Baron von Münchhausen gaat in de politiek

Over een maand tijgen de oosterburen naar de stembus. De politieke partijen die deelnemen aan de verkiezingen voor de Bondsdag beloven de kiezers gouden bergen. De sociaal-democraten (SPD) spiegelen het electoraat maar liefst vier miljoen nieuwe banen voor. Daarmee zou de werkloosheid praktisch verdwijnen. De liberalen (FDP) stellen forse belastingverlagingen in het vooruitzicht. De christen-democraten (CDU/CSU) hameren eveneens op het aambeeld van lastenverlichting. Het kan niet anders of alle betrokkenen beseffen dat zij zich hiermee schuldig maken aan massaal kiezersbedrog. Duitsland beschikt absoluut niet over de budgettaire ruimte die nodig is om de belastingen te verlagen en de uitgaven van de overheid op te voeren. Het begrotingstekort is opgelopen tot boven de 6 procent van het bruto binnenlands product (bbp), dubbel zoveel als het tekortplafond dat de eurolanden hebben verankerd in het Pact voor Stabiliteit en Groei. Komend jaar zal de overheidsschuld stijgen tot 87 procent van het bbp, vér boven het schuldplafond van 60 procent dat ditzelfde Pact dicteert. Het land dat zich tot aan het eind van de vorige eeuw kon beroemen op een strikte anti-inflatoire geldpolitiek en degelijke overheidsfinanciën dreigt weg te zakken in een financieel-economisch moeras. Politici in Berlijn zijn zich daarvan wel degelijk bewust. Inmiddels is in de Grondwet vastgelegd dat het begrotingstekort vóór 2016 moet zijn weggewerkt. Om dit doel te bereiken, dient de volgende bondsregering vanaf 2010 elk jaar opnieuw voor 10 miljard euro te bezuinigen op de collectieve uitgaven of de belastingen met dat bedrag te verhogen. Daarover echter geen woord in de beloftenvolle verkiezingsprogramma’s, die columnist Bertrand Benoit in de Financial Times van afgelopen dinsdag karakteriseert als ‘Münchhausen manifesten’. Net zoals de beroemde baron willen politici doen geloven dat zij zichzelf aan hun haren uit het budgettaire moeras kunnen trekken. Veel kiezers weten vermoedelijk beter en voelen zich – nu, en in elk geval straks – misleid. De toestand van de overheidsfinanciën in Nederland doet in veel opzichten denken aan die in Duitsland. Ook ons land kampt met een begrotingstekort van meer dan 6 procent van het bbp. De snel gestegen overheidsschuld penetreert volgend jaar het plafond uit het Pact voor Stabiliteit en Groei en komt uit op 66 procent van het bbp. Uiterlijk over anderhalf jaar vinden ook hier parlementsverkiezingen plaats. Met het oog daarop wensen CDA, PvdA en CU het verwijt van potverteren te ontzenuwen. Daarom heeft het kabinet met instemming van de coalitiepartijen een wetsontwerp aangekondigd. Daarin is bepaald dat vanaf 2011 het begrotingstekort (nu meer dan 35 miljard euro) jaarlijks met ten minste een half procent van het bbp (3 miljard euro) wordt verminderd.

In de loop van volgend jaar beginnen de vaderlandse politieke partijen met de voorbereiding van hun verkiezingsprogramma. Als uitvloeisel van de op handen zijnde begrotingswet staan zij voor de zware opgave in hun programma aan te geven via welke bezuinigingen en lastenverzwaringen zij 12 miljard euro denken te vinden – vier jaar lang elk jaar opnieuw 3 miljard euro. Net als in Duitsland zal de verleiding sterk zijn deze harde waarheid te verzwijgen. Dat zal echter niet eenvoudig zijn. Want anders dan Duitsland heeft ons land een waakhond, die aanslaat wanneer politici zich rijk rekenen. Die waakhond is het Centraal Planbureau (CPB), dat in de aanloop naar de Kamerverkiezingen – overigens op verzoek van de betrokken politieke partijen zelf – de budgettaire consequenties van de verkiezingsprogramma’s in kaart brengt.

Kort voor de Kamerverkiezingen kan iedereen die zich de moeite wil getroosten kennisnemen van een CPB-rapport (Keuzes in kaart), waarin de programma’s op basis van dezelfde uitgangspunten zijn doorgerekend. Het opstellen van zo’n rapportage past naadloos in de ingenieursmentaliteit van een land met een grote waterstaatkundige traditie en vormt een welkome bijdrage aan het functioneren van een volwassen democratie.

In het verleden hebben deze exercities van het CPB echter kritiek ontmoet. Bevlogen politici van links en rechts stelden dat kille boekhouders het politieke debat op deze manier dood maken. Zij eisten buiten-budgettaire ruimte om hun idealen en visie te verwoorden. De volgende anecdote is veelzeggend. Meer dan veertig jaar geleden interviewde ik samen met Nypels & Tamboer voor de Haagse Post de top van de vroegere Communistische Partij Nederland. Toen we aangaven dat veel beloften van die partij onbetaalbaar leken, riposteerde CPN-coryfee Fré Meis: ‘Als wíj regeren, geven de koeien meer melk’. Discussie gesloten.

In Duitsland suggereren alle grote partijen dat de koeien vanaf 2010 veel meer melk gaan geven. Anders zijn hun verkiezingsprogramma’s onbetaalbaar. Dat de veestapel aan de andere kant van de oostgrens zoveel productiever wordt, is uitgesloten. Je zou de Duitsers toewensen dat zij over een planbureau met het gezag en de capaciteit van het CPB beschikten, zodat budgettaire luchtfietserij in verkiezingscampagnes een veel geringere rol zou spelen. Hopelijk wordt het CPB komend jaar opnieuw ingeschakeld om de keuzen in kaart te brengen die burgers van Nederland bij de volgende Kamerverkiezingen kunnen en moeten maken.