Schade aan oor schuld orkest

Het Gelders Orkest is aansprakelijk gesteld voor de blijvende gehoorschade die cellist Hans Borstlap heeft opgelopen. Hij krijgt 10 duizend euro smartengeld.

Dat heeft het gerechtshof in Arnhem bepaald. FNV Bondgenoten is blij met de uitspraak. Advocaat Henk de Groot: „Het gaat om de verantwoordelijkheid van de werkgever. Een orkest moet musici beschermen tegen de risico’s van hun vak. Daar zijn allerlei mogelijkheden toe, maar het Gelders Orkest heeft die niet genomen. Het is een principekwestie. Een orkestmusicus is in zijn beroepsrisico niet anders dan de bediener van een zaagmachine. Je moet beschermende maatregelen bieden.”

Algemeen directeur George Wiegel van het Gelders Orkest: „De situatie is nu beter dan destijds, toen Borstlap, tussen 1974 tot 2005 actief bij ons, werkte. Maar de uitspraak doet geen recht aan de complexiteit van dit probleem. Moet je musici dwingen om oordoppen te dragen voor één hard moment? En musici spelen ook elders; in leskamers, andere ensembles, ze luisteren met koptelefoon. Dan is het niet exact om alle verantwoordelijkheid af te schuiven op het orkest.”

Cellist Borstlap zelf is blij met de uitspraak. ,,Het ging me er om aan te tonen dat de schade die ik heb opgelopen niet kwam door routinematige blootstelling aan geluidsoverlast, want die heb je in ieder orkest. Het probleem was dat de geluidsbeschermende schotten in 1994 zijn weggehaald op verzoek van chef-dirigent Roberto Benzi. De maanden daarna waren beslissend voor mijn gehoor. Dat men niet heeft geëxperimenteerd met die schermen, neem ik het orkest kwalijk. Oordoppen op maat storen bij het werk; je hoort niet meer wat de buurman doet.”

Bij het Koninklijk Concertgebouworkest zijn talrijke maatregelen genomen om gehoorschade tegen te gaan. Adjunct-directeur Sjoerd van de Berg: „Ook vroeger rolden veel musici hun pensioen in met de nodige gehoorschade, maar daar had je het niet over – dat hoorde er bij. De laatste jaren is dat veranderd. Geluidsschermen bevielen niet, maar musici dragen indien nodig wel op maat gemaakte oordoppen. Verder vergroten we het podium bij grote werken. En iedereen rouleert van plek zodat niemand meer veertig jaar lang voor de trompetten zit.”