Fontein van gas en blubber in de tuin

De modderstroom in Oost-Java die in 2006 begon na mislukte gasboringen is nog niet tot stilstand gebracht. De slachtoffers zijn voor de schade nauwelijks gecompenseerd.

Tot twee maanden geleden dacht Okki Andrianto dat hij veilig was. Zijn huis ligt net buiten de dijken van het moddermeer in Sidoarjo in Oost-Java, waar een moddervulkaan elke dag zo’n veertig olympische zwembaden aan modder uitspuwt. In het gebied van 8,5 vierkante kilometer dat tussen de dijken ligt, is alles door de grijze brij verzwolgen: fabrieken, dertien dorpen, zo’n 16.000 woningen. De huizen erbuiten hadden alleen last tijdens de sporadische dijkdoorbraken.

Tot voor kort. Want eind juni werd Okki Andrianto wakker door een explosie. Een fontein van water, gas en modder kwam uit de grond in de voortuin van zijn zoon, die naast hem woont. Het giftige mengsel bleef stromen. Op de plaats van de muur tussen beide tuinen ligt nu een moddermeer met een diameter van 12 meter, dat reikt tot in de garage. Na twee weken ontstond er brand, het balkon is nog zwart geblakerd. Beide huizen zijn onbewoonbaar: de twaalf bewoners en hun acht huishoudelijke hulpen moesten op zoek naar een ander onderkomen.

Andrianto is niet van plan zijn huis te herbouwen. „Ik vind het gevaarlijk hier, ik wil weg.” Het ís ook gevaarlijk. In zijn dorp, Siring West, zijn de afgelopen maanden zo’n acht van dit soort ontploffingen geweest. Het ruikt er naar gas. Alhoewel zijn overbuurvrouw ook voordelen ziet, en het gas gebruikt om op te koken.

Ruim drie jaar na zijn ontstaan is de modderstroom in Sidoarjo nog niet onder controle. In Siring West ontstaan dus zelfs nieuwe bronnen. Maar de schuldigen lijken definitief te ontkomen. Twee weken geleden besloot de politie het strafrechtelijk onderzoek naar de veroorzaker van de moddervulkaan te staken: niet genoeg bewijs.

Terwijl voor de meeste experts wel duidelijk is wie de modderramp heeft veroorzaakt. Kort voor de hete modder op 29 mei 2006 begon te spuiten, had olie- en gasbedrijf Lapindo Brantas dicht in de buurt naar gas geboord, tot bijna drie kilometer diepte. Binnen- en buitenlandse deskundigen hebben sindsdien gezegd dat Lapindo een fout heeft gemaakt, dat het de boorput beter had moeten verstevigen. Maar het bedrijf bleef volhouden dat de modderstroom is veroorzaakt door tektonische activiteit. En tot nu toe kreeg het bedrijf gelijk. Ook eerdere pogingen om Lapindo veroordeeld te krijgen, zijn gesneuveld.

Lapindo heeft dan ook machtige connecties. Het bedrijf is eigendom van de Bakrie Groep: het conglomeraat van de familie van miljardair en minister van Welzijn Aburizal Bakrie, die veel geld heeft gestoken in de verkiezingscampagnes van de Indonesische president. Bakrie maakt nu een grote kans de nieuwe baas te worden van Golkar: tot voor kort de grootste politieke partij en een belangrijke machtsfactor binnen het Indonesisch bestuur.

Doordat bij de rechter nooit een schuldige is aangewezen, is onduidelijk wie voor de schade moet opdraaien. Volgens een presidentieel decreet uit 2007 moest Lapindo de schade van de verplaatste bewoners vergoeden en de kosten dragen van het in goede banen leiden van de modderstroom. Want na enkele vergeefse pogingen om de modderstroom te stoppen, probeert men nu maar de schade te beperken. Een deel van het moddermeer is opgedroogd. In het andere deel verdunnen baggermachines de kleverige modder met water, zodat die door een buis van 1,2 kilometer kan worden afgevoerd naar de Porong rivier, die naar de Java Zee stroomt.

Naar eigen zeggen heeft Lapindo hier tot nu toe 6,1 biljoen roepia (435 miljoen euro) aan uitgegeven. Maar ongeveer een half jaar geleden meldde het bedrijf dat het geen geld meer had. De Bakrie Groep was een van de weinige Indonesische bedrijven die hard werden getroffen door de financiële crisis. De meeste bewoners hebben pas 20 procent van de schade van hun huis vergoed gekregen.

Vandaar dat iemand als Siti Rohma, van wie het huis onbewoonbaar is geworden, met haar man en vier kinderen al anderhalf jaar in een zelfgebouwd bamboehuisje bivakkeert. Van het geld dat ze tot nu toe van Lapindo heeft gekregen, heeft ze alleen nog de fundering van haar nieuwe woning kunnen leggen. Voor Okki Andrianto is al helemaal onzeker of hij een schadevergoeding krijgt, aangezien hij buiten het officieel getroffen gebied woont.

Bovendien komt de afvoer van de modder in gevaar. „Lapindo wil dat de overheid de afhandeling van de modder overneemt”, zegt Dodie Irmawan van het Lichaam ter Afhandeling van de Modder in Sidoarjo (BPLS). „Maar daar is nog geen wettelijke regeling voor.” Hij vertelt dat de overheid nu al betaalt, maar niet genoeg. Volgens hem is per dag 10 tot 20 miljard roepia (700.000 tot 1,4 miljoen euro) nodig voor het afvoeren van de modder, het versterken van de dijken en het assisteren van gedupeerde burgers. „Op het moment kunnen we maar zo’n 10 procent van de nieuwe modder naar de rivier pompen.” Met als gevolg dat het moddermeer blijft stijgen en de dijken steeds hoger moeten worden. Alleen enkele boomtoppen en daken van de hoogste gebouwen steken nog boven de blubber uit.

Waarschijnlijk krijgt Lapindo binnenkort zijn zin en neemt de overheid officieel de kosten over. Ministers hebben al gehint dat de regering een nieuwe regulering wil uitbrengen, waarin de moddervulkaan wordt betiteld als ‘natuurramp’. En aan een natuurramp kan niemand iets doen.