Wat voor de boer werk is, is voor de gasten vermaak

3,9 miljoen Nederlanders brengen dit jaar de vakantie in eigen land door, 100.000 meer dan vorig jaar. Waar gaan ze naartoe? Ze gaan bijvoorbeeld kamperen bij de boer. Slot van een serie.

Twee identieke glimmende fietsen – een dames- en een herenmodel – staan schuin tegen de voortent aan. Op de campingtafel een wereldontvanger waaruit popmuziek klinkt. Achter de caravan stroomt traag het riviertje de Angstel voorbij. Kinderen zwemmen in het water, roeibootjes en kleine motorbootjes tuffen aan de hengelaars op het dijkje voorbij. Aan de voorkant staat De Schimmelpenninck Hoeve en daarachter strekken de weilanden zich uit. Koeien grazen in de wei. In de verte werken graafmachines gestaag aan de verbreding van de A2.

Voor Harrie Biemans (51), metselaar uit Sint-Oedenrode, is dit echt vakantie. Net terug van 18 dagen met de caravan in Frankrijk, besloten hij en zijn vrouw nog een paar dagen bij de boer te gaan kamperen. Meestal gaan ze naar Zeeland, lekker aan de kust, maar deze keer is hun oog gevallen op boerencamping ’t Riviertje in Baambrugge. „Het is hier lekker rustig en je kunt er mooi fietsen”, zegt Biemans.

Anja Verhoef is samen met haar man Wim de eigenaar van ’t Riviertje. Wim doet de boerderij, Anja de camping. Vier jaar geleden besloten ze een camping te beginnen naast hun melkveehouderij. Het boeren leverde te weinig op om de pacht van de boerderij nog te kunnen betalen.

Inmiddels levert de camping (vijftien plaatsen, gemiddeld 16 euro per caravan met twee personen per nacht) meer op dan de zeventig melkkoeien van de familie Verhoef. „Het gaat tot nu toe elk jaar beter”, zegt Anja Verhoef. „Dit jaar zaten we met Pasen al helemaal vol en dat is eigenlijk tot nu toe zo gebleven. Ik weet niet of dat met de crisis te maken heeft, het kan best dat mensen op zoek zijn naar voordelige vakanties, maar ik hoor het niet van ze.”

Kamperen bij de boer is populair geworden, merkt de familie Verhoef. „We hebben geen speciale activiteiten voor onze gasten, maar zij vinden alles wat wij werk vinden al activiteit genoeg.” De kalfjes in de stal, de kippen op het erf. De familie heeft een quad met een aanhangertje waarmee ze aan het eind van de dag het weiland inrijden om de koeien te tellen. „Dat vinden ze prachtig”, lacht Anja. Ook de vele crossauto’s die in de schuren op het erf staan en waar de zonen van de familie met hun vrienden aan sleutelen kunnen over het algemeen op instemming rekenen. Verhoef: „De mensen vinden het leuk dat die jongens aan het sleutelen zijn en geen rotzooi uithalen.”

Baambrugge ligt op een kwartiertje van Amsterdam, ingeklemd tussen de A2 en het Amsterdam-Rijnkanaal. Dat levert camping ’t Riviertje ook ‘bijzondere gasten’ op, zegt Verhoef. „We hebben veel gasten die een kind of kleinkind in het Amsterdam Medisch Centrum hebben liggen. Die staan hier dan een paar dagen en gaan op de fiets op ziekenbezoek.” Ook de nabijgelegen Arena zorgt voor aanloop. Kampeerders die speciaal voor een concert van U2 komen, of vorig jaar voor André Rieu, zijn geen uitzondering.

Ook voor Harrie Biemans was de ligging van Baambrugge doorslaggevend. Biemans vrouw en zoon – die een dagje over is gekomen uit Brabant – werken allebei in de horeca. Vanuit Baambrugge gaan ze met de fiets naar Ouderkerk om bij de befaamde tweesterrenkok Ron Blaauw te eten. Een „compleet avondje Ron Blaauw” met diner, wijn, water en koffie komt op 167,50 euro per persoon, meldt de website van het restaurant. Biemans: „We kamperen omdat we het leuk vinden, niet vanwege de crisis.”

Dit is het slot van een serie reportages over vakantie in Nederland. Eerdere afleveringen, met foto’s, staan op nrc.nl/vakantie