat in Nederland voorlopig alleen zestigplussers, mensen die tot een medische risicogroep behoren en hun artsen, verplegers, familie en mantelzorgers een inenting tegen de Mexicaanse griep (ofwel H1N1 virus) krijgen.

Volgens de studie in Science zijn kinderen tussen de vijf en negentien jaar door hun vele contacten verantwoordelijk voor het grootste deel van de verspreiding van het H1N1 influenzavirus. Hun ouders krijgen de griep vaak van hun kroost, en geven de ziekte door aan de rest van de bevolking. Die leeftijdsgroepafhankelijke dynamiek van overdracht moet worden meegewogen om vaccins op de optimale manier toe te wijzen, schrijven de onderzoekers.

De Amerikanen maakten een wiskundig model van de verspreiding van influenza. Ze baseerden dit op sterftecijfers en andere gegevens van eerdere griepuitbraken, waaronder ook de epidemieën van 1918 en 1957. Vervolgens berekenden ze wat de beste vaccinatiestrategie was om de verspreiding van het huidige H1N1 virus te beperken. Het optimale model had het beste resultaat op vijf gebieden. De eerste vier waren de sterfte, het aantal infecties, het aantal verloren jaren, en de totale kosten. De vijfde factor, ‘contingent valuation’, drukte uit hoe zwaar een verlies van een gezinslid aan de griep woog voor een huishouden, waarbij jong-volwassenen het meest waardevol waren.

Volgens de publicatie in Science kan de epidemie in de Verenigde Staten onder controle komen met grofweg 63 miljoen doses vaccin, waarmee dan kinderen van vijf tot negentien jaar en mensen van 30 tot 39 jaar als eerste moeten worden ingeënt. Dankzij deze vaccinatieronde zal de rest van de bevolking niet meer geïnfecteerd raken. Dat is aanzienlijk lager dan de 85 miljoen doses die jaarlijks in de VS ingezet worden tegen de seizoensgriep.

De aanbevelingen van de Amerikaanse Centers for Disease Control (CDC) voor zowel de vaccinatie tegen het nieuwe H1N1 influenzavirus als de jaarlijkse seizoensgriep zijn verre van optimaal volgens het model van de onderzoekers.

Met de in Nederland gekozen aanpak worden zo veel mogelijk sterfgevallen door de griep voorkomen, licht viroloog Ab Osterhaus telefonisch toe. Schoolkinderen vaccineren heeft op bevolkingsniveau weliswaar het meeste impact, beaamt hij, maar op dit moment zijn de griepsymptomen niet ernstig genoeg om die bevolkingsbrede aanpak te rechtvaardigen. Maar hij sluit niet uit dat in het vervolgadvies dat in september komt, ook jongeren zullen worden opgeroepen voor vaccinatie.

Goed bepalen wie als eerste ingeënt moeten worden is vooral belangrijk wanneer de productie van vaccins onverhoopt vertraging oploopt. Het H1N1 griepvirus, dat nodig is om vaccins te maken, blijkt langzamer in het laboratorium op te kweken dan verwacht, berichtte de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) begin deze maand op haar website.