'Amerika staat er gruwelijk slecht voor'

Alan Blinder, getipt als opvolger van centralebankier Ben Bernanke, wordt van de overheidssteun om de Amerikaanse economie overeind te houden ‘meer dan nerveus’.

Alan Blinder gebruikt voor een vooraanstaand econoom nogal stevige woorden om zijn mening te uiten. Banken, zegt hij, hebben zich „meer dan schandalig” gedragen, er zijn „zinniger dingen die je met je leven kunt doen dan rijk worden op Wall Street”, het is „verschrikkelijk” dat de Amerikaanse overheid met duizenden miljarden aan subsidies de economie gaande houdt, en zijn goede vriend en centralebankier Ben Bernanke heeft ingrijpende fouten gemaakt. „En daar ziet hij ook naar uit. Hij is in vier jaar flink ouder geworden.”

De stelligheid van econoom en hoogleraar Blinder wordt alleen minder wanneer zijn mening wordt gevraagd over de Amerikaanse economie. Wat dat betreft probeert hij „optimist noch pessimist” te zijn. „Weet u, het is een kwestie van het glas half vol of half leeg. Het lijkt me duidelijk dat we de bodem bereikt hebben.” Maar of dat een reden is tot opluchting (want het kan daarna alleen maar beter gaan) of juist een drijfveer tot schrapzetten (slechter dan nu ging het nog niet), Blinder laat de interpretatie liever aan de ander. Hij weet het immers zelf ook niet zeker. „Dit zijn nou eenmaal geen normale tijden.”

Alan Blinder is een van ’s werelds invloedrijkste economen; zelfs daar wordt onderzoek naar gedaan. Hij is sinds 1971 verbonden aan Princeton, waar hij in zijn werkkamer op de bosrijke campus zijn bezoek ontvangt. Hij onderbrak zijn hoogleraarschap alleen om in de jaren negentig lid te worden van president Clintons driekoppige Raad van Economisch Adviseurs, met een kantoor in het Witte Huis de belangrijkste economisch raadgevers van de Amerikaanse president. Daarna werd hij onder voorzitter Alan Greenspan vicevoorzitter van het Amerikaanse stelsel van central banken, de Federal Reserve.

Blinders banden met de centrale bank zijn nog steeds innig: de huidige voorzitter van de ‘Fed’, Ben Bernanke, was jarenlang zijn ganggenoot op Princeton en de twee zijn al decennia goede vrienden. Nu het onduidelijk is of de onder vuur liggende Bernanke in januari herbenoemd wordt door president Obama, wordt Blinders naam bij herhaling genoemd. Híj zou het beter doen als centralebankier, is de gedachte.

Blinder zelf is geen vreemde voor Obama: toen de president in april vijf economen, onder wie Nobelprijswinnaars Paul Krugman en Joseph Stiglitz, op het Witte Huis uitnodigde voor een diner om kritische geluiden te horen, was Blinder, naar eigen zeggen, „als enige positief over het economisch beleid van de president”. In weerwil van het feit dat Blinder „meer dan nerveus” is hoe de Amerikaanse overheid de economie gaande houdt. Zij heeft 2.600 miljard dollar (1.745 miljard euro) uitgegeven om de economie aan te jagen, de financiële markten te stabiliseren en de financiële- en autosectoren te steunen, en nog eens het drievoud, 7.500 miljard dollar, is toegezegd.

Hoe staat de economie er voor?

„Ik ben er steeds zekerder van dat achteraf zal blijken dat de bodem van deze recessie deze zomer bereikt is. De economie zal het derde kwartaal weer gaan groeien en ik denk dat die groei sterk zal zijn.”

Hoe ziet die bodem eruit?

„Naast dat goede nieuws, het wordt beter, is er ook slecht nieuws. Het staat er slecht, gruwelijk slecht, voor. Winkeliers lijden, bouwbedrijven lijden, fabrieken lijden. En daar komt de werkloosheid nog bij. Zo ziet Amerika er nu uit, op het dieptepunt.

„Dat de economie zal aantrekken zie ik op straat nog niet, wel in de cijfers. De economische krimp was het eerste kwartaal al minder, net zoals de werkloosheid: het aantal banen dat wordt geschrapt neemt af. Ik bedoel niet dat aanhoudende werkloosheid geweldig is, maar het is toch beter als er minder ontslagen vallen dan meer.”

Er worden elke werkdag gemiddeld 11.000 Amerikanen ontslagen.

„Ja. Dat is ook vreselijk. Ik noem het niet voor niets een dieptepunt. In de laatste paar recessies duurde het bovendien nog tijden voordat het aantal ontslagen afnam, zelfs nadat de economie allang weer was aangetrokken.”

Wat zou die weg omhoog kunnen aanjagen?

„Om te beginnen is het een getalsmatige kwestie: als je van weinig begint, of zelfs van nul, lijkt elke toename al snel heel wat. Daarnaast hebben de stimuleringsmaatregelen, hoe verguisd ze ook worden, effect.”

Valt de krimp niet alleen maar mee omdat de overheid de economie sponsort?

„De stimuleringsmaatregelen van de overheid zijn een van de hoofdredenen voor de relatieve verbetering. Dus ja, om de economie duurzaam te laten herstellen, moeten de overheidsuitgaven afnemen en moet de private sector weer aan terrein winnen.”

Critici geloven dat de gevreesde catastrofe overdreven was en de ingrepen onnodig zijn gebleken.

„Dat is tragisch en nogal paradoxaal. We deden het omdat het moest, omdat anders de pleuris zou uitbreken. U mag best weten: ik vind het verschrikkelijk dat we dit hebben moeten doen, maar het was noodzakelijk om rampspoed te voorkomen.

„Nu zeggen critici: ‘Had het maar niet gedaan; we zien nu dat het niet nodig was’. Dat is een drogredenering. Bovendien kan zo’n instelling serieuze gevolgen hebben. Ik maak me bijvoorbeeld zorgen dat als gevolg van dit soort kolder financiële hervormingen niet doorgezet worden.

„Veel van de noodzakelijke aanpassingen in het financiële systeem zijn effectiever als ze ook internationaal worden afgestemd. Voorbeeld: derivatenhandel. Stel dat alleen wij aanpassingen doen, dan gaat die handel gewoon naar Londen. Afstemming is hoogst wenselijk.”

U klinkt verslagen.

„Op het gebied van internationale samenwerking? Ja, inderdaad.”

Hoe gevaarlijk is dat?

„Het gevaar is dat dit soort financiële producten simpelweg verhuist naar het minst gereguleerde land.”

En dan?

„Dan zijn we weer vatbaar voor een herhaling van waar we net doorheen moesten. Heel snel zal dat niet gebeuren, want de privésector heeft net zijn vingers gebrand. Of beter: zichzelf derdegraads brandwonden toegebracht. Nee, wat zeg ik: hun handen zijn verminkt.

„Ondanks dat hebben mensen een indrukwekkende neiging het verleden te willen vergeten. Het zou ook niet heel lang duren voordat de financiële wereld denkt dat de kust weer veilig is and let’s start doing this stuff again”.

Is het herstel niet meer dan het opkrabbelen na de val van de zakenbank Lehman Brothers, oktober 2007? Zwartkijkers zeggen dat de echte recessie nog moet komen.

„Op dit moment worden we kunstmatig high gehouden door overheidsuitgaven, maar als dat onder onze voeten wordt weggetrokken...” Hij maakt zijn zin niet af, alsof hij schrikt van zichzelf. Hij gooit het over een andere boeg, wil het over de Amerikanen zelf hebben, over wat zij samen uitgeven, over hun consumptie die goed is voor 70 procent van de economie. „De consument is er mogelijk nog niet klaar voor. Dus als er geen beweging zit in die 70 procent, dan komt de hele trein ook niet in beweging.”

Nu Duitsland en Frankrijk weer groeien, hebben zij het ergste achter de rug?

„Dat is onterecht. Zeker, het gaat iets beter in Europa dan ik eerder dacht. Ik was van de school die dacht dat Europese landen, het Verenigd Koninkrijk even niet meegerekend, niet genoeg aan overheidsstimuleringen deden. Misschien zat ik er wel naast.

„Ik wil Europa overigens wel waarschuwen: het gevaar blijft bestaan dat Europa op Amerika vertrouwt om omhoog getrokken te worden.” Daarvoor is die 70 procent van de Amerikaanse economie nodig, het consumentendeel, zegt Blinder. „Het is niet zo duidelijk of er, nu we van de bodem opkrabbelen, genoeg doorzettingsvermogen zit bij die 70 procent. Dat hebben we wel nodig namelijk. Consumenten zijn zwaargewond en getraumatiseerd, en lang niet zo rijk als ze waren. Een herstel is dus vrij gemiddeld, en die motor is lang niet sterk genoeg om Europa te helpen er weer bovenop te komen.”

Europa kan het zelf niet oplossen?

„Zeker wel. Europa is een gigantische economie. Dus moet het niet op ons vertrouwen, net zomin als wij dat op Europa doen.”

En dan somt hij op: „Er zijn wat landen die absoluut verslagen zijn. IJsland is zo klein, dat noemt ik niet eens, maar Spanje wel. En in Italië ziet het er ook niet zo geweldig uit. Het grootste Europese land, Duitsland, is veel te exportgericht.”

In Nederland leek het even te duren voordat de economie echt geraakt werd.

„Er zijn in Nederland zo veel mensen met een arbeidsongeschiktheiduitkering. In plaats van werkloos ben je dan gehandicapt. Dat is valsspelen. Ik kom weleens in Nederland en het lijkt mij niet dat iedereen daar ziek is.”

Waarom bent u eigenlijk nooit op Wall Street gaan werken en krankzinnig rijk geworden?

„Ja, dat heb ik wel een paar keer overwogen. Maar je kunt betere dingen met je leven doen.”

In plaats daarvan heeft u hier jaren samengewerkt met centralebankier Bernanke. Een vriend?

„Absoluut. We hebben hier achttien jaar aan een gang gezeten, wel duizend keer samen geluncht.”

Hoe vindt hij dat het gaat?

„Zijn baan is natuurlijk enorm veranderd. Hij voelt de druk. Weet je, hij heeft wat fouten gemaakt, maar dit waren omstandigheden zonder weerga. Wie zou geen steken hebben laten vallen? Later zullen we vaststellen dat zijn ingrepen erg goed opgebouwd zijn, goedbedoeld waren en in veel gevallen zelfs moedig. Hij heeft zijn hoofd regelmatig op het hakblok gelegd. Er zijn nogal wat mensen die het er nu af willen hakken.”

Heeft u het nu over zijn hele termijn?

„De laatste twee jaar, vooral.”

Want tijdens de eerste twee bleef hij juist volhouden dat het meeviel, dat de problemen op de huizenmarkt onder controle waren...

„...dat is inderdaad een van zijn fouten. Maar niemand, inclusief ikzelf, zag dit aankomen.”

In de zomer van 2006 implodeerde de huizenmarkt. De verliezen zijn fenomenaal. Maar Bernanke hield vol dat het controleerbaar was.

„Bernanke en ik dachten: het is een groot land. Sinds de jaren dertig was er nog nooit een landelijke huizenmalaise geweest. Maar die kwam toch, een flinke zelfs.

„Wel duidelijk was toen dat de leenpraktijken van banken meer dan schandalig waren. Om in aanmerking te komen voor een hypotheek hoefde je alleen maar te kunnen ademen. Dat had nooit mogen gebeuren.”

Wie had daartegen moeten optreden?

„De Fed. En andere toezichthouders.”

Als u dit tegen Bernanke zegt, wat is dan zijn reactie?

„Hij is niet iemand die tijdens een discussie aan het schreeuwen slaat, en ik ook niet. Hij heeft terecht gezegd dat de Fed tekort is geschoten. Er is veel wat ze hadden kunnen doen: ze hadden de banken kunnen aanpakken. Daarna kwam de fout dat het lang duurde voordat de centrale bank uit de startblokken kwam toen de financiële crisis eenmaal was begonnen. En ten slotte was het verkeerd Lehman Brothers te laten vallen. Dat kan ik simpelweg nog steeds niet aanvaarden.”

U zegt: Bernanke heeft fouten gemaakt. Anderen stellen vast dat hij daarmee ongeschikt is herbenoemd te worden.

„Verwacht u perfectie? Onder de moeilijkst denkbare omstandigheden? Ik niet.”

Zij die Bernanke niet herbenoemd willen zien, dragen u nu voor.

„Ik weet niet zeker hoeveel mensen mijn naam noemen, maar ja, er zijn andere kandidaten. Ik verwacht niet dat ik gevraagd word en ik vind dat Bernanke nog een termijn verdient. Want er moet nog heel wat gebeuren voordat we terug zijn bij normaal. De crisis is nog niet voorbij.”

Meer interviews in ‘Meer meer minder: Amerikanen over hun grote crisis’. Vanaf 28 sept. te koop als boek, eBook en audioboek.