De stenen walvis

Waar Rondom het Veerse Meer. Kaarten 25a-25c uit: Deltapad (LAW 5-1).

Afstand 16 km

Op de Veerse Dam, het slot op het Veerse Gat, zien we even de zee. Biezen, van grijs tot ballpointblauw, draperen het zoute water naar de horizon. Boven het brede strand snorren vliegers en zweven mantelmeeuwen.

Genoeg. Nu de trap af, naar de andere kant van de dam, naar het Veerse Meer. Daar is het onderaan de dam klassiek pootjebaden, bij withouten badhokjes; daar levert een trotse vader zijn dochter Doortje af bij een zeilschool; daar windsurfen wilde jongens. Daar is iedereen die varen wil onder zeil in de weer, want hemel, wat staat het windje goddelijk strak en wat schijnt de zon mild.

Wandelen valt hier uit de toon, slippers en badgoed zijn de norm. Maar wie het doet, heeft toch gelijk. Het loopt lekker op die schelpen- en graspaden. Het water verandert steeds van uiterlijk, wolken sukkelen voorbij als bolle tekenfilmwagonnetjes. Een zwanenpaar spat met vier enorme vleugels. Drie beige reuzenkuikens kijken leergierig toe.

Het wandelpad begeeft zich soms tussen braamstruiken en rietgordels. Daar is ineens niemand en klotst het water verborgen in het gewiegel van hoge halmen. Als het pad over een hoge dijk schuift krijgen we het weer in het oog. Nu smoest het tegen de keitjes die het aan de oever heen en weer rolt. Het pad kiest het Veerse bos, waar struiken en takken ordeloos huishouden en voorzien in schuilplekjes.

Er liggen proppen. Papieren zakdoekjes.

„Daar is geplast.”

Man grijnst vaag, hij ziet iets voor zich. Hij zegt: „Ja. Liefdesbrieven zijn het niet.”

Ineens houdt het bos ermee op en belanden we via een oude holle stadswal in Veere, het dorp van de geveltjes en de keitjes en de drukte van belang. En van die enorme kolos van een kerk, een stenen walvis met de groeten van Jonas. De veerboot, met stampende motor en wapperende driekleur, vaart ons over. Wat moeten we in deze wijk van zelfbedachte villa’s? En nu barricaderen kampeerwagens het water. Stil maar. Even doorbijten.

Opnieuw is er plotseling niemand. Omwoekerde velden vol witte oerbloemetjes (is dit klaverzuring?) lopen in elkaar over. We vergeten de route, gaan door tot het laatste veld. Dat loopt dood. Geen doorgang. Terug? Nee zeg, kijk, hierachter moeten we zijn. Dan maar even lijden. Kuiten zijn er om geschramd te worden.

We lopen over de Veerse Dam. De zee swingt in het namiddagse licht.

Informatie, routekaartje, gps-punten en foto’s op www.nrc.nl/aandewandel