Ogen als antennes

Rien Vroegindeweij: Later wordt alles echter. Een keuze uit de gedichten 1973-2009. Nieuw Amsterdam, 213 blz. € 22,50

Bestaat er zoiets als de typisch Rotterdamse no-nonsense dichter? Zo ja, dan lijkt Rien Vroegindeweij daarvan een prototype. Gelukkige dagen & andere poëtise voorvallen heette zijn debuutbundel, die in 1972 in de Sonde-reeks van de Rotterdamse Kunststichting verscheen. Een jaar later zette hij zijn baken op de poëziekaart met Een vliegtuig van beton. Dat vliegtuig was zeker luchtwaardig, maar kon helaas niet door het raam van de zolder waarop het was gebouwd. Het dagelijkse leven, meer of minder poëtische voorvallen en een betonnen versie van de Panamarenko-jongensdroom. Schijnbaar simpele ingrediënten bepalen al een kleine veertig jaar dit dichterschap. Maar het is zoals Hans Sleutelaar het treffend op de achterflap van Later wordt alles echter verwoordt: Hier toont zich ‘das Einfache das schwierig zu machen ist’.

Later wordt alles echter is een oprechte keuze uit eigen werk, waarin allerminst wordt verbloemd dat dit oeuvre met vallen en opstaan is ontstaan. ‘Gaandeweg’ is de titel van de documentaire over deze poëzie, die op dvd aan de bundel is toegevoegd. ‘Gaandeweg’ is ook de titel van een gedicht uit Deze middag is een eeuwig heden uit 2002. Vroegindeweij beschrijft zijn dichterlijk vermogen daarin 1 op 1: ‘Mijn dromen waren groter dan het weinige / dat mij aan talenten werd gegeven: / met de jaren raakte ik meer met het eigene / het dichtbije, het tekortkomende bedreven’.

Het kan geen toeval zijn dat dit gedicht gevolgd wordt door liefdevolle vertalingen van werk van ondermeer de Koreaan Yun Sondo, Arthur Rimbaud, Philip Larkin en Robert Frost. Vroegindeweij is zich bewust van de poëtische traditie, en misschien ook daardoor bij tijden een ouderwetse verzenmaker. Veel van zijn verzen rijmen en zijn vormvast, en ook zonder rijm schreef hij op maat gekliefde sonnetten. Maar zijn keuze voor deze bij uitstek renaissancistische vorm uit zich niet in de inhoud. Die is uitgesproken 20ste-eeuws en op z’n Rotterdams liefst ter zake. Dat krijgt vorm in een gedicht als ‘Waarom ik geen journalist werd’.

Het waren eenvoudige mannen, arbeiders

in manchester pakken, weduwnaars,

ongetrouwde boerenknechten

en hier en daar als miskende intellectueel

een bleke letterzetter.

Ik luisterde ter hoogte van hun heupen

hoe ze hun eigen mythen schiepen,

waarin een aardappel de gestalte

van een god kon aannemen,

kwade geesten in de gewassen huishielden

en de geschiedenis werd gepeld

als een ui die, zoals bekend, geen kern heeft.

Dit is wat mij betreft het juweel in Later wordt alles echter. Vroegindeweij noteert hier met een fotografisch oog, zoals hij elders het oor als antenne gebruikt. Dat gebeurt bijvoorbeeld in ‘Gesprek’, een gedicht waarin een man met het portret van zijn overleden vrouw converseert. Veel woorden zijn het niet, ‘Maar als ik vraag en antwoord geef / is het een gesprek. Dat breekt de dag.’ Net als in ‘Waarom ik geen journalist werd’ geven de slotregels het vers de poëtische wending, die het gedicht een ambigu karakter geven en het daarmee tot heuse poëzie maken. Want hoe zakelijk Vroegindeweij zich ook opstelt, steeds steekt de romanticus in zijn oeuvre de kop op.

Waar dat in niet al te verheven taal gebeurt, overtuigt hij als dichter – zoals in ‘Koorts’. Dit vers is onderdeel van een ongeordende reeks imperatieve verzen uit de bundel Zee & Land (1995). In gebiedende stijl geven ze recepten voor zulke uiteenlopende zaken als action painting, ornithologie en Brussels lof.

De negen poëziebundels van Rien Vroegindeweij verschenen bij zeven verschillende uitgevers. Het is goed dat dit zo verspreide, intrigerende dichtwerk nu in één bundel voorhanden is.