Weeralarm: weer discussie

Het was al een van de populairste websites van Nederland, maar het ‘weeralarm’ van gisteren bezorgde buienradar.nl een record van 4,8 miljoen internetbezoekers. Dat is ruim 2 miljoen meer dan het oude record tijdens een weeralarm van vorige maand. Toch is Edwin Rijkaart, eigenaar van de weersite, geen voorstander van de KNMI-weeralarmberichten die al tien jaar bestaan.

„Iedereen heeft een mobiele telefoon en kijkt internet, en is daarom op korte termijn bereikbaar”, zegt Rijkaart. „Een weeralarm kan dus prima een paar uur van tevoren gegeven worden.” Volgens hem zou dat ook bevorderen dat de voorspellingen uitkomen. „In een tijdsbestek van twee uur kun je het weer met 95 procent zekerheid voorspellen.”

Juist de onzekerheid rond het de huidige alarm bij verwachte extreme gladheid, zware neerslag of storm leidt steeds tot discussie over de wenselijkheid ervan. De onweersbuien met windstoten en hagel waarvoor het KNMI gisteren waarschuwde, lieten uren langer op zich wachten dan het voorspelde tijdstip van 13.00 uur. Bovendien waren ze minder hevig dan voorspeld. Juist de vertraging lokte veel kijkers naar buienradar.nl, denkt Rijkaart.

De site krijgt zijn gegevens van radarstations die regenbuien detecteren. Van de elf stations staan er twee in Nederland, de rest in Duitsland, België, Noord-Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. Een computer voegt de beelden samen tot de animatie op de site.

Voor de gegevens van de Nederlandse radarstations moet buienradar.nl licenties betalen aan het KNMI. Rijkaart vermoedt dat dit in strijd is met Europese regels, omdat het KNMI met belastinggeld gefinancierd wordt.

Rijkaart beheerde eerder de website beurs.nl. „Er zijn veel overeenkomsten tussen meteorologen en beurshandelaren”, zegt hij. „Het is allebei de toekomst voorspellen met maar weinig zekerheid.”

Weeralarm: pagina 3