'Quick fix' of een sprookje?

Uit nieuw onderzoek blijkt dat antioxidanten mogelijk schadelijk zijn.

Moeten nu de talloze ‘gezondheidsproducten’ waar ze inzitten de prullenbak in?

Antioxidanten zijn gezond. Daarom zitten ze in allerlei drankjes en voedingsmiddelen. Waar je minder over hoort is dat harde bewijzen nog altijd ontbreken, en er de laatste jaren vanuit de wetenschap steeds meer negatieve signalen over antioxidanten komen. Deze week bleek zelfs uit onderzoek dat deze stoffen kanker niet alleen nauwelijks voorkomen, maar zelfs kunnen verergeren. Kunnen nu al onze fruitdrankjes, preparaten en andere zogenaamd hypergezonde voedingsmiddelen in de prullenbak?

Amerikanen slikken ze met hele strippen tegelijk: antioxidanten zoals vitamine E, bèta-caroteen en vitamine C. Ook in Nederland worden ze steeds meer aan producten toegevoegd. Op de site van groente- en fruitdrankje Knorr Vie, boordevol antioxidanten, staat zelfs ‘omdat je ze (je kinderen, red.) liever te veel dan te weinig geeft’. Maar de claims over antioxidanten blijken nauwelijks hard te maken.

De hypothese dat antioxidanten gezond zijn stamt uit de jaren tachtig van de vorige eeuw. Toen ontstond het idee dat veel ziektes zoals kanker, hart- en vaatziekten en diabetes worden veroorzaakt door vrije radicalen. Dat zijn reactieve moleculen die lukraak verbindingen aangaan met eiwitten en DNA, waardoor die beschadigd raken. Vrije radicalen ontstaan door schadelijke invloeden als zonlicht en asbest, maar ook simpelweg door te ademen; zuurstof is namelijk een reactief molecuul.

Ons lichaam heeft een beschermingsmechanisme tegen vrije radicalen: het antioxidantsysteem. Stapje voor stapje maken de antioxidanten een radicaal onschadelijk. Toen wetenschappers dit ontdekten, telden ze heel snel tot twee: hoe meer antioxidanten, hoe minder schade, dus hoe minder ziekten en veroudering. Ook de voedingsindustrie sprong al snel op dit sprookjesachtige fenomeen. Maar helaas, zegt Hans Verhagen, hoofd van het Centrum voor Voeding en Gezondheid van het RIVM. „In de mens is de gunstige werking van extra antioxidanten nooit bewezen. Er zijn allerlei grote studies uitgevoerd, maar er komt steeds iets anders uit.”

Een berucht voorbeeld is een grootschalige studie in Finland, waarbij rokers bèta-caroteen innamen: een soort vitamine A uit wortels. Wat bleek? Deze proefpersonen kregen juist méér longkanker. „Waarschijnlijk is de werking van losse antioxidanten anders dan wanneer ze in groente en fruit zitten”, zegt Verhagen. „Als je binnen dat hele antioxidantsysteem een factor overbelicht, kan het helemaal ontwricht raken.”

Maar zelfs een combinatie van verschillende antioxidanten biedt geen soelaas bij menselijke proefpersonen. „Mengsels van antioxidanten zijn vaak genoeg geprobeerd”, zegt voedingsprofessor Martijn Katan van de Vrije Universitait in Amsterdam. „Maar ze werken niet.”Bij ratten werd wel regelmatig een positief effect van antioxidanten gevonden, maar dat zegt volgens Katan weinig: „Ratten zijn geen mensen. Bovendien heb je het over één type rat, in een kooi, met speciaal voer. Bij de mens is het wel wat complexer.”

Of de antioxidanten de juiste plek in het lichaam niet bereiken, of dat ze bijwerkingen hebben; volgens Katan kunnen we er alleen naar raden. In de afgelopen jaren werd duidelijk dat de ‘gehate’ vrije radicalen ook een positieve rol spelen in de cel. Verhagen: „We hebben ze nodig als wapen om gevaarlijke bacteriën onschadelijk te maken. En zo hebben ze nog meer functies in de cel. Helemaal afbreken kan dus nooit goed zijn.”

Daarbij komen enkele opvallende recente studies, waarin antioxidanten zelfs negatief uit de bus komen. Een publicatie van mei dit jaar in het Amerikaanse wetenschappelijke tijdschrift PNAS stelt dat antioxidanten de gezonde werking van sporten teniet doen, door het natuurlijke antioxidantsysteem te verstoren. En deze week bevestigen onderzoekers in Nature wat al in de praktijk bleek: antioxidanten bestrijden kanker niet, maar helpen de kankercellen juist te overleven. Ze voeden cellen die losraken en zo kunnen uitzaaien. Weliswaar is dit onderzoek slechts in kweekbakjes uitgevoerd, maar het bevestigt eens te meer dat antioxidanten lang niet altijd vallen binnen de categorie ‘baat het niet, dan schaadt het niet’.

Toch lijkt de consument nog altijd te geloven in de claims op de winkelschappen. „Die claims gaan erin als Gods woord in een ouderling”, zegt Katan. „Iedereen wil wel een quick fix, zeker als het nog lekker is ook, zoals rode wijn of chocola.” Maar aan alle sprookjes komt een eind. Jarenlang profiteerden producenten van een gat tussen Brussel en Den Haag: er was geen goede regelgeving rondom claims. In 2007 werd strenge Europese claimwetgeving ingevoerd. Verhagen zit in de commissie van de Europese Voedselautoriteit EFSA die op het moment de 4.000 claims van voedingsmiddelen keurt, waaronder veel claims over antioxidantwerking.

Van Unilever was geen expert beschikbaar om iets te zeggen over de claims die het bedrijf heeft ingediend. Verhagen heeft in elk geval nog veel werk te doen. Maar, kan hij verzekeren: „De schappen zullen er over een paar jaar heel anders uit zien.”

Hoe zit het met de Europese regelgeving over gezondheidsclaims? Lees het op pagina 11