Voor Bolt is een wereldrecord niet zo moeilijk

Usain Bolt blijft verbazen. Of niet meer? Het wordt bijna gewoon dat de Jamaicaanse sprinter titels wint in wereldrecordtijden. Gisteren was het weer raak, op de 200 meter.

Het is niet zo moeilijk, een wereldrecord lopen. Je ontspant je bij de start door wat te dollen met tegenstanders, een bekende op de tribune te groeten en te spelen met de camera als je wordt voorgesteld aan het publiek. Even concentreren tot het startschot klinkt en dan voluit naar de finish rennen. Succes verzekerd. Onder één voorwaarde: dat je Usain Bolt heet.

Of de Jamaicaanse sprinter, die vandaag 23 jaar wordt, nu de finale van de 100 of 200 meter op een groot kampioenschap loopt, hij biedt twee zekerheden: winnen met een grote voorsprong en een wereldrecord. Het wekt bijna geen verbazing meer dat Bolt, zoals gisteravond bij de wereldkampioenschappen in Berlijn, de 200 meter in 19,19 seconden afraffelde.

En toch is het een krankzinnig snelle tijd. Bedenk dat het wereldrecord van de Amerikaan Michael Johnson tussen de Olympische Spelen van Atlanta in 1996 en die van Peking in 2008 op 19,32 seconden heeft gestaan. Dat was een haarscherpe tijd. Wie zou die moeten verbeteren? Superman, werd gekscherend gezegd. Nee, Bolt dus, die na ‘Peking’ en ‘Berlijn’ sprinten naar een nieuw niveau heeft getild. Vorig jaar verbaasde hij de wereld al met een recordverbetering tot 19,30 seconden. Gisteravond in het Olympiastadion was de verbijstering nog groter toen 19,19 oplichtte.

Enkele uren voor Bolts winnende race werd Johnson, die begin jaren negentig de 200 en 400 meter domineerde, gevraagd of hij verwachtte dat de Jamaicaan het wereldrecord zou verbeteren. De ervaringsdeskundige had zijn twijfels. „Hij heeft er de kwaliteiten voor”, zei de Amerikaan. „Maar sneller dan 19,30 seconden zou mij verbazen.”

Maar dat is het juist met Bolt, hij verbaast voortdurend. En op een manier die het bevattingsvermogen te boven gaat. Sinds de Spelen in Peking wint hij elke finale met grote voorsprong op amechtig volgende tegenstanders. En die lopen evenmin kinderachtige tijden, want voor het eerst in de geschiedenis noteerden gisteravond vijf sprinters op de 200 meter een tijd onder de twintig seconden, met de Panamees Alonso Edward (zilver) en de Amerikaan Wallace Spearmon (brons) als the best of the rest.

Uit een analyse van Bolts tijd blijkt dat zijn race nauwelijks verval kende en hij tussen de vijftig en honderd meter zijn topsnelheid bereikte. Zijn opbouw in vier blokken van vijftig meter verliep als volgt: 5,60, 4,32, 4,52 en 4,75 seconden. Ter vergelijking het rijtje van nummer twee Edward: 5,88, 4,49, 4,63 en 4,81 seconden. Zijn eindtijd: 19,81. Spearmon verdeelde zijn 19,85 over: 5,89, 4,53, 4,64 en 4,79 seconden.

Natuurlijk roepen de prestaties van Bolt vragen op. De link met doping is snel gelegd. Bolt beseft dat. Maar zijn antwoord op de suggestie van dopegebruik is standaard: „Iedereen moet denken wat hij wil, maar ik blijf zeggen dat ik clean loop. En de dopingtesten bewijzen dat.”

Het moet gezegd, zijn naam is nooit aan doping gelinkt. Maar de geur is iets sterker geworden sinds Bolts trainingspartner Yohan Blake met vier anderen bij de Jamaicaanse kampioenschappen is betrapt op methylhexanamine. Omdat er onduidelijkheid bestaat over de stimulerende werking van die stof is nog geen straf uitgesproken, maar helemaal kosjer lijken de vijf Jamaicanen niet te zijn.

Bolt maakt zich daar in Berlijn allerminst zorgen over. Hij blijft werken aan zijn status als superster. Bewust, liet hij gisteren op de persconferentie weten. „Wat ik nastreef? Ik wil een legende in de atletiek worden, daar werk ik hard aan. Maar ik leg mezelf geen druk op. Nee, ik denk voor wedstrijden nooit aan recordverbeteringen. Ik loop zo hard mogelijk en zie de uitkomst wel. Eigenlijk ben ook ik verbaasd over de snelle tijden die in hier in Berlijn loop, want ik heb minder goed getraind dan in aanloop naar de Spelen van Peking.”

Typisch Bolt, die relaxte houding. Denk niet dat het een pose is. Zo is de Jamaicaan, ook buiten de baan. De sprinter is een levensgenieter, die van roem, rijkdom en vrouwelijk schoon houdt. Hij is geen visionair of opiniemaker. Vaak gedraagt Bolt zich als een puber voor wie het leven vooral gezellig moet zijn. Tijdens de persconferentie gisteren droeg hij een pet achterstevoren op zijn hoofd en maakte hij voortdurend grappen met zijn vriend Spearmon. Bolt wekte allerminst de indruk dat hij de bijeenkomst in de propvolle tent serieus nam. Totdat iemand vroeg waar volgens hem de tijdgrens op de 200 meter ligt. Toen herinnerde Bolt zich dat zijn woorden vier dagen eerder verkeerd waren geciteerd. Plotseling verongelijkt: „Er is geschreven dat ik gezegd zou hebben de 100 meter in 9,40 seconden te kunnen lopen. Dat is niet waar. Ik heb gezegd dat die tijd haalbaar is, maar niet dat ik het zal doen.”

Een tikje naïef. Als Bolt het niet kan, wie dan wel.