Weggeefkapitalisten aller landen, verenigt U!

Matthew Bishop en Michael Green: Philantrocapitalism. How the rich can save the world and why we should let them. A & C Black Publishers, 304 blz. € 23,–.

Er is een nieuwe fase in de filantropie. Big business-filantropie: Warren Buffet gaf 37 miljard dollar weg, Bill Gates 31 miljard en de Mexicaan Carlos Hélu doneerde 10 miljard dollar, in India voeden de abnormale winsten in de hightechsector de kassen van de Azim Premji stichting die educatie bevordert. De nieuwe superrijken zijn vergeleken met 19de-eeuwse filantropen als Rockefeller of Carnegie zo vermogend dat het oprichten van een museum, centrum of ziekenhuis nauwelijks soelaas biedt. Ze zijn té rijk en zonder gedegen businessplan komen ze niet van hun vermogen af. Matthew Bishop en Michael Green documenteren in het vlot leesbare Philantrocapitalism hoe weggeefkapitalisten hun filantropische activiteiten metterdaad als een onderneming organiseren. Die is natuurlijk ‘strategisch’, ‘marktgericht’, ‘kennisintensief’ en voor alles is het doel van‘venture philantropy’ om de hefboomwerking van donaties te maximeren. De superrijken zijn doelgerichte gevers met uitgesproken ideeën over de maatschappelijke problemen die ze willen oplossen en de sociale innovatie die ze in gang willen zetten. Hun batig banksaldo beïnvloedt andere donoren, plannen van overheden en activiteiten van ngo’s, non-gouvernementele organisaties. Bishop en Green vinden dit prachtig. Ze menen dat weggeefkapitalisme steeds noodzakelijker is en wordt als financieringsbron voor maatschappelijke innovatie.

Ze hopen en verwachten dat de filantropische hausse zal doorzetten, maar dat kan alleen als de superrijken zich niet bedreigd voelen door overheden die hun rijkdom weg willen belasten. Ze stellen daarom een nieuw sociaal contract voor: de rijken verdienen hun geld eerlijk, betalen belastingen, geven veel en effectief en de maatschappij houdt op met vitten en gaat nieuwe partnerschappen aan met de rijken om de mondiale problemen efficiënt en voortvarend op te lossen.

Het is natuurlijk de vraag of in Philantrocapitalism de zaken niet wat te mooi worden voorgesteld en of de auteurs niet te naïef denken dat ze in hun achtergrondgesprekken met weggeefkapitalisten de echte motivaties boven tafel kunnen krijgen. Het met veel publicitaire bombarie weggeven van cheques met heel veel nullen lijkt vooral een manier van de jetset om mooie krantenkoppen te scoren. In de jaren twintig van de vorige eeuw werd status en maatschappelijke erkenning vooral gekocht door de extravagante status bevestigende bestedingen, maar aan het begin van het huidige millennium bieden consumptieve uitgaven geen soelaas meer om je echt te onderscheiden van de massa miljardairs. Alleen het tackelen van wereldproblemen biedt dan nog soelaas.

Op het eerste gezicht lijkt dit zo gek nog niet en de bedragen die worden gegeven spreken zeker tot de verbeelding. Maar de oplossing van de grote maatschappelijke problemen vereisen veel meer energie en financiële middelen dan de klasse van weggeefkapitalisten ooit bijeen kan brengen. Er zit echt niks anders op dan dat u en ik ons steentje bijdragen.