Vrolijke darmspoeling met benzinepomp

Muziek, dans, vette grappen, Jos Thie maakte bijna een operette van De ingebeelde zieke. „Gemengde fascinatie en afkeer voor ziekte en dood kent iedereen.”

Bij binnenkomst in de Utrechtse schouwburg wijst een skelet de stervelingen de weg. Dinsdag was het Nurse Night, een avond speciaal voor medisch personeel uit Utrecht: een zaal vol artsen en verpleegkundigen in witte jassen en jurken, sommigen met de stethoscoop nog om de nek. Op het podium staan groene operatiekamerschermen, en de lijst bestaat uit een metershoge stellage vol afgedankte medische apparatuur. Dat de komedie De ingebeelde zieke over de gezondheidsmanie gaat, kan niemand ontgaan. Bij de eerste inspeelvoorstelling vorige week kregen de toeschouwers ook nog braakzakken en mondkapjes, maar die zijn geschrapt, want ze ritselden te veel. Bovendien wil regisseur Jos Thie niet al te nadrukkelijk actueel doen, met zo’n verwijzing naar de pandemie: „Nu is het de Mexicaanse griep, maar griep heerst altijd.”

De ingebeelde zieke gaat vanavond in Utrecht in première en dient als visitekaartje van Jos Thie’s nieuwe stadsgezelschap De Utrechtse Spelen (v/h De Paardenkathedraal). Met muziek, zang, dans en een spervuur aan vette grappen over seks, geld en anale zaken maakt regisseur Jos Thie er een wervelende show van. Door de barokke kostuums met torenhoge pruiken in zuurstokkleuren, en de geschilderde coulissendecors, doet de komedie aan een operette denken. Maar dan een hele vieze. Paul R. Kooij speelt Argan, een bange huistiran die gepassioneerd zijn vermeende kwaaltjes koestert. Loes Luca speelt de sluwe dienstmaagd en Tjitske Reidinga de overspelige echtgenote die achter zijn geld aanzit. Karel de Rooij en Peter de Jong (Mini & Maxi) spelen de artsen. Jos Thie: „Loes Luca had gezegd: ik kom alleen maar als er leuke mensen meedoen. Daar heb ik me aan gehouden.”

De Franse toneelschrijver Molière schreef het blijspel met zang en dans in 1673 voor koning Lodewijk XIV, om diens terugkeer van de veldtocht tegen Nederland te vieren. De lofrede op de koning waarmee het stuk opent, wordt doorgaans weggelaten. Maar in deze versie is hij in ere hersteld. Thie: „Ik wil het stuk duidelijk in die tijd plaatsen, alsof het publiek bij een opvoering aan het Franse hof is.”

Een historische constructie is het niet geworden. Aanvankelijk wilde Thie alle oorspronkelijke balletten terug plaatsen, maar een aantal daarvan is vrijdag bij de eerste inspeelvoorstelling al verdwenen. Thie: „Het werd veel te lang en te verwarrend. De 17de-eeuwse Fransman had een andere tijdsbeleving dan de 21ste-eeuwse Nederlander. We hadden te veel leuke dingen bedacht. Het begint bijvoorbeeld met een herdersspel en een zangwedstrijd. We hebben wekenlang keihard op de zang en de balletten geoefend, maar die zijn er deels weer uitgeknipt. Kenmerkend voor de goede sfeer onder de acteurs is dat niemand een kik gaf.”

Thie herstelde verder de oorspronkelijke barokmuziek van Marc-Antoine Charpentier (bekend van de Eurovisiemars) die de opvoering het karakter geeft van een opéra comique. De puntige, sterk ritmische muziek, gespeeld op authentiek instrumenten, past wonderwel in de kluchtige show met commedia dell’arte elementen, en geeft alles een swingende vaart. Dirigent Jörn Boysen leidt zijn vijftienkoppig barokorkest Musica Poetica verkleed als de duivels geschminkte bassist van rockgroep Kiss.

Thie: „De sleutel tot deze opvoering vond ik in tussenspelen. Aanvankelijk wist ik niet zo goed wat ik ermee moest, ze leiden nogal af van het hoofdverhaal. Maar met de muziek erbij, viel alles op zijn plaats. In de intermezzi volg ik Molière naar de geest, niet naar de letter. Bij mij tonen ze de angst- en wensdromen van Argan, waardoor zijn karakter wordt uitgediept. Hij lijdt aan allerlei angsten, die worden gepersonifieerd door de mensen om hem heen. Eén tussenspel gaat over zijn doodsangst, een ander over zijn onderdrukte relatie met dienstmaagd Toinette.”

Molière speelde zelf de hoofdrol in de oorspronkelijke versie. Hypochondrie was hem niet vreemd, hij had na twee maagbloedingen wel enige grond voor zijn ziektevrees. Hij stierf na afloop van de vierde opvoering in een golf van bloed, door een stuk gehoeste ader. Thie: „Maar Argan lijkt ook op Molières beschermheer Louis XIV, die ook hypochonder was. Het stuk geeft een beeld van de clique van hofartsen die om de Zonnekoning heen zwermde.” Molière had reden om de artsenij te haten: een van zijn kinderen stierf na een aderlating. Thie: „Gemengde fascinatie en afkeer voor ziekte en dood kent iedereen. Daarom is dit stuk een klassieker. De lach uit de zaal is een lach van herkenning. Het stuk hekelt de angstige mens die niet durft te leven. Argan koestert zijn ingebeelde ziektes om te overleven. Zolang hij ziek is, is hij in ieder geval niet dood.”

Ondanks alle uitbundigheid heeft het stuk een donkere ondertoon. Cynisch is Molières wereldbeeld vol angsten, bedrog, verval, kwakzalverij. En onsmakelijk ook, met al die klysma’s. Argan drinkt uit zijn eigen urinaal. Mini en Maxi volvoeren een darmspoeling met het pistool van een benzinepomp, waarbij Maxi fecale spetters in het gelaat krijgt.

Thie: „Hopelijk gaat iedereen met een vrolijk gevoel naar huis. Maar dat is dankzij, niet ondanks de donkere ondergrond. Zonder dat zou alles van je afglijden.”

T/m 19 sept. Stadsschouwburg Utrecht. Inl: 030-2302023 of www.deutrechtsespelen.nl