Oeigoeren vrezen wraak van Chinezen

In de Chinese provincie Xingjang staan binnenkort Oeigoeren voor de rechter die verantwoordelijk worden gehouden voor het geweld van afgelopen juli.

Oeigoeren op de markt in Urumqi vlak na de gewelddadigheden afgelopen juli worden in de gaten gehouden door Chinese veiligheidstroepen. Foto Reuters Ethnic Uighurs eat melons and chat as Chinese security forces secure the area near a local market in Urumqi, in China's Xinjiang Autonomous Region July 10, 2009. Security forces have imposed control over Urumqi, but the afternoon prayers on Friday were testing the government's ability to contain Uighur anger after Han Chinese, China's predominant ethnic group, attacked Uighur neighbourhoods on Tuesday. REUTERS/ Nir Elias (CHINA CONFLICT POLITICS) REUTERS

Meng Deli, een 22-jarige studente Russisch, wijst en zwaait spontaan naar de man met rossig haar en blauwe ogen aan de overkant van de straat. „Dat is onze Oeigoerse buurman. Als hij ons niet had beschermd, hadden wij de nacht van 5 juli nooit overleefd”, vertelt het Chinese meisje, terwijl haar vader het nieuwe luik voor zijn nering in rijst, meel en olie in de groene menie zet.

Twee huizen verderop in deze Oeigoerse wijk in Urumqi, hoofdstad van het West-Chinese Xinjiang, werden drie Chinese vriendinnen op 5 juli dood geknuppeld door Oeigoerse stadsbewoners. Ook de vaders van de omgekomen meisjes zijn aan het schilderen. Vertrekken is geen optie.

Tijdens de zwaarste botsingen tussen de Oeigoerse, islamitische minderheid en de Han-Chinese meerderheid sinds de oprichting van de Volksrepubliek China in 1949 werden vooral arme arbeidsmigranten uit Henan in centraal China het slachtoffer. Zij waren met hun kleine winkels en goedkope straatrestaurants in de Oeigoerse wijken of als buspassagiers en voorbijgangers makkelijke doelwitten voor gefrustreerde Oeigoeren die nu terechtstaan op verdenking van moord en brandstichting. De eerste processen tegen de ruim 700 verdachten, voor inderhaast gevormde rechtbanken, beginnen volgens staatspersbureau Xinhua een dezer dagen en moeten voor de viering van de zestigste verjaardag van China, dit najaar, zijn afgerond.

De vader van Meng Deli heeft voor alle zekerheid de ijzeren spijlen van het raam aan de achterzijde van de winkel verwijderd. Een ontsnappingsroute voor het geval de Oeigoeren weer „totally crazy” worden, legt zij uit. Vergeten zal zij die dag en daaropvolgende nachten nooit en dat geldt voor iedereen in Urumqi, zegt Meng Deli als zij naar de Oeigoerse buurman loopt.

Turgun Ilshat oogt, ook door zijn lengte, Europees. Hij is tandtechnicus en voetbalcoach. „Als buurman en als moslim” bood hij de Chinese buren „vanzelfsprekend” een schuilplaats aan toen andere Oeigoeren („niet van hier”) met knuppels, messen, stokken en stenen 157 Han- en Hui-Chinezen doodden. „Ik heb niets tegen Han-Chinezen. Zij hebben hier welvaart gebracht. Ik hoop dat de daders zwaar gestraft zullen worden” ,zegt de 43-jarige Oeigoer die op de stoep van zijn praktijk rokend zit te wachten op patiënten: „Het was allemaal zo zinloos. En ook nog slecht voor de business.”

Zijn roep om zware straffen wordt gedeeld door de Han-Chinese meerderheid in Urumqi. De islamitische Oeigoeren, die qua taal, cultuur en uiterlijk nauw verwant zijn aan de Turken, vrezen daarentegen Han-Chinese, justitiële wraak in de vorm van doodstraffen. Zij denken ook dat de Chinezen die op 6 en 7 juli wraak namen en 37 Oeigoeren vermoordden buiten schot zullen blijven.

De Oeigoerse journalist en webpublicist Hayret Niyaz verwacht zelfs dat de processen zullen leiden tot „een nieuw bloedbad”. Hij denkt dat de dood van iedere Han-Chinees zal worden gewroken met de kogel en dat de processen de spanningen tussen de bevolkingsgroepen alleen maar zullen vergroten. „Ik ben daar zeer pessimistisch over”, zegt hij in een café vlak bij de Grote Moskee in het centrum van Urumqi.

Met het oog op de islamistische vastenmaand ramadan, die morgen begint, zijn alle avondmarkten met speelgoed, kruiden, vruchten en vers vlees en de moskeeën heropend. Het herstel van winkels en bedrijven is al nagenoeg afgerond, de schade in het moderne centrum van Urumqi bleef overigens beperkt. Grote delen van de uitgestrekte, 10 miljoen inwoners tellende stad in de woestijn bleven overigens ongemoeid.

Op de pleinen bij de Grote Moskee, bij de nieuwe bazaar met aanpalend een supermarkt van Carrefour en in de wijken waar de Chinese en Oeigoerse inwoners mengen, patrouilleren nog altijd politie, leger en SWAT-teams in groten getale. Ook achter de hekken van kleine moskeeën staan soldaten in camouflagepakken.

„Op het eerste gezicht is de rust weer hersteld, maar de verhoudingen tussen Oeigoeren en Han-Chinezen en tussen Oeigoeren en andere minderheden, zoals de Hui-Chinezen, zijn zwaar beschadigd. De kloof is alleen maar dieper geworden”, denkt dr. Turgunjan Mehsut, een Oeigoerse antropoloog van de prestigieuze Chinese Academie voor Sociale Wetenschappen. Niet alleen Han-Chinezen, maar ook Hui-Chinezen, net als Oeigoeren moslims, werden het slachtoffer van de Oeigoerse woede. „De economische kloof bestaat, maar wordt wel steeds kleiner door de economische groei. Dat geldt ook voor het platteland, waar de inkomens van de Oeigoerse boeren laag zijn, maar wel stijgen. Er gaan steeds meer Oeigoeren naar de universiteiten, het aantal banen bij de overheid wordt uitgebreid en Peking doet heel veel aan minderhedenbeleid”, zegt de Oeigoerse onderzoeker.

Een universiteitsdiploma levert overigens niet direct een baan op, want Oeigoerse jongeren missen de netwerken en de relaties van hun Chinese leeftijdgenoten. Door de omschakeling van een plan- naar een markteconomie kan de staat bedrijven niet langer dwingen Oeigoeren aan te nemen.

De kloof zal nooit helemaal gedicht worden, vreest Mehsut. „Han-Chinezen staan anders in het leven dan de islamitische Oeigoeren. Han-Chinezen zijn ambitieuzer, willen rijk worden en van het leven hier en nu iets maken. Oeigoeren willen dat tot op zekere hoogte ook, maar zij zijn ook moslims die geloven dat alles uiteindelijk wordt bepaald door Allah”, redeneert Mehsut, die alleen op vrijdag naar de moskee gaat en volgens academievoorschriften geen baard of hoofddeksel draagt.

„Oeigoeren zijn ook armer omdat zij grotere gezinnen hebben, soms met wel tien kinderen, en niet zoals Chinezen veel kunnen of willen sparen”, voegt hij er aan toe. Daar is journalist en webpublicist Niyaz het mee eens. Niyaz verloor onlangs zijn baan bij een Chinees economisch dagblad na een column waarin hij de ‘oorlog tegen het terrorisme’ van de machtige partijleider van Xinjiang, Wang Lekuang, bekritiseerde.

„De Chinezen vergroten de terroristische dreiging voortdurend uit, maar het separatisme noch het islamitische fundamentalisme spelen een grote rol. Mevrouw Rebiya Kadeer van het Wereld Oeigoers Congres heeft maar een beperkte invloed en het aantal terroristische incidenten is klein. Dit is geen Gaza, geen Tsjetsjenië of Afghanistan. Radicale islamieten spelen een marginale rol, wat ze in Peking ook zeggen.”

De Chinese autoriteiten houden vol dat Rebiya Kadeer een bedreiging vormt. Dat blijkt ook uit de tentoonstelling in het Xinjiangse Expositiecentrum van Urumqi. De gruwelijke foto’s van Chinese slachtoffers die daar te zien zijn horen bij de propaganda tegen Kadeer. „China maakt deze rijke, gierige en ongeloofwaardige vrouw groter en belangrijker ze dan is”, vindt de Oeigoerse journalist. „Het hoofdprobleem van is economische achterstelling. Hoe slim je ook bent, hoe lang je ook hebt gestudeerd, als Oeigoer kom je moeilijk aan werk. We leven nu onder koloniale omstandigheden. Afscheiding lost niet op.”

Reportages van het geweld in juli via nrc.nl/buitenland